Gevonden door Amine Beldjoudi

Materiaal: koper
Diameter: 20,5 mm
Gewicht: 1,45 gr
Voorzijde: Tulpkrans met rozet boven en onder en 2 bollen links en rechts (1): TRAS ISVLA •NIA• (of variant) 1633

Keerzijde: Gekroond wapen van Overijssel met klauwende leeuw naar links (2). Op de achtergrond een golvende lijn wat de rivier de IJssel moet voorstellen, langs het wapen loopt een tulpkrans.


Wapen van Overijssel
Muntmeester: Johan Wijntgens 1611 – 1635
Muntmeesterteken: rozet ❀ of lelie (niet op deze duiten).
Slagplaats: Kampen ?
Net als het vorige type hebben ook enkele van deze typen het Latijnse koppeltekentje in de tekst. De jaartallen 1626, 1629 en 1635 worden door sommige andere catalogi vermeld. Aan deze jaren moet echter sterk getwijfeld worden. Dit zijn mogelijk allen verkeerd geïnterpreteerde exemplaren van 1628 en 1633. Zij komen niet voor in de Nationale Numismatische Collecties en komen ook niet voor in grote vondstcomplexen of in de handel. Zie HIER een voorbeeld van een duit 1628 die gemakkelijk voor een 1629 gelezen kan worden. Tekst variant B tegengekomen en beschreven op een muntenbeurs. Zie voor een afbeelding van tekst variant H (6 over foute 2 in jaartal) muntkoerier nr.7 uit 1985 blz.50. Tekst variant I is afgebeeld in coinhunter magazine 63 blz.24. Tekst variant J aanwezig in particuliere collectie en staat ook afgebeeld op blz.28 van muntkoerier 3 (1998). Er komen veel verschillen en varianten voor in de (gedeeltelijke) bloemkrans om het wapenschild. Zie HIER enkele voorbeelden van alleen een gedeeltelijk korte bloemkrans naast het wapen van meestel vier bladen aan iedere zijde. En HIER enkele voorbeelden van een krans die verder doorloopt tot onder het wapen met zes of zeven bladen aan iedere zijde. Deze varianten met doorlopende krans hebben ook vaak een tekentje onder het wapen zoals een (open) bolletje, twee open bolletjes of iets dat op een cijfer 8 lijkt. Een duit met het jaartal 1619 bestaat in de Nationale Numismatische Collectie (DNB) maar lijkt wel erg veel op die geslagen zijn met het jaar 1628.
De 17e eeuwse duiten van Overijssel hadden kennelijk een slechte naam vanwege hun lage gewicht. Blijkens een plakkaat van de stad Leiden van 3 juni 1649 werden de duiten van Overijssel in waarde gehalveerd naar een penning (halve duit)11. De oorden geslagen te Friesland en elders (Zeeland) werden in waarde verlaagd naar een duit. De duiten uit de overige provincies mochten wel voor de volle waarde blijven rouleren. Dit in tegenstelling tot een eerder plakkaat van de stad Leiden waarin alleen maar de Hollandse en West-Friese duiten voor gangbaar waren verklaard. Een duit met het jaartal 1628 is bekend geworden voorzien van een klop stadspoort. De afbeelding van deze poort met drie torens lijkt zeer sterk op die welke is afgebeeld op de duiten van de stad Kampen, compleet met wapenschildje in de toegang. De reden van deze klop is vooralsnog duister. Het kan mogelijk te maken hebben gehad met de slechte acceptatie van deze Overijsselse duiten halverwege de 17e eeuw (zie plakkaat van de stad Leiden). Kampen heeft ze toen mogelijk laten kloppen om de acceptatie als duit te waarborgen. De klop kan ook veel later zijn ontstaan namelijk rond 1702 toen een nieuw (zwaarder) type duit werd ingevoerd. De klop had dan wederom als doel om de munt als duit in omloop te houden. Deze duiten kunnen ook voorkomen met de klop van de Duitse stad Meurs. Deze klop was ook bedoeld om de munt daar gangbaar te maken, zie HIER twee voorbeelden.
Voorschrift: Reeds in augustus 1625 verzocht Johan Weijntges om duiten te mogen slaan waarover eerst verder beslist moest worden door de gedeputeerden van het landschap. De toestemming kwam uiteindelijk pas op 14 augustus 1628 nadat Weijntges op 19 maart 1628 wederom een verzoek had ingediend. Schepenen en raad verleenden hem toestemming tot het slaan van Hollandse daalders (leeuwendaalders) en 7500 Karolus guldens aan duiten. Dit zou een oplage betekenen van ongeveer 900.000 stuks bij een Karolus gulden van 20 stuivers. Toen generaalmeester Simon van der Meiden te Kampen informeerde naar deze muntslag kreeg hij te horen dat er 7500 pond aan duiten was geslagen. Dit waren met hoge waarschijnlijkheid ponden Hollands, het pond Hollands was net als de Karolus gulden 20 stuivers.
OVE.11
Gedetermineerd door Eric Aerts
