Blijf op de hoogte en abonneer je, geheel vrijblijvend en gratis !
Interne links, waarom zijn ze belangrijk? In deze database openen alle interactieve elementen—zoals blauwe links in het bericht — , namen van de muntheer, PDF-documenten, referenties, menu-items e.d. altijd in een nieuw tabblad wanneer u erop klikt. Dit zorgt voor een naadloze gebruikerservaring.
Voorzijde: Klop van Zwolle tussen punten met daaronder OVER YSSEL en het jaartal.
Keerzijde: Gekroond wapen van Overijssel, hierin staat een klauwende leeuw met op de achtergrond een golvende lijn wat de rivier de IJssel moet voorstellen. Geen versiering aan of om het wapen
Wapen van Overijsel
Muntmeester: Dirk van Romondt Sr. 1675 – 1704(?)
Muntmeesterteken: rozet/bloem, hier met klop van Zwolle
Slaglaats: ?
Deze duit is voorzien van de klop “gekroond Zwols wapenschildje”. Het hoe en waarom van deze klop is niet met zekerheid bekend. De eerste duiten van 1702 zijn geslagen door muntmeester Diederik van Romond Sr. mogelijk te Kampen. Diederik overleed echter ergens in 1702 waarna mogelijk zijn zoon Diederik Jr. zijn werk heeft voortgezet. Heeft de klop mogelijk te maken met de uiteenlopende gewichten van deze duiten? Het wegen van drie (ongeklopte) duiten met het jaartal 1702 leverde uiteenlopende gewichten op. Een exemplaar woog slechts 1,7 gram terwijl twee andere exemplaren 3,3 en 3,15 gram wogen. Een geklopt exemplaar had een gewicht van 3,15 gram en een exemplaar met het jaartal 1703 het gewicht van 3,7 gram. Mogelijk ontstonden problemen met deze duiten en wilde het publiek ze niet gaarne aannemen waarna besloten werd tot kloppen om een zekere garantie te geven. Het kleine aantal geklopte exemplaren dat nu is overgebleven spreekt echter tegen deze theorie. Een andere mogelijkheid is dat de klop is ontstaan in de periode na het overlijden van Diederik van Romondt Senior en het in dienst treden van zijn zoon Diederik Junior. De positie van de klop, over het muntmeesterteken heen, is misschien te verklaren als een teken dat er geen muntmeester verantwoordelijk was maar de stad zelf tot dat er weer een nieuwe muntmeester aanwezig was. Men had immers dringend behoefte aan het nieuwe kopergeld vanwege de grote kopergeld sanering. Het overlijden van de muntmeester kwam dus wel heel slecht uit. Waarom is er een Zwols wapenschildje als klop gebruikt en niet iets dat is terug te voeren naar de stad Kampen? Mogelijk was Diederik van Romondt Junior woonachtig te Zwolle en wilde daar het werk van zijn vader voortzetten. Zijn beide muntbussen zijn namelijk geopend te Zwolle en niet te Kampen. De stad heeft de muntmaterialen van het stedelijke munthuis nog in bezit gehad zodat het geen probleem hoefde te zijn om in Zwolle voor Overijssel te kunnen munten. Mogelijk zijn er partijen duiten van Kampen naar Zwolle overgebracht en uitgegeven voorzien van een klop Zwols stadswapen totdat de munt weer in bedrijf zou komen. Bewijzen dat de munt in die jaren mogelijk te Zwolle verbleef zijn aantekeningen van A.O. van Kerkwijk gemaakt uit resoluties van de Staten-Generaal. Op 10 juni 1702 werd aan Anthony Grill en Jacobus Vermaten (beiden kooplieden te Amsterdam) toestemming verleend om elk 25000 pond koperen muntplaatjes in te voeren vanuit Hamburg naar Zwolle. De plaatjes gingen nu dus niet meer naar Kampen. Van deze 50000 pond koper werd een gedeelte weer doorverkocht. Dit blijkt uit een resolutie van 6 juli 1702. Er werd een paspoort verleend aan de oude muntmeester Valckenier (te Leeuwarden) om 10000 pond koperen plaatjes van Zwolle naar Friesland te mogen transporteren. Op 1 september 1702 werd nog eens een paspoort verleend aan Anthony Grill om 25000 pond koperen plaatjes van Hamburg naar Zwolle te transporteren. Het ontstaan van deze klop blijft wazig maar duidelijk is wel dat hij zeker niet veel voorkomt. Duiten met deze klop worden slechts zelden in de handel aangetroffen.
Muntheer: Koenraad II van Schoonvorst, heer van Elsloo, 1403-1448
Materiaal: Biljoen / koper
Diameter: 21 mm
Gewicht: 0,8 gr
Voorzijde: Gevierendeeld wapen, in 1 & 4 de imitatie van Heinsberg, in 2 & 3 een leeuw, boven dit alles het wapen van Schoonvorst. Tekst: ✠ kOnS : DE : SCOnVOЄRS’ (of variant) deels te lezen.
wapen van Schoonvorst
Keerzijde: Kort, opengewerkt gevoet kruis in het midden een “Є”. Tekst: ✠ MOnЄ : nOVA : DЄ : hЄLST (of variant) deels te lezen
Muntheer: Vrije rijksstad Aken onder Rooms-Duits keizer Ferdinand III, 1637-1657.
Materiaal: zilver
Diameter: ?; uitgifte ca. 26 mm
Gewicht: ?; uitgifte ca. 2,86 gr
Voorzijde: Keizer Karel gezeten frontaal met leliescepter in de rechterhand en rijksappel in de linkerhand, ten halve lijve boven het versierde adelaarsschild van Aken. Ter weerszijden 3 – 9 voor 1639. Tekst tussen twee parelcirkels : MO•REG•SED•VRB•AQVISGR; Moneta Regiae Sedis Urbis Aquisgrani
Keerzijde: Binnen een parelcirkel in het veld in drie lijnen III / MARCK / ACH Tekst: Adelaartje FERD։III•D։G•ROM•IMP•SEMP•AVG; Ferdinandus III Dei Gratia Romanorum Imperator Semper Augustus
Muntheer: Bayezid II, 8ste sultan van het Ottomaanse Rijk, 1481-1512. (AH 886-918)
Materiaal: zilver
Diameter: 9 mm
Gewicht: 0,68 gr
Voorzijde: Tekst binnen een gladde cirkel en een parelcirkel. Tekst: De titulatuur van de sultan gescheiden door een horizontale lijn.
Keerzijde: Tekst binnen een gladde cirkel en een parelcirkel. Tekst: Een inscriptie gevolgd door de naam van de munt en het jaar van toetreding van de sultan.
Datum: AH 886, 1481 n.Chr.
Slagplaat: Üsküb, huidige Skopje (Macedonië)
Opmerking: Wegens de staat van de munt is dit een benaderende determinatie.