Interne links, waarom zijn ze belangrijk? In deze database openen alle interactieve elementen—zoals onderstreepte blauwe links, namen van de muntheer, PDF-documenten, referenties, menu-items e.d.—altijd in een nieuw tabblad wanneer u erop klikt. Dit zorgt voor een naadloze gebruikerservaring.
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: L SEPT PERT AVG IMP VIIII
Keerzijde: Hercules rechtop staande met zijn hoofd naar rechts, leunend op een knots achter zich en een boog in zijn linkerhand op heuphoogte voor zich, met een leeuwenvel over zijn linkerarm. Tekst: HERCVLI DEFENS
Lit: RCV (2002) 6284, RIC IV 97; BMCRE V p.55, 218.
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinuswerd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt inde rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten,in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In destrijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.
Muntheer: Ferdinand IIvan Aragon, koning van (zuid) Navarra, 1512-1516 ook gekend als koning van Castilië, Sicilië, Napels en Valencia… (Onder Ferdinand II, III en V)
Materiaal: zilver 917 / 1000
Diameter: 27 mm
Gewicht: 2,94 mm; uitgifte: 3,31 gr
Voorzijde: Het gekroonde wapenschild van Navarra. Tekst: FЄRnAnDVS : D : G : R : nAVA; Ferdinandus Dei Gratia Rex Navarrae, interpunctie twee ringetjes boven elkaar.
Keerzijde: Binnen een dubbele vierpas met ringen aan de binnenhoeken een kort gevoet kruis, in de buitenhoeken telkens twee ringetjes en in de kwartieren een F en een kroontje afwisselend.
Keerzijde: Binnen een dubbele vierpas met ringen aan de binnenhoeken een kort gevoet kruis, in de buitenhoeken telkens twee ringetjes en in de kwartieren een F en een kroontje afwisselend.Tekst: lelie/kruisje(?): SIT : nOmЄn : DOmInI : BЄnЄ : DIC; Sit Nomen Domini Benedictum, interpunctie twee ringetjes boven elkaar
Voorzijde: Binnen een voluut waarboven een rozet het regimentsnummer 26
Keerzijde: AM & Cie ✿ PARIS ✿ ? bevestiging afgebroken
Het bedrijf AM & Cie werd in 1853 opgericht door Deshayes Masse et Cie. Het werd in 1854 overgenomen door Masse A en Anglade en bestond nog steeds in de jaren zestig.
Bloem of stip bovenop de knopen – Geen bijzondere betekenis, maar de bloem is typerend voor knopen uit het Tweede Keizerrijk. Voorheen was het ontwerp identiek, maar in plaats van een bloem stond er een stip.
Uit Opgravingen in Amsterdam: Bij de man wordt een onafgebroken rij knopen op het wambuis, de mantel en ook wel de broek aangebracht. Bij de vrouw wordt het voorstuk van knopen voorzien. De knopen zijn groot, 1,5 cm, maar worden allengs kleiner, 1 cm en nemen in aantal toe. Het dambord-motief en het bloem-motief zijn patronen uit het einde van de 16e eeuw. Kenmerkend voor de 16e eeuwse knopen is de doorboorde staaf als oog. Het draadoog dat in dezelfde periode naast de staaf voorkomt, wordt karakteristiek voor de 17e eeuwse modellen.