Blijf op de hoogte en abonneren je, geheel vrijblijvend en gratis !
Interne links, waarom zijn ze belangrijk? In deze database openen alle interactieve elementen—zoals onderstreepte blauwe links, namen van de muntheer, PDF-documenten, referenties, menu-items e.d.—altijd in een nieuw tabblad wanneer u erop klikt. Dit zorgt voor een naadloze gebruikerservaring.
Het beeldthema van het Lam Gods op de schijffibula was erg populair. Dit was zo van het midden van de 10e tot het midden van de 11e eeuw. Oudere datums van experts zoals Frick, Bos en Wamers kloppen niet meer.
Kenmerken van de fibula: Een schijffibula is een ronde middeleeuwse speld.
Dit type herken je aan deze punten: Gegoten koper – De platte ronde schijf en de naald zijn in één stuk gegoten uit koperlegering.
Simpele rand: Het oppervlak heeft een eenvoudige rand.
Verdiept vlak: Het veld binnen de rand is verdiept met de champlevé-techniek.
Dier in het midden: In het midden staat een dier met een kop, staart en poten. De kop van het dier kijkt achterom.
Emaillering: De achtergrond was vroeger gevuld met gekleurd email. Dit email is vaak rood. Soms is het email nu helemaal verdwenen.
Welk dier is het ? Meestal herken je de diersoort niet meteen. Het is in elk geval een viervoeter. Vaak is de linkerzijde van het dier te zien, soms de rechterzijde. De staart wijst omhoog. Er is wel iets bijzonders met de staart. In de christelijke kunst heeft het Lam Gods (Agnus Dei) meestal een hangende staart. Het lam staat namelijk voor vrede, onschuld en opoffering. Een omhoogstaande staart past daar eigenlijk niet bij. Toch zien we de staart op deze spelden wel omhoog wijzen. Andere dieren die achterom kijken zijn de leeuw en de griffioen. Verschil met andere spelden: Er zijn ook andere spelden met viervoeters die achterom kijken. Het grote verschil is dat die andere spelden geen email hebben. De spelden met email zijn zeldzaam. Vroeger kende men maar een paar exemplaren uit Friesland en Engeland. Tegenwoordig worden er door archeologen en detectorzoekers steeds meer gevonden.
Champlevé is een traditionele emailleertechniek in de decoratieve kunst waarbij patronen of uitsparingen in een metalen oppervlak (zoals koper of brons) worden gegraveerd, geëtst of gegoten. Deze verdiepte ‘cellen’ worden gevuld met glasachtig emailpoeder. Na verhitting smelt het email tot een gladde, glazen laag. Naamgeving: De term is Frans voor “verheven veld”. Dit verwijst naar de onbewerkte, verhoogde metalen randen die de verschillende emailkleuren van elkaar scheiden.
Voorzijde: Binnen een gladde cirkel het gekroonde wapenschild van Aalst
Keerzijde: Centraal binnen een parelcirkel in drie regels de tekst HOUBLON / D’ALOST / 1917. Tekst binnen een gladde cirkel en een parelcirkel: BELGIQUE FLANDRE ORIENTAL
Voorzijde: O.L.V. met kind Jezus op de schoot. Beiden hebben een scapulier in de hand. Het geheel verwijst naar de berg Carmel in Israël en naar de heilige Simon Stock, naar aanleiding van een verschijning in 1251.
Keerzijde: Jezus die naar zijn hart wijst. Symboliseert de devotie tot het (Aller) Heilig Hart van Jezus.
Gesigneerd door de graveur Firmin-Pierre “Lasserre”.
Firmin-Pierre Lasserre is een Franse beeldhouwer en medailleur, geboren in Barraute in de Pyrénées-Atlantiques op 6 juli 1870 en overleden in 1943.
Dit is een Willem – knoop gedragen onder koning Willem III. Ook werden dit soort knopen nog gebruikt onder Wilhelmina. En zelfs de Ned. posterijen, tot omstreeks 1909 hebben dit soort knopen gedragen.
Lettercombinatie, donker met goudkleurige vlekken. Lettercombinatie bestaande uit een S en een U. De letters zijn decoratief versierd en zijn in elkaar verstrengeld. Er zit een gat in het midden. Achterkant is vlak met ribbels.
Voorzijde: Klimmende leeuw naar links. Tekst: GARDE CIVIQUE
De Garde civique werd opgericht in 1830. Er werden spontaan door de burgerij milities opgericht in een aantal steden, met de bedoeling de orde te handhaven, ongeregeldheden en plunderingen te verhinderen en ook voor sommigen onder hen, mee op te trekken tegen Nederland. In oktober 1830 besliste het Voorlopig Bewind de spontaan gestichte milities te erkennen en samen te voegen onder militaire leiding, om er een supplementair embryo van een Belgisch leger van te maken. De Burgerwacht was georganiseerd op gemeentelijk niveau, oorspronkelijk in de gemeenten met meer dan 30.000 inwoners. Zij was samengesteld uit burgers tussen 21 en 50 jaar, vooral jonge vrijgezellen en kinderloze weduwnaars, die geen deel uitmaakten van het leger. Afwijkingen en vrijstellingen konden worden toegestaan bij ziekten, misvormingen, verminkingen en de noodzaak om voor een gezin te zorgen. De missie van de militie luidde als volgt: de gehoorzaamheid aan de wetten behouden, de openbare orde en rust handhaven of herstellen, het waarborgen van de onafhankelijkheid van België en de integriteit van zijn grondgebied. De burgerwacht bestond uit compagnieën met aan het hoofd een kapitein en verdeeld in drie bans. De eerste ban speelde een rol op nationaal niveau en was vooral bedoeld om de onschendbaarheid van het territorium te doen eerbiedigen. De tweede ban stond het leger bij, “zonder evenwel de provincie te verlaten”. De derde ban bleef steeds ter plaats en zou niet te velde gaan. De standaarddienst bestond in het wacht optrekken en patrouilles uitvoeren voor de beveiliging van personen, het behoud van eigendommen en het handhaven van de openbare orde. Bij de aanvang van de vijandelijkheden in 1914 had de Burgerwacht zijn beste tijd gehad en betekende niet veel meer. Toch werden de ongeveer 45.000 leden die er op papier nog deel van uitmaakten, onder de wapens geroepen. Het was de bedoeling dat ze voor de handhaving van de orde zouden zorgen. De Duitsers beschouwden die troepen echter niet als militairen, maar als vrijschutters, die zonder meer konden worden doodgeschoten. In de meeste steden verdwenen de burgerwachten dan ook geruisloos. Enkele korpsen uit Luik, Brussel en Oost-Vlaanderen volgden het leger naar de IJzer en namen deel aan sommige militaire operaties. Op 13 oktober 1914 werden ze definitief naar huis gestuurd. Op 17 juni 1920 plaatste een Koninklijk Besluit alle eenheden van de Burgerwacht op non-actief.