Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw.

1.022.595 keer bekeken

Frankrijk Derde Republiek: 2 francs Cérès 1871 ( A )

Gevonden door Hannes Teetaert ( ID-222894 )

Materiaal: zilver 835 / 1000

Diameter uitgifte: 27 mm

Gewicht uitgifte: 9,3 gr

Voorzijde: Hoofd van Cérès ( godin van de oogst ) met een haarband bestaande uit tarwearen, bloemen, olijven …, door een lint samengebonden met aan de voorkant de tekst CONCOR. Onder de nek E.A. OUDINÉ.F. Tekst: REPUBLIQUE ★ FRANÇAISE

Keerzijde: Tussen twee samengebonden takken van eik en laurier in drie regels 2 FRANCS 1871. Tekst: ( olijfblad ) LIBERTÉ · ÉGALITÉ · FRATERNITÉ · A

Ontwerper: Eugène André Oudiné

Algemeen graveur Parijs:  Abert – Desiré Barre ( 1855 – 1879 )

Muntmeesterteken:   Alfred Renouard de Bussière ( 1860 – 1879 )

Muntteken: A

Slagplaats: Parijs

Slagaantal: 4.709.003

Adolphe Thiers

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Valenciennes: maille ca. 1205- vermoedelijk ca. 1280

Gevonden door Martien Delplace ( ID-222863 )

Muntvrouwe: Anoniem onder Johanna van Constantinopel, gravin van Henegouwen, 1205-1244 en Margareta van Constantinopel, gravin van Henegouwen, 1244-1280

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 0,4 gr

Voorzijde: In een parelcirkel het monogram van Henegouwen met telkens een ster tussen de armen. Tekst tussen het monogram en de parelcirkel: VA • LE * CE • NE * ( NE in ligatuur ).

Keerzijde: Binnen een dubbele parelcirkel een kort sterk gevoet kruis met in elk kwartier een maansikkel.

Datum: z.j. ca. 1205 tot vermoedelijk ca. 1280

Slagplaats: Valenciennes

Opmerking: Benaderende determinatie wegens de staat van de munt.

Lit: P Lucas Hainaut 35; Vanhoudt G 434; Chalon supl p XIV; A Decroly type 6, H20-211-03

Gedetermineerd door Jelle Venema en rimidi

Lakenlood/textiellood: 1669

Gevonden door Hannes Teetaert ( ID-222852 )

Materiaal: lood

Afmetingen: 13 mm / 20 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: Schildvormig wapen met twee naar links kijkende vogels bovenaan, een centrale diagonale band van links naar rechts en een naar links kijkende vogel onderaan.

Keerzijde: In drie regels CAR / SAY / 1669

Het zegel is voor een soort stof genaamd kersey, een veelvoorkomende, goedkope wollen stof (Egan 1994, 75) die werd geproduceerd in Devon, Hampshire en Yorkshire (Montgomery 1984, 272-3). Dit zegel dateert uit de periode 1660-1669.

Referentie

Gedetermineerd door Davy Allossery

Friesland: duit 1682

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-222533 )

Materiaal: koper

Diameter: 20 mm

Gewicht: 2 gr

Voorzijde: Een leeuwtje tussen twee versieringen, daaronder FRISIA in één regel en het jaartal tussen twee bollen. Onder het jaartal een rozet tussen versieringen.

Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen heeft aan de rand weer versieringen (4).

Wapen van Friesland

Muntmeester: Daniël Valckenier 1659 – 1688

Muntteken: 

Slagplaats: Leeuwarden

Ik schreef eerder dat aan de jaren 1684 en 1688 die hier en daar vermeld werden sterk getwijfeld moest worden. Het jaar 1684 is nu met duidelijk jaartal terug gevonden (zie foto) en is ook gemeld in het Fries museum te Leeuwarden maar deze kan ik nog niet bevestigen. Het KPK, nu opgenomen in het nationale geld en bankmuseum zou een 1688 bezitten maar deze heb ik daar niet terug gevonden. In het jaar 1687 zijn geen duiten geslagen en mogelijk wilde de muntmeester in 1688 hier weer mee beginnen maar werd hem dit verboden. De exemplaren die wel voor 1688 worden aangezien zijn van 1685. De 5 in dat jaartal is soms zo gevormd dat deze op een cijfer 8 lijkt. Van de jaren 1686 en 1691 bestaan valse exemplaren. Beide jaren zijn met 1 exemplaar aanwezig in de vondst Brabant 1701. Soms komen misslagen of foutslagen voor zoals DEZE van Friesland. Waarschijnlijk is een geslagen duit aan het stempel blijven hangen en heeft niet het stempel maar de aanklevende munt een zijde van de munt geslagen. Een exemplaar met het jaartal 1686 is bekend overslagen over een Franse Double Tournois, zie HIER.

Wettelijke voorschrift: nadat er in 1675 duiten zijn geslagen verboden de gedeputeerde Staten van Friesland volgens resolutie van 17/27 februari 1676 verdere aanmunting. In 1681 is er blijkbaar weer toestemming tot aanmunting gegeven waarna op 27 maart 1688 de muntmeester opdracht kreeg om geen duiten meer te slaan. Op 1 maart 1689 werd een verbod op de aanmaak van duiten afgekondigd.

Referentie

FRI.12

Gedetermineerd op Eric Aerts