Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw.

1.017.920 keer bekeken

Nederland: 10 cents 1905

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-222416 )

 

Materiaal: zilver 640 / 1000

Diameter: 15 mm

Gewicht: 1,24 gr

Voorzijde: Borstbeeld Wilhelmina met hermelijnen mantel naar links met lage kroon. Tekst: WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN

Keerzijde: Tussen twee samengebonden eikentakken in 3 regels: 10 CENTS 1905

Ontwerper: Johannes Cornelis Wienecke

Muntmeesterteken:  ( H.L.A. van den Wall Bake 1888 – 1909 )

Muntteken: 

Slagplaats: Utrecht

Slagaantal: 2.000.000

Wilhelmina der Nederlanden

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Groningen en Ommelanden: duit 1675

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-222374 )

Materiaal: koper

Diameter: 21 mm

Gewicht: 1,35 gr

Voorzijde: In twee regels met daaronder het jaartal GRON / ET OML wat betekent: Groningen en Ommelanden.

Keerzijde: Gekroond wapenschild van de Groninger Ommelanden, aan weerszijden heeft het wapen versieringen.

Het wapen (3) zoals we dat aantreffen op de munten uit de provinciale muntperiode te Groningen en Harderwijk, is samengesteld uit de wapens van de Ommelanden en de stad Groningen. Het wapen van Groningen is de Duitse rijksadelaar met op zijn borst het stadswapentje van Groningen.

Wapen van Groningen en Ommelanden

Datum: 1675

Muntmeester: Caspar Boom ( 1673 – 1677 )

Muntmeesterteken: bloem ( niet op de duiten gebruikt )

Slagplaats: Groningen

Mr. H.O. Feith sprak ook reeds over verschillen in het wapen op de duiten van de jaren 1673 en 1674. Dit heeft betrekking op de kroon boven het wapenschild en de versiering aan de weerszijden van het wapenschild. Ook kan het zijn dat hij reeds een verwisseling van de kwartieren in het wapenschild heeft gesignaleerd. Het jaartal 1674 bestaat namelijk met gespiegelde wapens in het wapenschild van de Ommelanden. Deze afwijking komt ook voor op florijnen van de ommelanden (afgebeeld VCLS 24 nr.858). De duiten van 1674 met het verkeerde wapen komen voor met de tekst GRON EN OML en met GRON ET OML. Mr. H.O. Feith noemde reeds een duit van 1677 geslagen van koper, dit vooralsnog unieke jaartal is nu opgedoken in de vorm van een vondstexemplaar. Van de duiten kwamen er ca. 118 uit een mark wat een gewicht opleverde van ongeveer 2,08 gram per stuk.

Referentie

GROM.2

Gedetermineerd door Eric Aerts

Brussel: 14 oord ( plaket ) 1760

Gevonden door Kenn Meeussen ( ID-222357 )

Materiaal: zilver 507 / 1000

Diameter: 21 mm

Gewicht:  2 gr

Voorzijde: Gekroond Bourgondisch kruis, aan weerszijden de gespitste waardeaanduiding X IV, engelenkopje onderaan.. Tekst: MAR•THERES•D:G•R•JMP•GERM•HUNG•BOH•R• (de legende loopt door op de keerzijde.)

Keerzijde: Dubbelkoppige gekroonde adelaar. Tekst: ARCH•AUS•DUX•BURG•BRAB•COM•FL• 1760. Voluit: Maria Theresia Dei gratia Romanorum imperatrix, Germania, Hungaria, Bohemia regina, archidux Austria, dux Burgundie. Wat wil zeggen: Maria Theresia, bij Gods gratie Roomse keizerin, koningin van Duitsland, Hongarije en Bohemen, Aartshertogin van Oostenrijk en hertogin van Bourgondië.

Ontwerper: Jacques Roëttiers

Muntteken:  

Slagplaats: Brussel

Slagaantal: 321.739

Maria Theresia van Oostenrijk

Referentie

Lit: Nieuwe Vanhoudt 826 BS; Vanhoudt J 29

Gedetermineerd door Kenn Meeussen

Overijssel: duit 1702 met klop van Zwolle

Gevonden door Riemer Heinen ( ID-222348 )

Materiaal: koper

Diameter: 22 mm

Gewicht: 3,41 gr

Voorzijde: Klop van Zwolle tussen punten met daaronder OVER YSSEL en het jaartal.

Keerzijde: Gekroond wapen van Overijssel, hierin staat een klauwende leeuw met op de achtergrond een golvende lijn wat de rivier de IJssel moet voorstellen. Geen versiering aan of om het wapen

Wapen van Overijsel

Muntmeester: Dirk van Romondt Sr. 1675 – 1704(?)

Muntmeesterteken: rozet/bloem, hier met klop van Zwolle

Slaglaats: ?

Deze duit is voorzien van de klop “gekroond Zwols wapenschildje”. Het hoe en waarom van deze klop is niet met zekerheid bekend. De eerste duiten van 1702 zijn geslagen door muntmeester Diederik van Romond Sr. mogelijk te Kampen. Diederik overleed echter ergens in 1702 waarna mogelijk zijn zoon Diederik Jr. zijn werk heeft voortgezet. Heeft de klop mogelijk te maken met de uiteenlopende gewichten van deze duiten? Het wegen van drie (ongeklopte) duiten met het jaartal 1702 leverde uiteenlopende gewichten op. Een exemplaar woog slechts 1,7 gram terwijl twee andere exemplaren 3,3 en 3,15 gram wogen. Een geklopt exemplaar had een gewicht van 3,15 gram en een exemplaar met het jaartal 1703 het gewicht van 3,7 gram. Mogelijk ontstonden problemen met deze duiten en wilde het publiek ze niet gaarne aannemen waarna besloten werd tot kloppen om een zekere garantie te geven. Het kleine aantal geklopte exemplaren dat nu is overgebleven spreekt echter tegen deze theorie. Een andere mogelijkheid is dat de klop is ontstaan in de periode na het overlijden van Diederik van Romondt Senior en het in dienst treden van zijn zoon Diederik Junior. De positie van de klop, over het muntmeesterteken heen, is misschien te verklaren als een teken dat er geen muntmeester verantwoordelijk was maar de stad zelf tot dat er weer een nieuwe muntmeester aanwezig was. Men had immers dringend behoefte aan het nieuwe kopergeld vanwege de grote kopergeld sanering. Het overlijden van de muntmeester kwam dus wel heel slecht uit. Waarom is er een Zwols wapenschildje als klop gebruikt en niet iets dat is terug te voeren naar de stad Kampen? Mogelijk was Diederik van Romondt Junior woonachtig te Zwolle en wilde daar het werk van zijn vader voortzetten. Zijn beide muntbussen zijn namelijk geopend te Zwolle en niet te Kampen. De stad heeft de muntmaterialen van het stedelijke munthuis nog in bezit gehad zodat het geen probleem hoefde te zijn om in Zwolle voor Overijssel te kunnen munten. Mogelijk zijn er partijen duiten van Kampen naar Zwolle overgebracht en uitgegeven voorzien van een klop Zwols stadswapen totdat de munt weer in bedrijf zou komen. Bewijzen dat de munt in die jaren mogelijk te Zwolle verbleef zijn aantekeningen van A.O. van Kerkwijk gemaakt uit resoluties van de Staten-Generaal. Op 10 juni 1702 werd aan Anthony Grill en Jacobus Vermaten (beiden kooplieden te Amsterdam) toestemming verleend om elk 25000 pond koperen muntplaatjes in te voeren vanuit Hamburg naar Zwolle. De plaatjes gingen nu dus niet meer naar Kampen. Van deze 50000 pond koper werd een gedeelte weer doorverkocht. Dit blijkt uit een resolutie van 6 juli 1702. Er werd een paspoort verleend aan de oude muntmeester Valckenier (te Leeuwarden) om 10000 pond koperen plaatjes van Zwolle naar Friesland te mogen transporteren. Op 1 september 1702 werd nog eens een paspoort verleend aan Anthony Grill om 25000 pond koperen plaatjes van Hamburg naar Zwolle te transporteren. Het ontstaan van deze klop blijft wazig maar duidelijk is wel dat hij zeker niet veel voorkomt. Duiten met deze klop worden slechts zelden in de handel aangetroffen.

Referentie

OVE.12

Gedetermineerd door Riemer Heinen

Elsloo: dubbele mijt 1403 – 1448

Gevonden door Tom Devos ( ID-222291 )

Muntheer: Koenraad II van Schoonvorst, heer van Elsloo, 1403-1448

Materiaal: Biljoen / koper

Diameter: 21 mm

Gewicht: 0,8 gr

Voorzijde: Gevierendeeld wapen, in 1 & 4 de imitatie van Heinsberg, in 2 & 3 een leeuw, boven dit alles het wapen van Schoonvorst. Tekst: ✠ kOnS : DE : SCOnVOЄRS’ (of variant) deels te lezen.

wapen van Schoonvorst

Keerzijde: Kort, opengewerkt gevoet kruis in het midden een “Є”. Tekst: ✠ MOnЄ : nOVA : DЄ : hЄLST (of variant) deels te lezen

Datum: z.j. 1403-1448

Slagplaats: Elsloo

Van Schoonvorst

Referentie

Lit: Paul Lucas Mos 8.5.1 à 2k; van der Chijs pl 7 & 8 tek 2 à 7

Gedetermineerd door Jelle Venema en rimidi