Interne links, waarom zijn ze belangrijk? In deze database openen alle interactieve elementen—zoals onderstreepte blauwe links, namen van de muntheer, PDF-documenten, referenties, menu-items e.d.—altijd in een nieuw tabblad wanneer u erop klikt. Dit zorgt voor een naadloze gebruikerservaring.
Uit Opgravingen in Amsterdam: Bij de man wordt een onafgebroken rij knopen op het wambuis, de mantel en ook wel de broek aangebracht. Bij de vrouw wordt het voorstuk van knopen voorzien. De knopen zijn groot, 1,5 cm, maar worden allengs kleiner, 1 cm en nemen in aantal toe. Het dambord-motief en het bloem-motief zijn patronen uit het einde van de 16e eeuw. Kenmerkend voor de 16e eeuwse knopen is de doorboorde staaf als oog. Het draadoog dat in dezelfde periode naast de staaf voorkomt, wordt karakteristiek voor de 17e eeuwse modellen.
Voorzijde: In een parelcirkel een aanlegsteiger met vijf dwarsbalken en aan beide uiteinden vier bolletjes opgesteld in ruitvorm. Langs beide zijden van de steiger een liggend waaiervormig symbool met 4 armen tussen twee bolletjes. Teks: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een parelcirkel een Brabants kruis met vier dwarsstrepen in de armen en in de kwartieren afwisselend een (gepunte?) ring en een gestileerd takje (zie scan) verbonden met het midden.
Datum: z.j. ca. 1235-1252
Slagplaats: Brussel
Opmerking: Wegens staat van het muntje is niet alles duidelijk ter determinatie.
Lit: A Haeck 310 var a (= 2.9e41/H1a15b); Vanhoudt atlas G 79
Muntheer: Anoniem onder Otto III van Holland, bisschop van Utrecht, 1234-1249.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,9 gr
Voorzijde: Buste van de bisschop met tonsuur van voren, in de rechterhand een palmtak en in de linkerhand een evangelie. Tekst in een dubbele parelcirkel: ✠ S . MARTINVS (Hier retrograde?); patroonheilige van het bisdom.
Keerzijde: Een kort breedarmig kruis met een parel op het eind van elke arm en met in de kwartieren P – A – X – ★ Tekstt in een dubbele parelcirkel: ✠ IN . DAVЄNTRIA
Datum: z.j. ca. 1234 – 1245 (de periode tussen zijn verkiezing en zijn effectieve wijding tot bisschop).
Slagplaats: Deventer
Lit ref: Van der Chijs VIII-1 (Voor sede vacante 1226-1228); De Mey Utr 178 (Voor sede vacante 1233-1234); A Cruysheer 2022, p. 207-208 (Voor Otto III); Bron foto Nationale Numismatische Collectie, inv.nr. DNB-00263
Muntheer: Albrecht & Isabella, landvoogden van de Zuidelijke Nederlanden, 1598-1621.
Materiaal: zilver 896 / 1000
Diameter: ?
Gewicht: ?; uitgifte: 3,06 gr
Voorzijde: Het gekroond wapenschild van de landvoogden omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies. Tekst: ALBERTVS.ET.ELISABET.D:G.
1: Hongarije: in rood 3 zilveren balken. 2: Bohemen: in rood een zilveren leeuw. 3: Castilië: in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht. 4: Leon: in zilver een goud gekroonde purperen leeuw. 5: Aragon: in goud vier rode palen. 6: Sicilië: schuingevierendeeld met in de bovenste en onderste halve ruit in goud 4 rode palen (Aragon), in de twee halve zijruiten in zilver een zwarte adelaar (Hohenstaufen). 7: Portugal: in zilver 5 blauwe schildjes (geplaatst 1.3.1) beladen met 5 pesanten van zilver (geplaatst 2.1.2). Een rode schildzoom beladen met 7 gouden kastelen (quinas). 8: Oostenrijk: in rood met een zilveren dwarsbalk. 9: Nieuw Bourgondië: blauw met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver. 10: Oud Bourgondië: geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken en rood omzoomd. 11: Brabant: in zwart een gouden leeuw, rood getongd. 12: Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw, rood getongd. 13: Tirol (in zilver een rode adelaar, gekroond, gebekt, en gepoot van goud. De vleugels beladen met twee gouden klaverbladstengels.
Keerzijde: Gekroond Bourgondisch takkenkruis met onderaan het juweel van het Gulden Vlies, ter weerszijde de initialen A en E. Tekst: ARCHIDVCES.AVST.DVCES.BVRG.ET.BRAB.Z.
De houtinleg symboliseert het houten kruis waaraan Jezus gekruisigd werd. Met het bij zich hebben of dragen toonde men uiterlijk dat men christen was en niet één of andere heidenen.