Interne links, waarom zijn ze belangrijk? In deze database openen alle interactieve elementen—zoals onderstreepte blauwe links, namen van de muntheer, PDF-documenten, referenties, menu-items e.d.—altijd in een nieuw tabblad wanneer u erop klikt. Dit zorgt voor een naadloze gebruikerservaring.
Muntheer: Karel II, landsheer van de Zuidelijke Nederlanden, 1665-1700.
Materiaal: zilver 385 / 1000
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Een takkenkruis gestoken door een gekroond vuurijzer waaraan het juweel van het Gulden Vlies hangt. Ter weerszijden het gesplitste jaartal 16-98. Tekst: CAROLVS•II•D•G•HISPANIAR•ET•INDIAR•REX
Keerzijde: Het eenvoudig gekroonde wapenschild van de landsheer. Tekst: ARCHID•AVSTR•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
De Wacht aan de Middel: Het Verhaal van het Torenbeslag. In de 14e en 15e eeuw was een riem veel meer dan een praktisch hulpmiddel om kleding op de plek te houden; het was een visueel visitekaartje. Wie door de smalle straten van een middeleeuwse stad liep, kon aan de gordel van een voorbijganger direct zien met wie hij te maken had.
Een kasteel in het klein. Dit kleine bronzen beslagstuk, gegoten in de vorm van een kantelenwand met torens, is daar een perfect voorbeeld van. Hoewel het slechts enkele centimeters groot is, draagt het de volledige zwaarte van de middeleeuwse symboliek met zich mee. De toren was het ultieme teken van macht en onverzettelijkheid. Door dit specifieke motief in grote getale op een ‘pronkgordel’ aan te brengen, hulde de drager zich letterlijk in een symbolische vestingmuur.
Symboliek van brons. Terwijl de allerrijksten kozen voor goud of zilver, bood dit bronzen beslag de opkomende burgerij en de lagere adel de kans om hun status te tonen. Het brons glom destijds als goud aan de heup, waar de ’torens’ waakten over de kostbaarheden die aan de riem hingen: – De beurs met zuurverdiende munten. – Het eetmes, onmisbaar voor elke maaltijd. – De sleutels van de kist waarin de meest persoonlijke bezittingen lagen.
De drager als vesting. Het dragen van dit ’torenbeslag’ was een statement van waakzaamheid. Net zoals de echte torens de stad beschermden tegen vijanden, bood de versierde gordel de drager een gevoel van spirituele en sociale bescherming. Het vormde de grens tussen de persoon en de buitenwereld.
Vandaag de dag herinnert dit geoxideerde stukje brons ons aan een tijd waarin elk detail aan de kleding een verhaal vertelde. Het is een klein, maar krachtig overblijfsel van een wereld waarin architectuur, status en bijgeloof samenkwamen aan een simpele leren riem.
Lit: Der Gürtel Function und symbolic eines kleidingstucks in antike und mittelalter; Honderden … Middeleeuwse mode in metaal ‘ sierbeslag op riemen en tassen uit de Nederlanden 1300 – 1600
Antoninus Pius, geboren in Lanuvium op 19 september 86 in het huidige Nîmes (Nemausus), is misschien wel de meest succesvolle keizer. Hij was Romeins keizer van 138 tot 161. In zijn 22 jaar lange regeerperiode kende het Romeinse Rijk vrede en voorspoed. Hij was barmhartig en progressief. Het gaf hem zelfs de naam Pius de Vrome. Hij werd op 51-jarige leeftijd geadopteerd door Hadrianus. Dat was in die tijd gebruikelijk als er geen goede alternatieven waren uit de eigen bloedlijn. Zelf adopteerde hij Marcus Aurelius, die bovendien met zijn dochter Faustina trouwde, en Lucius Verus. Antoninus stierf op 7 maart 161 te Lorium op 74-jarige leeftijd een natuurlijke dood.
De Zwaardschede-beschermer: Fries-Gronings Vakmanschap. Een zwaard was in de middeleeuwen een kostbaar bezit dat uiterste zorg vereiste. Om zowel de drager te beschermen tegen het scherpe metaal als het wapen zelf te behoeden voor vocht en schade, werd gebruikgemaakt van een vernuftig samengestelde schede. De zwaardschedepuntbeschermer (ook wel zwaardkapje genoemd) vormde hiervan het cruciale sluitstuk.
Een Uniek Regionaal Product. Hoewel zwaarden overal werden gedragen, is dit specifieke type ‘opengewerkte’ beschermer een typerend regionaal product. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in de noordelijke provincies Friesland en Groningen. Archeologisch onderzoek, waaronder belangrijke vondsten aan de Eewal en Zuupsteeg in Leeuwarden, bevestigt dat deze kapjes hun hoogtijdagen kenden tijdens de Volle Middeleeuwen (ca. 1050 – 1250 na Chr.). Dat deze objecten veelvuldig zijn opgenomen in het PAN-register (Portable Antiquities Netherlands) onderstreept hun historische waarde voor de noordelijke regio.
Vorm en Functie. De opbouw van een schede was in de basis door de eeuwen heen consistent: De kern: Dunne houten spaantjes die het lemmet omsloten. De bekleding: Een afwerking van textiel of leer voor duurzaamheid.
Het beslag: Een ‘mondblik’ aan de bovenzijde voor de insteek en een stevig metalen kapje aan de onderzijde.
Het kapje op de afbeelding is niet alleen functioneel – het voorkwam dat de scherpe punt door het leer of hout heen prikte – maar diende ook als versiering. De specifieke vorm en de decoratieve uitsparingen (het opengewerkte karakter) zijn kenmerkend voor de stijl uit deze periode. Ze bieden archeologen een betrouwbare indicatie voor de datering van de context waarin ze gevonden worden.
Veiligheid door de eeuwen heen. De geschiedenis van de schedebeschermer is zo oud als het gebruik van metalen wapens zelf. Zodra de mensheid messen, dolken en zwaarden ging smeden, ontstond de behoefte om deze veilig te kunnen dragen. Deze Noord-Nederlandse vondsten herinneren ons aan een tijd waarin esthetiek en veiligheid hand in hand gingen in de uitrusting van de middeleeuwse mens.
Marcus Cassianius Latinius Postumus, kortweg Postumus, werd geboren tussen 215 en 225. Hij was een Romeins keizer van de zomer van 260 tot begin 269. Hij was heerser over het Gallische Keizerrijk in oppositie tegen de keizers Gallienus en Claudius Gothicus en dus een usurpator keizers. Postumus wordt door de meeste bronnen beschreven als een goede keizer. Hij wist met succesvolle veldtochten de Franken af te slaan en zo de westelijke provincies bij elkaar te houden. Er is niet veel bekend over het vroege leven van Postumus, maar men gelooft dat hij een Bataaf van eenvoudige komaf was, die door eigen bekwaamheid door de rangen van het leger opklom. Zijn geboorteplaats Deusone zou volgens sommigen het huidige Diessen, een dorp ten zuidoosten van het huidige Tilburg geweest kunnen zijn. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk aangezien in Diessen geen aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd zijn aangetroffen. Het lijkt wel zeker dat Postumus zich nauw verwant voelde met de god Hercules Deusoniensis. Tijdens zijn bijna tienjarige ambtsperiode droegen 26 verschillende muntslagen beeltenissen van deze god. Volgens sommige historici stond Deusoniensis voor het riviersysteem van de Dieze of nog breder dat van Dieze en Dommel, aangezien de Dieze nog tot in de Middeleeuwen als de hoofdstroom van dit riviersysteem werd gezien. Hij was na 254 onder andere actief in het bestrijden van binnengevallen Franken en Alemannen. Om oorlog te kunnen voeren in het Oosten had keizer Valerianus I in 254 behoefte aan goed getrainde legionnairs. Hij onttrok daarom verscheidene van de beste eenheden aan de verdediging van de Rijngrens, met grote gevolgen. De Franken en Alemannen vielen al spoedig aan en lijken enige tijd vrij spel te hebben gehad. De archeologie laat zien wat er in 256 gebeurde. Een groot aantal Romeinse forten aan de Neder-Rijn werden verwoest. Krefeld en Augusta Treverorum (Trier) werden geplunderd, allen Keulen bleef dankzij zijn dikke muren gespaard. Daarna wist keizer Gallienus, de zoon van Valerianus en van 253-260 medekeizer, de Franken weer uit Gallië te verdrijven. Hij heroverde Augusta Treverorum (Trier) en reorganiseerde de verdediging van Germania Superior en Gallia Belgica. Postumus speelde bij deze strijd zeer waarschijnlijk met name in Germania Inferior een belangrijke rol. Uiteindelijk werd Postumus door keizer Valerianus I in de positie van keizerlijk legaat van Germania Inferior benoemd. Postumus begon zijn vijfde consulaat op 1 januari 269, maar het leger in Germania Superior, dat niet gelukkig was met Postumus’ beslissing om geen mars op Rome te ondernemen ter ondersteuning van Aureolus, schaarde zich begin 269 achter een usurpator. De uitverkorene was Laelianus, een van de topmilitairen binnen het bewind en de gouverneur van de provincie Germania Superior. Laelianus werd in Mogontiacum (Mainz) tot keizer uitgeroepen door het lokale garnizoen en de nabij gelegen troepen (Legio XXII Primigenia). Hoewel Postumus in staat bleek om Mogontiacum snel in te nemen en Laelianus te doden, kon hij zijn eigen troepen niet in de hand houden. Omdat hij hen niet toestond om de stad Mogontiacum te plunderen, keerden zij zich tegen hem en doodden hem en zijn zoon Postumus Junior in Gallië.