Gevonden door Martijn Aarts

Materiaal: brons
Diameter: 18 mm
Gewicht: 3,5 gr
Voorzijde: Buste met diadeem, mantel en ketting naar rechts. Tekst: FL HELENA-AVGVSTA
Keerzijde: Securitas staande naar links, in de rechterhand een hangende tak en met de linkerhand de zoom van haar gewaad optillend. Tekst: SECVRITAS-REIPVBLICE en in de afsnede het muntteken STRE
Slagplaats: Trier
Lit: 508, S; Sear 16594
Gedetermineerd door Andre van Erkom en Eric Aerts
Flavia Julia Helena (Augusta), Helena van Constantinopel of Sint-Helena geboren in ca. 246/248 was de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote. Aan haar wordt de ontdekking van diverse voor het christendom belangrijke relikwieën toegeschreven, zoals het kruis waaraan Jezus stierf. Ze wordt binnen het oosters-orthodoxe en rooms-katholieke christendom vereerd als heilige. Helena maakte kennis met de Romeinse militair Constantius Chlorus en baarde een zoon, Constantijn, die door Constantius ook als zijn zoon werd beschouwd. Na de echtscheiding trouwde Constantius vervolgens met de stiefdochter van keizer Maximianus en werd later zelf keizer. Na zijn dood in 306 volgde zoon Constantijn hem op en werd Helena, als moeder van de keizer, een belangrijke figuur aan het keizerlijk hof, dat zich toen in Trier (Augusta Treverorum) bevond. In het jaar 324 kreeg ze van keizer Constantijn de eretitel ‘Augusta’. Helena bekeerde zich tot het christendom, haar zoon niet. Omstreeks het jaar 325 ondernam ze een ontdekkingsreis door het oosten van het Romeinse Rijk. Volgens de beschrijving die kerkvader Eusebius van Caesarea en Bisschop Ambrosius van Milaan van haar ontdekkingsexpeditie door Palestina geeft in zijn Vita Constantini, hield ze zich bezig met bidden, het uitreiken van aalmoezen, het bezoeken van heilige plaatsen en het stichten van kerken. Verder had ze zich voorgenomen het ware graf van Jezus te vinden, wat haar zou zijn gelukt. Volgens de overlevering wist Helena tevens het Heilig kruis, het kruis waaraan Jezus stierf, op te sporen. De vindplaats van het Heilige Kruis werd haar in een droom aangewezen, waarna ze het Heilig Kruis terugvond. Dit kruis kreeg aanvankelijk – nog steeds volgens de overlevering – een plaats in de Heilige Grafkerk, terwijl de bijbehorende spijkers zouden zijn verwerkt in het bit van Constantijns favoriete paard. Ze zou ook de Heilige Trap naar Rome hebben laten overbrengen. Deze trap zou deel uitgemaakt hebben van het pretorium van Pontius Pilatus in Jeruzalem. Jezus zou er dus bij zijn passie overheen gelopen hebben. Ook nam ze de stoffelijke resten van de Drie Koningen mee terug naar Constantinopel, waarna deze in 344 aan de stad Milaan werden geschonken. Delen van de Vita Constantini stemmen overeen met historische feiten, het grootste deel van Eusebius’ relaas is echter geschreven en bedoeld als stichtend verhaal voor een christelijk publiek. Volgens de Gesta Treverorum zou Helena de zogenaamde Heilige Tuniek, het uit één stuk geweven kleed van Jezus, naar Trier hebben overgebracht. Ze bewoonde daar samen met haar zoon en zijn familie een paleis, waarvan de troonzaal, de Basilica van Constantijn, nog bestaat. De Heilige Tuniek bevindt zich nog steeds in een aparte kapel van de Dom van Trier, waarvan een deels bewaard gebleven voorloper eveneens door Constantijn gebouwd werd. In 330, kort na haar terugkeer uit het Heilige Land stierf Helena.