Hoedenspeld / Geuzenpenning, genoemd naar ” Halve maan van Boisot “: ca. 1574

Gevonden door Martine Delplace

martine1.1 martine1

Materiaal: koper

Afmetingen: 28 mm / 36 mm

Gewicht: 9,2 gr

Voorzijde: Gelegen op een maanvormig plaatje, met een gezicht, met baard en snor. De buitenrand versiert met parel-motief. Tussen twee gladde halve cirkels de tekst en datering: LIEVER TVRX DAN PAVS ; Liever Turk dan paus (Paaps)

Keerzijde: Gelegen op een glad maanvormig plaatje. Twee klippen voor vastzetting waarvan één klip afgebroken.

Datering: z.j. ca. 1574

Aanmaakplaats: z.pl. onbekend.

Deze penningen werden “Halve maan van Boisot” genoemd omdat de geuzen van de geuzenvloot onder bevel van Lodewijk van Boisot ze aan hun hoeden droegen bij het ontzet van Leiden in 1574. 

Met hun strijdkreet ‘Liever Turks dan Paaps’ keerden de watergeuzen zich tegen het Spaanse gezag. Naast een belediging van de Spaanse koning en de kerk van Rome, spreekt uit deze leus ook het verlangen naar religieuze tolerantie. Een object met een verhaal.

De protestantse watergeuzen lieten met een penning in de vorm van een halve maan en de leus “Liver Turcx dan Paus” weten dat ze de tolerantie van de Ottomaanse heersers in Turkije verkozen boven de katholiek onderdrukking door de Spaanse koning Filips II. Behalve op penningen vinden we deze leus ook terug in geuzenliederen en werd hij gebruikt tijdens hagepreken (preken in een open veld). Daarnaast is de vorm van de penning opvallend: een wassende maan, hét symbool van de islam en het Ottomaanse Rijk. Ook uit het tweede deel van het devies, ‘En despit de la mes’ (‘minachting voor de Mis’) spreekt duidelijk een belediging aan het adres van de katholieken. Tegelijkertijd is de leus een verwijzing naar de (vermeende) religieuze tolerantie van de ‘Turken’. Onder de Ottomaanse Sultan zou niemand om zijn geloof vervolgd worden. Tegen betaling van een kleine belasting konden joden en christenen hier, onder bescherming van de overheid, hun geloof belijden. In de ‘Spaanse Nederlanden’ daarentegen werden protestantse christenen bruut vervolgd en op ketterij – het volgen van de nieuwe godsdienst – stond de doodstraf. Aan mensen die zich, net als de watergeuzen, tegen dergelijke (religieuze) intolerantie verzetten, wordt ook nu nog jaarlijks een geuzenpenning toegekend.

Referentie

Gedetermineerd door Paul Callewaert