Gevonden door ?

Materiaal: koper
Diameter: 22 mm
Gewicht: 2,95 gr
Voorzijde: Tulpkrans met rozet boven en onder en 2 bollen links en rechts (1). Tekst: • / TRANS / ISVLA / • NIA •/ •

Keerzijde: Gekroond wapen van Overijssel (2), hierin staat een klimmende leeuw met op de achtergrond een golvende lijn wat de rivier de Ijssel moet voorstellen. De rand van het wapen is versierd. Dit type is MET tulpkrans op het wapen.


Wapen van Overijssel
Muntmeesterteken: rozet, leeuw of munthaak ( alleen de laatste slechts zelden op deze duiten gebruik )
Muntmeester: Hendrik Weijntges, enige tijd samen met zoon Johan 1590 – 1611
Dit type zonder jaartal heeft nu wel een gedeeltelijke tulpkrans om het wapenschild. De kroon is ook iets gewijzigd ten opzichte van het vorige type. Deze heeft nu kleinere klaverbladvormen naast de middelste lelie en geen punten daar tussen in. Het Latijnse omega teken komt op deze typen nu voor het eerst voor in de tekst. Een interessante variant is het type met een zogenaamde tinhaak/munthaak i.p.v. twee bollen links en rechts in de tulpkrans op de voorzijde. Deze tinhaak werd als muntmeesterteken gebruikt door Hendrik Weijntges. Het gewicht van deze duiten schommelt tussen de 1,3 en 2,35 gram. De zwaardere exemplaren kunnen de vroegste uit deze emissie zijn waarna steeds de muntvoet werd aangepast naar die van de overige provincies en steden. Er komt een vervalsing voor van dit type duiten zonder jaartal waarvan de herkomst niet zeker is. Het zijn mogelijk exemplaren geslagen te Stevensweert, zie HIER een afbeelding.
Wettelijk voorschrift: Op 6 februari 1612 kreeg muntmeester Weijntges vergunning van de Ridderschap en Steden om voor hoogstens 600 Karolusguldens aan duiten te slaan op de voet zoals gebruikt in andere provincies. Reeds eerder zijn emissies geslagen, mogelijk als voortzetting van de toestemming van 21 december 1596 maar op een andere (lichtere) muntvoet. Zo werd op 17 juli 1607 in de Staten van Holland geklaagd dat er te lichte duiten werden geslagen te Kampen die met tonnen vol verspreid werden over het land. Nog op 3 augustus 1609 verzochten de Staten-Generaal om inlichtingen te verschaffen over het gerucht dat er koperen duiten op de Landschapsmunt geslagen zouden worden.
OVE.10
Gedetermineerd door Eric Aerts