Gevonden door Irvin Baute

Materiaal: koper
Diameter: 21 mm
Gewicht: 2,59 gr
Voorzijde: •D• GEL RIÆ in drie regels met daaronder het jaartal 1739 en het muntmeesterteken springend paard welke tussen twee rozetten is geplaatst. De tekst is voluit: ducatus Gelriæ, wat betekent: hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN. DEO. SP. NOS. (of variant). Voluit: in Deo spes nostra, wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntmeester: Johan Hensbergen 1732 – 1748
Muntmeesterteken: steigerend paard
Slagplaats: Harderwijk ?
In 1738 werd er op de Veluwe een kopermolen opgericht waar Holland als proef muntplaatjes bestelde en deze “1 ten 100 goedkoper bevond dan dat uit Zweden”. Voor het kopergeld werd dus veelal koper uit Zweden aangevoerd. Of Gelderland voor de duiten uit 1739 en 1740 ook muntplaatjes heeft gebruikt van de kopermolen op de Veluwe is niet duidelijk. Waarschijnlijk was dit wel het geval aangezien in 1754 een resolutie werd aangenomen op voorspraak van Gelderland om voortaan op de binnenlandse kopermolens duitplaatjes te kopen.
GEL.142
Gedetermineerd door Eric Aerts