Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: biljoen / koper
Diameter: 16 mm
Gewicht: 0,6 gr
Voorzijde: Gedeeltelijk binnen een parelcirkel een gevleugelde engel ten halve lijve met voor zich het wapenschild van de stad Utrecht. Tekst tussen twee parelcirkels: CIVITAS*TRAIECT
Keerzijde: Gedeeltelijk binnen een parelcirkel de figuur van de heilige Sint Maarten op een paard naar links, hij snijd met zijn zwaard een stuk van zijn mantel af. Tekst tussen twee parelcirkels: An – Dn – I – (15)09
Datum: 1509
Slagplaats: Utrecht

Duiten of “doytkens” geslagen met een zeer laag zilvergehalte. Het jaar 1517 is geslagen met de 7 in het middeleeuwse schrift. Deze muntjes staan o.a. beschreven in het boek van F. Pietersen waarin dit muntje voorkomt als nummer 18. Het jaartal 1517 komt hier echter niet in voor en wordt wel in de handel aangeboden als zijnde R3 (uiterst zeldzaam). Het jaartal 1518 is ook recent terug gevonden, zie hier en hier een afbeelding. Deze muntjes komen voor met een klop van de Duitse stad Werl waardoor zij aldaar waarschijnlijk voor 3/8 pfennig mochten blijven rouleren. Zie hier nog een exemplaar met een mooie duidelijke klop.
Op 3 februari 1523 werd in het buurspraakboek vermeld dat de koers van de duiten van vóór 1523 verlaagd werd naar braemschen (in waarde gehalveerd). Bij juli 1524 staat er in een verdere vermelding dat de gehalveerde duiten niet meer als betaling aangenomen behoefden te worden omdat er genoeg duiten waren aangemunt van een nieuw type. Hiermee is waarschijnlijk de duit met het jaar 1523 van het type UTR.5.1 bedoeld die echter maar over een periode van ca. een half jaar geslagen is. Of er in die korte periode werkelijk genoeg zijn geslagen om deze duitjes te vervangen lijkt onwaarschijnlijk.
De engel die het wapen vasthoud op de voorzijde van deze muntjes zal ongetwijfeld zijn afgeleid van de Duitse Schrikkelbergers (engelgroschen). Dit waren zilveren munten van hoog gehalte geslagen door Frederik III van Saksen (1487-1525) en zijn mederegenten.
UTR.4
Lit: De Mey 389; Pietersen 18; van der Chijs 26.22
Gedetermineerd door rimidi














