Gevonden door Yves Rutten

Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gedrapeerde buste naar rechts. Tekst: IVLIA AVGVSTA
Keerzijde: Pietas staande naar links, beide handen opheffend een altaar. Tekst: PIETAS PVBLICA
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 574; RSC 156; BMC 69
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Julia Domna werd geboren ca. 160 in de Romeinse provincie Syrië als dochter van Julius Bassianus, hogepriester van de El Gebal zonnegodcultus van Emesa. Was Romeins keizerin van 193 tot aan haar dood in 217. Als jonge vrouw reisde zij naar het westen en trouwde in 187 met de Noord-Afrikaanse Lucius Septimius Severus die later keizer van Rome zou worden. In 188 en 189 kregen zij twee zonen, Caracalla en Geta. Toen Septimius Severus in 193 door de senaat tot keizer werd uitgeroepen, kreeg zij de titel Augusta (keizerin). Zij reisde met haar man mee op zijn veldtochten en kreeg daarom in 195 de titel Mater Castrorum (moeder van de forten of legerkampen). Na de dood van Septimius Severus in 211, kende de senaat haar de tot dan toe ongekende en grandiose titels Mater Senatus en Mater Patriae toe (Moeder van de Senaat en Moeder des Vaderlands). Toen haar zoons beiden keizer waren geworden, was hun walging voor elkaar zo groot geworden dat ze besloten het rijk te verdelen in een oostelijk, met Geta als keizer, en westelijk deel, met Caracalla als keizer. Julia Domna kwam echter tussenbeide en verhinderde de splitsing (“Jullie kunnen misschien het rijk wel tussen jullie verdelen, maar niet jullie moeder!”). In december 211 werd zij door Caracalla verraden nadat zij op zijn voorstel een ontmoeting tussen haar twee zoons had geregeld – zogenaamd om de geschillen bij te leggen. Maar na Geta’s aankomst werd hij voor haar ogen, waarschijnlijk zelfs in haar armen, door Caracalla’s soldaten vermoord. Toen uiteindelijk ook haar oudste zoon werd vermoord (zij verbleef toen in Syrië), was zij wanhopig en overwoog zelfmoord, maar zag hiervan af toen Macrinus haar te kennen gaf dat zij haar titels kon behouden. Zij begon echter een campagne tegen Macrinus, die haar daarop naar Rome verbande. Daar aangekomen met de as van haar zoon, pleegde zij uiteindelijk alsnog zelfmoord door in hongerstaking te gaan.

