Gevonden door Tom Maertens ( ID-222325 )


Materiaal: brons met millefiori inleg
Diameter: 28 mm
Gewicht: 8,5 gr

Lit: Fibulae uit de lage landen
Vermoedelijke determinatie !
Gedetermineerd door Brynckminator Brynckminator
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Mathieu Vens ( ID-200500 )


Materiaal: zilver
Diameter: 20 mm
Gewicht: 1,8 gr
Voorzijde: Gedrapeerde buste met baard en stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C POSTVMVS P F AVG
Keerzijde: Serapis staande naar links, rechterhand omhoog en houdt een scepter vast in de linkerhand. Tekst: SERAPI COMITI AVG
Slagplaats: Keulen
Lit: RIC V 329; Schulzki 90; RSC 360a; Cunetio 2437; Elmer 383; Sear 10991.
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Marcus Cassianius Latinius Postumus, kortweg Postumus, werd geboren tussen 215 en 225. Hij was een Romeins keizer van de zomer van 260 tot begin 269. Hij was heerser over het Gallische Keizerrijk in oppositie tegen de keizers Gallienus en Claudius Gothicus en dus een usurpator keizers. Postumus wordt door de meeste bronnen beschreven als een goede keizer. Hij wist met succesvolle veldtochten de Franken af te slaan en zo de westelijke provincies bij elkaar te houden. Er is niet veel bekend over het vroege leven van Postumus, maar men gelooft dat hij een Bataaf van eenvoudige komaf was, die door eigen bekwaamheid door de rangen van het leger opklom. Zijn geboorteplaats Deusone zou volgens sommigen het huidige Diessen, een dorp ten zuidoosten van het huidige Tilburg geweest kunnen zijn. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk aangezien in Diessen geen aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd zijn aangetroffen. Het lijkt wel zeker dat Postumus zich nauw verwant voelde met de god Hercules Deusoniensis. Tijdens zijn bijna tienjarige ambtsperiode droegen 26 verschillende muntslagen beeltenissen van deze god. Volgens sommige historici stond Deusoniensis voor het riviersysteem van de Dieze of nog breder dat van Dieze en Dommel, aangezien de Dieze nog tot in de Middeleeuwen als de hoofdstroom van dit riviersysteem werd gezien. Hij was na 254 onder andere actief in het bestrijden van binnengevallen Franken en Alemannen. Om oorlog te kunnen voeren in het Oosten had keizer Valerianus I in 254 behoefte aan goed getrainde legionnairs. Hij onttrok daarom verscheidene van de beste eenheden aan de verdediging van de Rijngrens, met grote gevolgen. De Franken en Alemannen vielen al spoedig aan en lijken enige tijd vrij spel te hebben gehad. De archeologie laat zien wat er in 256 gebeurde. Een groot aantal Romeinse forten aan de Neder-Rijn werden verwoest. Krefeld en Augusta Treverorum (Trier) werden geplunderd, allen Keulen bleef dankzij zijn dikke muren gespaard. Daarna wist keizer Gallienus, de zoon van Valerianus en van 253-260 medekeizer, de Franken weer uit Gallië te verdrijven. Hij heroverde Augusta Treverorum (Trier) en reorganiseerde de verdediging van Germania Superior en Gallia Belgica. Postumus speelde bij deze strijd zeer waarschijnlijk met name in Germania Inferior een belangrijke rol. Uiteindelijk werd Postumus door keizer Valerianus I in de positie van keizerlijk legaat van Germania Inferior benoemd. Postumus begon zijn vijfde consulaat op 1 januari 269, maar het leger in Germania Superior, dat niet gelukkig was met Postumus’ beslissing om geen mars op Rome te ondernemen ter ondersteuning van Aureolus, schaarde zich begin 269 achter een usurpator. De uitverkorene was Laelianus, een van de topmilitairen binnen het bewind en de gouverneur van de provincie Germania Superior. Laelianus werd in Mogontiacum (Mainz) tot keizer uitgeroepen door het lokale garnizoen en de nabij gelegen troepen (Legio XXII Primigenia). Hoewel Postumus in staat bleek om Mogontiacum snel in te nemen en Laelianus te doden, kon hij zijn eigen troepen niet in de hand houden. Omdat hij hen niet toestond om de stad Mogontiacum te plunderen, keerden zij zich tegen hem en doodden hem en zijn zoon Postumus Junior in Gallië.
Gevonden door Axel Vroling ( ID-200186 )


Materiaal: brons
Diameter: 25 mm
Gewicht: 8,30 gr
1. Algemene Informatie
Objecttype: Sierbeslag / Hanger (onderdeel van het paardentuig).
Vormtype: Pelta-vormig (halfmaanvormig, afgeleid van het Griekse/Amazonen-schild).
Materiaal: Brons (koperlegering), vaak gegoten. In sommige gevallen vertind of verzilverd voor extra glans.
2. Typologie en Kenmerken
Het beslag kenmerkt zich door de karakteristieke pelta-vorm: een symmetrische, halvemaanvormige structuur met vaak naar binnen krullende uiteinden (voluten).
Decoratie: Vaak gecombineerd met andere symbolen zoals de lunula (maansikkel) of, zoals in jouw voorbeeld te zien is, fallische elementen.
Bevestiging: Aan de achterzijde bevinden zich vaak nokjes of oogjes waarmee het beslag op de leren riemen van het hoofdstel of de borstriem van het paard werd gemonteerd.
3. Functionele en Symbolische Context
Gebruik: Dit beslag maakte deel uit van het militaire harnachement. Het diende niet alleen om de status van de ruiter te tonen, maar had ook een apotropaïsche functie: het afweren van het onheil en het brengen van geluk (het “boze oog” weren).
Vindplaatsen: Veelvoorkomend langs de Limes (zoals in de Rijndelta). De vondst in Celles-lez-Waremme (België) uit afbeelding toont aan dat dit type beslag ook in rijke grafgiften (paardengraven) voorkwam, wat duidt op de hoge waarde die eraan werd gehecht.
4. Wetenschappelijke Referentie
Johan Nicolay (Armed Batavians, 2007) essentieel voor dit type materiaal. Nicolay beschrijft hoe dit soort “militaire” uitrustingsstukken door de lokale elite (zoals de Bataven) werden geadopteerd als statussymbool. Het peltamotief bleef gedurende de 2e en 3e eeuw een dominant decoratief element in de Romeinse militaire mode, waarbij de overgang van puur functioneel naar rijk versierd beslag duidelijk zichtbaar is.
Datering: 2e eeuw tot 3e eeuw n.Chr. (hoogtijdagen van dit specifieke militaire decoratietype).

Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Martijn Aarts ( ID-199732 )


Materiaal: ijzer
Afmetingen: 30 mm / 290 mm
Gewicht: 192 gr


Ijzeren Speerpunt met ruitvormig blad , met driehoekige en of ruitvormige doorsnede met een grotendeels van sleuven voorziene huls, verspreiding Romeins rijk, datering: Midden-Romeinse keizertijd, met de nadruk op de 2e eeuw en 3e eeuw n.Chr.
Lit: Pfeil und Lanzen spitzen erkennen Bestimmen Beschreiben. Blz 188 (3.2.1.3.32) (Blz 37 )
Gedetermineerd door Marco Sanders
Gevonden door Axel Vroling ( ID-199723 )


Materiaal: koperlegering
Diameter: 12 mm
Gewicht: 1,48 gr
Techniek: massief gietwerk
Omschrijving & kenmerken: Het object betreft een ronde sierniet met een vlakke tot licht bolle bovenzijde. Opvallend is de meegegoten ronde stift aan de achterzijde, een kenmerk dat bij middeleeuws beslag (vaak met omgebogen lipjes of gesmede dunne pennen) minder frequent voorkomt in deze robuuste vorm. Het gietsel vertoont de typische densiteit en afwerking die we associëren met Romeins militair of civiel lederbeslag (balteus of paardentuig).
Decoratie: De bovenzijde is voorzien van een subtiel decor bestaande uit minimale lijnpatronen. Hoewel de slijtage een exacte identificatie bemoeilijkt, wijst de geometrische opzet eerder op een klassieke dan op een gotische of post-middeleeuwse traditie.
Datering: Vermoedelijk Romeins (1ste – 3e eeuw n. Chr.), met een sterke afwijking van laatmiddeleeuwse vormgeving.
Gedetermineerd door Wessel Spoelder
Gevonden door Axel Vroling ( ID-193204 )


Materiaal: brons
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2,31 gr
Voorzijde: Gedrapeerde buste met kuras en stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C VICTORINVS PF AVG
Keerzijde: Pas gaande naar links met in de rechterhand een olijftak en in de linkerhand een scepter. Tekst: PAX AVG
Slagplaats: zuidelijke muntplaats
Lit: RIC V-2, 55
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Marcus Piav(v)onius Victorinus, gekend als Victorinus, geboortedatum onbekend. Was Romeins keizer en heerste over het Gallische keizerrijk in de periode 269-271. Victorinus was een goede soldaat en had een mooie carrière onder Postumus, met wie hij 267 en 268 het consulschap van het Gallische keizerrijk deelde. Zijn familie was waarschijnlijk rijk, aangezien Victorinus’ moeder na zijn dood een nieuwe keizer aanwees en de soldaten daarvoor omkocht. Victorinus werd na de dood van Marius in de herfst van 269 tot keizer benoemd. Hij werd niet erkend in Hispania; die provincie sloot zich weer aan bij het Romeinse rijk. In 270 besloot de stad Augustodunum Haeduorum (Autun) zich ook bij het Romeinse Rijk te voegen. Victorinus belegerde de stad gedurende 7 maanden, waarna de stad in de zomer zich overgaf en geplunderd werd. Na deze overwinning ging Victorinus terug naar Keulen, waar hij begin 271 vermoord werd door kwartiermeester Attitianus, mogelijk omdat Victorinus, door veel bronnen beschreven als op zijn minst een rokkenjager, diens vrouw had proberen te verleiden. Zijn opvolger, Tetricus I werd door de moeder van Victorinus, Victoria, benoemd. Van een andere troonpretendent in deze periode, Domitianus, is weinig bekend. Mogelijk is hij na de dood van Victorinus kortstondig keizer geweest.
Gevonden door Axel Vroling ( ID-190860 )

Materiaal: biljoen ?
Diameter: 17 mm
Gewicht: 3,27 gr
Voorzijde: Gedrapeerde buste met kuras en stralenkroon naar rechts: Tekst: IMP C TETRICVS P F AVG
Keerzijde: Pax staande naar voor met haar hoofd naar links, in haar rechterhand een olijftak en in haar linkerhand een scepter. Tekst: PAX AVG
Slagplaats: Trier ?
Lit: RIC 100, AGK (corr.) 8b. Cunetio 2603. Elmer 77
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Gaius Pius Esuvius Tetricus, bekend als Tetricus I, was een keizer over het Gallische keizerrijk, een opstandig deel van het Romeinse keizerrijk, van lente 271 tot de herfst van 274 en was (samen met zijn zoon Tetricus II) de laatste die regeerde over het separatistische Gallische keizerrijk. Tetricus was een senator die in een adellijke familie van Gallische afkomst werd geboren. Hij werd in 270 tot de bestuurlijke positie van praeses provinciae (provinciale gouverneur) van Gallia Aquitania benoemd. Een functie die hij op het tijdstip van de moord op Victorinus (begin 271) nog steeds bekleedde. Vanuit de hoofdstad Colonia Claudia Ara Agrippinensium slaagde Victorinus’ moeder, Victoria er in om de politieke situatie na de dood van haar zoon in haar greep te krijgen. Door haar invloed als moeder van de dode keizer (en een grote hoeveelheid geld) wist zij het Gallisch keizerlijke leger in het voorjaar van 271 ervan te overtuigen om de afwezige Tetricus tot keizer uit te roepen. Tetricus stemde in Burdigala in met de nominatie door het leger en nam het keizersschap van het Gallische keizerrijk op zich. Tetricus was 3 maal consul, voor het laatst vanaf 1 januari 274, toen samen met zijn zoon, die hij in 273 tot Caesar had benoemd. Tetricus en zijn zoon vierden hun gezamenlijke consulaat op 1 januari 274. Daarna marcheerden zij met het Gallische keizerlijke regel vanuit de hoofdstad Augusta Treverorum zuidwaarts om Aurelianus, die optrok naar Noord-Gallië te ontmoeten. De beslissende slag vond eind februari 274, in de buurt van Catalaunum plaats. Daar werd het Gallisch keizerlijke leger vernietigend verslagen, een gebeurtenis die werd herinnerd als de Catalaunische catastrofe. Zowel Tetricus I als zijn zoon gaven zich over aan keizer Aurelianus. Latere keizerlijke propaganda verklaarde dat Tetricus in ruil voor hun beider leven al eerder had afgesproken om zich aan Aurelianus over te geven, maar de prijs hiervoor was het verraad van zijn leger nog vóór de strijd had plaatsgevonde. Het Gallische leger zou de strijd zelfs na da kennisgeving van Tetricus’ verraad nog hebben voortgezet. Men zegt dat Tetricus in zijn brief aan Aurelianus Vergilius citeerde: “eripe me his, invicte, malis” (“red mij onverslagen uit deze problemen”). In 274 maakte keizer Aurelianus een einde aan het opstandige rijk: in de slag bij Catalaunum werd in de herfst van 274 het Gallisch keizerlijke leger verslagen. Tetricus en zijn zoon gaven zich over en het rijk hield op te bestaan. Beiden werden meegevoerd in Aurelianus’ triomftocht, maar werden gespaard en stierven pas veel later in relatieve rust. Tetricus werd later nog gouverneur van Lucania en stierf op hoge leeftijd; zijn zoon werd een gevierd senator.
Gevonden door René Hoenselaer ( ID-187678 )

Materiaal: brons
Diameter: 25 mm
Gewicht: 11,4 gr
Voorzijde: Gedrapeerde buste met stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP CAES M AVR SEV ALEXANDER AVG
Keerzijde: De keizer staande naar links in militaire kleding, met een wereldbol in de rechterhand en een speer in zijn linkerhand. Tekst: P M TR P IIII COS P P en in het veld S-C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC IV 434; Cohen 274
Gedetermineerd door René Hoenselaer
Marcus Aurelius Severus Alexander, gekend als Severus Alexander werd geboren op 1 oktober 208 in Phoenicië. Hij was van 13 maart 222 tot aan zijn dood in maart 235 keizer van Rome. Hij was consul en princeps iuventutis, toen hij in 222 Heliogabalus opvolgde, die hem in 221 geadopteerd had. Hij stond sterk onder de invloed van zijn moeder Iulia Mammaea en zijn grootmoeder Iulia Maesa. Zorgvuldig opgevoed als hij was, streefde hij er ernstig naar een goed bewind te voeren, daarbij trouw geholpen door een troonraad, waarvan de juristen Paulus en Ulpianus deel uitmaakten. Zijn eerste regeringsjaren verliepen rustig. Het aanzien van de senaat steeg. Rechtspleging en onderwijs werden verbeterd, de handel bevorderd, ambtenaren bezoldigd. Nieuw was, dat voortaan ook de praefectus praetorio een senatoriaal gerechtelijk onderzoek kon leiden. Ondanks grote uitgaven, o.a. voor bouwwerken in Rome en wegenaanleg in de provincies, ondergingen de financiën een belangrijk herstel. Moeilijkheden berokkenden echter de soldaten, die onder Caracalla tot tuchteloosheid waren vervallen. De hoge donativa waarmee zij in het gareeel moesten worden gehouden, zijn kenmerkend voor hun grote invloed. In 228 vermoordden de praetorianen zelfs hun stenge gardeprefect Ulpianus. Het jaar daarop ontsnapte de consul Cassius Dio nauwelijks aan moordenaarshanden (later ging hij naar Bithynië, waar hij ook stierf (235)). In 235 reisde de keizer samen met zijn moeder naar Antiochë en bedwong daar enkele muiterijen. Ook bereidde hij er een actie voor tegen de Sassanide Ardasjir I, die Mesopotamië was binnengedrongen en Syrië en Cappadocië bedreigde. Na zijn triomf (233) wegens het herwinnen van verloren gebied riepen onheilsberichten hem naar de Rijn (235), waar zijn pogingen om vrede te kopen en zijn bevoorrechting van troepen uit het Oosten groot misnoegen wekten bij het leger. Dit schoof dan ook Maximinus Thrax als keizer naar voren. In opdracht van Maximinus werden Julia Mamaea en Severus Alexander in maart 235 in de buurt van Mogontiacum (het huidige Mainz) in hun tent in het legerkamp vermoord.
Gevonden door Jelle Lollinga

Materiaal: brons
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Met geponste insriptie. In het midden 2 ingesnoerde halve cirkels. Afgelijnde rand versierd met verticale groefjes. Naald afgebroken. Zit nog een zilveren ringetje aan
Sommige onderzoekers zien in de vorm van de fibula een gestileerde bliksemschicht, een vorm die trouwens ook voorkomt bij afbeeldingen van Jupiter. Sommige onderzoekers brengen ze onder in de groep van vertinde schijffibula met wangenscharnier. Deze fibula zijn of geëmailleerd of ze dragen een inscriptie, zoals deze (wat uiteraard bijzonder is). In het tijdschrift van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA Bulletin nr. 24) is een artikel opgenomen over een gelijkaardige fibula gevonden in Grobbendonk. – Van Den Hove Peter –
Gedetermineerd op facebook
Gevonden door Patrick Schuermans


Materiaal: vertind brons
Lengte: ca. 30 mm
Gewicht: ?

Tekening van Sylvia Mazereel
Met geponste insriptie: VIVAM SI VIS ‘ Ik zal leven als jij dat wilt ‘. In het midden 2 ingesnoerde halve cirkels. Afgelijnde rand versierd met verticale groefjes. Naald afgebroken.
Sommige onderzoekers zien in de vorm van de fibula een gestileerde bliksemschicht, een vorm die trouwens ook voorkomt bij afbeeldingen van Jupiter. Sommige onderzoekers brengen ze onder in de groep van vertinde schijffibula met wangenscharnier. Deze fibula zijn of geëmailleerd of ze dragen een inscriptie, zoals deze (wat uiteraard bijzonder is). In het tijdschrift van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA Bulletin nr. 24) is een artikel opgenomen over een gelijkaardige fibula gevonden in Grobbendonk. – Van Den Hove Peter –
Gedetermineerd en onderzocht door het agentschap Onroerend Erfgoed