Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: 23 mm / 40 mm
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Eric Aerts
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Toen Columbus en zijn bemanning op zoek waren naar een westelijke route naar Indië, landde hij op 12 oktober 1492 op een van de eilanden van de Bahamas in het Caraibisch gebied. Hij dacht echter dat hij Indië bereikt had en noemde de mensen die hij daar aantrof dan ook indianen. Toen hij zijn reis vervolgde kwam hij, in wat nu de staat Virginia is, in aanraking met indianen die gedroogde tabaksbladeren rookten in handgemaakte houten pijpen. De zeelieden namen deze gewoonte over en op lange zeereizen (met slecht voedsel en brak water) werd de honger stillende werking.
Via de zeevaart werd het roken geïntroduceerd in de Europese havensteden. Het roken van een pijp werd al snel door velen nagevolgd en er ontstond een bloeiende pijpnijverheid. De indianen gebruikte houten pijpen, in Europa werd gewerkt met witbakkende klei als grondstof, afkomstig uit België, Duitsland of Engeland. Voordat de klei verwerkt kan worden moet de klei eerst gezuiverd en gemalen worden. Hierna volgt een tijd van rust (besterven) en daarna werd de klei gerold. De “roller”, rolde met de hand de klei tot een sliert van de juiste dikte met een prop aan het einde. Na een paar dagen aanstijven, was dit halffabricaat geschikt voor verdere verwerking. Met een ijzerdraad werd het toekomstige rookkanaal gemaakt en werd het geheel in een metalen pijpmal geplaatst. De mal bestaat uit 2 helften die samen werden geklemd in een soort bankschroef en met een persvorm werd de holte van de pijpenkop erin geperst. De geperste pijp heeft nu zijn grove vorm gekregen en vervolgens werden oneffenheden weggewerkt en werd de pijp eventueel voorzien van een hielmerk, kartelrand of ander versiersel. De volgende stap is het bakken van de kleipijpen. Aangezien in die tijd ovens zeer prijzig waren, werd het bakken meestal door pottenbakkers gedaan. De laatste stap in het fabricageproces is de verpakking, meestal per gros en in papieren wikkels met de stempel van de maker erop.
De vorm van de kleipijp is afhankelijk geweest van een aantal factoren, de prijs van de tabak, de vaardigheid van de maker, de mode en de kwaliteit van de gebruikte materialen. In de 16e eeuw was ingevoerde Virginia-tabak nog erg prijzig en waren de pijpen dus klein. Naarmate deze tabak goedkoper werd, werd ook de diameter van de kopopening groter. Voorbeeld: rond 1580 – 1600 was de gemiddelde diameter van de kopopening ca. 9,5 mm. Rond 1700 was dit toegenomen tot ca. 16 mm. Ook was de techniek van het maken van een rookkanaal in de 16e eeuw nog in een pril stadium, dus waren de stelen toen overwegend dik en de diameter van het rookkanaal groot. Voorbeeld: rond 1580 -1600 was de gemiddelde diameter van het rookkanaal ca. 3,5 mm. Rond 1800 was deze afgenomen naar gemiddeld ca. 1,5 mm. Het eerste model is het type met een conische kop dat tot ca. 1670 gebruikt werd. Het zijn eenvoudige modellen met weinig versiering. Soms is een merkteken van de maker aangebracht of een eenvoudige versiering in de vorm van een roos aan de zijkant van de ketel. Op de volgende bladzijde staat een overzicht van de verschillende pijpvormen en de daarbij behorende (globale) datering. Vanaf ongeveer 1600 ontstaan er overal pijpmakerijen. In de 17e eeuw waren er nauwelijks pijpenmakers in Vlaanderen en was Vlaanderen sterk afhankelijk van import uit Holland”.
Na 1750 werd het maken van kleipijpen te duur en verschoof de interesse meer naar snuiftabak en sigaar. Later werd de sigaret een gangbaar genotsmiddel. Het maken van kleipijpen gebeurt nu alleen nog zeer klein schalig en hoofdzakelijk als toeristische attractie. Bron: Vereniging Oud Uitgeest en Hobby-Archeologie en metaaldetectie
Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: 23 mm / 40 mm
Gewicht: ?
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: 20 mm / 40 mm
Gewicht: ?
Wapen van Zeeland met letters WGB en Wapen van Groningen op andere zijde.
Vervaardiger: Wouter Groenenberg te Gorinchem, ca. 1756 – 1784
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Jean – pierre Schoutens

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: 26 mm / 60 mm
Gewicht: ?
Twee watergeuzen die een Spanjaard om het leven brengen / Victoria de godin van de overwinning met palmtak en de hoorn des overvloed.
Vervaardiger: Firma P. van der Want Gzn 1881 tot 1930 te Gouda
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Jean – pierre Schouten

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: 30 mm / 65 mm
Gewicht: ?
De godin Juno met Pauw / Een bruidspaar met hond
Vervaardiger: De Firma P. van der Want Gzn te Gouda
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Mark Boeckhout

Tekst op het steeltje: Scouflaire à Onnaing
Scouflaire was een fabrikant van kleipijpen uit het noorden van Frankrijk, regio Valenciennes. Actief in de 19e en 20e eeuw.
Gedetermineerd door Mark Boeckhout
Gevonden door Pierre Mannaert
Materiaal: rode pijpaarde
Hoogte: 40mm
Ketelopening: 19mm
Gewicht: 21 gram
Tekst: DE BEVERE KORTRYK
Tekst: DE BEVERE KORTRYK
De firma DE BEVERE in Kortrijk was van begin 1800 tot vlak na WO II actief.
Een beroemde telg uit de familie Maurice De Bevere, die onder de naam MORRIS het stripmakersvak in gegaan is en o.a wereldberoemd is geworden met de stripverhalen van Lucky Luke.
Gedetermineerd door Pierre Mannaert
Gevonden door Lien De Witte

Materiaal: pijpaarde
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Het merk GHL is in Schoonhoven gezet door G.H.L. Hilligers, die tussen ca 1770 en 1795 actief is geweest.
Gedetermineerd op facebook