Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje zonder zinspreuk, Hans Schultes I, ca. 1553 – 1584.

Gevonden door Nancy Van Orle

Materiaal: koperlegering

Diameter: 25 mm

Gewicht: 0,5 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten en ringetjes aan weerszijden van de buitenhoeken (Stalzer type 3) Tekst: (Rozet) HANS : SCVLTES : NOR(N :?)

Keerzijde: Afwisselend drie lelies en drie kronen om een centraal zesbladig roosje. Tekst: Waarschijnlijk variant op omschrift voorzijde.

rekenpenning-800

Lit: Niet beschreven in Mitchiner, Stalzer en Groenendijk & Levinson. Variant op Stalzer, blz. 71, No. 516, met ringetjes in de hoeken en SCVLTES in plaats van SCHVLTES ( zie voorbeeld ).

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, Egidius Krauwinckel, ca. 1570 – 1613

Gevonden door Nancy Van Orle

Materiaal: koperlegering

Diameter: 25 mm

Gewicht: 1 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten (Stalzer type 3) en stippen aan weerszijden van de buitenhoeken. Tekst: (lelie) EGIDI(V?S?) KRAVWINCKEL (N?V?)

Keerzijde: Om een zesbladig roosje, afwisselend drie lelies en drie kronen. Tekst niet goed leesbaar, mogelijk fictief.

Lit: Voorzijde: Stalzer, Rechenpfennige Band 1, blz. 122, No.190 variant. Geen voorbeeld.

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, anoniem, ca. 1500 – 1550.

Gevonden door Topvondsten Gerard

Materiaal: koperlegering

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een recht kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten zonder verdere zichtbare decoratie. Tekst: Geheel fictief met rozetten als interpunctie.

Keerzijde: Afwisselend drie kronen en drie lelies om een centraal vijfbladig roosje. Tekst: Geheel fictief met rozetten als interpunctie.

rekenpenning-800

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 381, No.1226 variant ( iets ander type kroon )

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, anoniem, ca. 1500 – 1550.

Gevonden door Filip Behiels

Materiaal: koperlegering

Diameter: 20,75 mm

Gewicht: 1 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een (gevoet) kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten zonder verdere zichtbare decoratie. Tekst: Geheel fictief.

Keerzijde: Afwisselend drie kronen en drie lelies om een centraal vijfbladig roosje. Tekst: Geheel fictief.

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 377 – 386

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, anoniem, ca. 1500 – 1550.

Gevonden door Topvondsten Gerard

Materiaal: koperlegering

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een (gevoet) kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten zonder verdere zichtbare decoratie. Tekst: Geheel fictief.

Keerzijde: Afwisselend drie kronen en drie lelies om een centraal vijfbladig roosje. Tekst: Geheel fictief.

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 377-386

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje met zinspreuk “Gott vertraut und auf ihn baut”, Wolf Lauffer II, ca. 1612 – 1651.

Gevonden door Nancy Van Orle

Materiaal: koperlegering

Diameter: 25 mm

Gewicht: 1,6 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten. Tekst: (rozet) GOT . VERTRAT . VND . AVE . IN . RAV . (Vertrouw op God en bouw op God) .

Keerzijde: Afwisselend drie lelies en drie kronen om een centraal vijfbladig roosje (lelie boven). Tekst: (rozet) WOLF . LAVEER . IN . NVRMPERG

rekenpenning-800

Lit: Groenendijk & Levinson, Nürnberger Rechenpfennige Band 2, blz. 73, No. 240

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, anoniem, ca. 1500 – 1550. Subtype ” met grote rijksappel en eenvoudig recht kruisje “.

Gevonden door Dirk Michiels

Materiaal: koperlegering

Diameter: 21 mm

Gewicht: 1,15 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een eenvoudig recht kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten. Tekst: Fictief .

Keerzijde:  Drie lelies en drie kronen om een centraal vijfbladig roosje. Tekst: Fictief

dirk1.2-800

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 378-379, No’s 1200 t/m 1214.

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, waarschijnlijk type Rijksappel/roosje, Hans Schultes II, ca. 1586 – 1603.

Gevonden door Christophe Derycker

Materiaal: koperlegering

Diameter: 21 mm

Gewicht: 1,1 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten. Aan weerszijden van de buitenhoeken van de driepas twee stippen (x3) Tekst: Rozet (persoonlijk teken van Hans Schultes II) HANS ? SCHVLTES ? M : AN :

Keerzijde: Niet goed determineerbaar, waarschijnlijk drie lelies en drie kronen om een centraal roosje. Tekst: niet leesbaar.

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 406 t/m 408. Stalzer, Rechenpfennige Band 1, 62 e.v. Opmerkingen: Omschrift voorzijde niet in Stalzer.

Gedetermineerd door Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje met zinspreuk “Glück beschert ist unverwehrt”, Hans Krauwinckel II, ca. 1586 – 1635.

Gevonden door Mark Boeckhout

Materiaal; koperlegering

Diameter: 25,61 mm

Gewicht: 2 gr

Voorzijde: Rijksappel met dubbele horizontale streep en daarboven een gevoet kruisje, binnen een dubbele vierpas met hoekpunten. Tekst: (rozet) GLVCK . BESCHERT . IST . VN . GEWERT

Keerzijde: Afwisselend drie kronen en drie lelies om een centraal zesbladig roosje. Tekst: (rozet) HANNS . KRAVWINCKEL . IN . NVRENB

rekenpenning1-800

Referentie

Lit: F. Stalzer, Rechenpfennige, Band 1, blz. 154, No.380. Mitchiner Volume I, blz. 435 e.v.

Gedetermineerd door Mark Boeckhout en Jan Ooms

Rekenpenning Neurenberg, type Rijksappel/roosje, anoniem, ca. 1500 – 1550

Gevonden door Rasim Nuhic

Materiaal: koperlegering

Diameter: 25 mm

Gewicht: ca. 2 gr

Voorzijde: Rijksappel met daarboven een (gevoet) kruisje, binnen een dubbele driepas met hoekpunten zonder verdere zichtbare decoratie. Tekst: geheel fictief.

Keerzijde: Afwisselend drie kronen en drie lelies om een centraal vijfbladig roosje. Tekst: geheel fictief.

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 377 – 386.

Gedetermineerd door Jan Ooms