Tremissis: ca. 630 – 675

Gevonden door Bart Verhelst

bart v1.1 bart v1

Muntheer: Onbekende Merovingische vorst

Materiaal: goud

Diameter: 14 mm

Gewicht: 1,27 gr

Voorzijde: In een parelcirkel een buste met diadeem naar rechts, onder de buste twee parels.  Tekst beginnend op ca. 7 uur: CHOT F(i)T, gemaakt te Hoei.

Keerzijde: In een parelcirkel een kruis op een trapeziumvormige voet met open basis en waarin een bol. Tekst beginnende op ca. 8 uur: BERTOAL.

Monetarius: Bertoaldus.

Datum: z.j. ca. 630 – 675

Slagplaats: Hoei. (CHOAE)

Opmerking: In januari 2016 een totaal van 26 variante exemplaren gekend (Arent Pol)

bart

Lit: variant van H Vanhoudt RBN 1982″ De merovingische munten in het penningkabinet…” nr 50var; Depeyrot Type 20-4Avar; Belfort 6131var

Gedetermineerd door rimidi

Tremissis: 2e helft 6e eeuw ( ca. 550 – 600 ? )

Gevonden door Carla van Duinen

carla2.1-800 carla2-800

Categorie: Merovingische periode: pseudo-imperiaal type = eerste fase (ca. 500-580/600)

Muntheer: onbekend, vermoedelijk (Franco-) Friezen in Centraal en Noord-Nederland

Materiaal: goud

Diameter: 15 mm

Gewicht: 1,41 gr

Voorzijde: Borstbeeld naar rechts (anoniem, geïnspireerd op Byzantijns voorbeeld met keizersportret); pseudo-omschrift (zinloze herhaling van lettertekens V, T en N afgewisseld door een minuscuul kransje) waarin titulatuur en naam van de keizer niet langer herkenbaar zijn.

Keerzijde: Aanziende Victoria-figuur met kransje en kruisje, in het veld een ster; pseudo-omschrift (zinloze herhaling van lettertekens V, T en O afgewisseld door een minuscuul kransje), in de afsnede vormen “o+o” of eventueel “Vo+oV” nog slechts een flauwe afspiegeling van de aanduiding CONOB op het voorbeeld.

Datum: 2e helft 6e eeuw (ca 550-600 ?)

Slagplaats: Onbekend, vermoedelijk in Centraal- en Noord-Nederland

carla

Lit: Belfort 5385 – 5386var; MEC. Grierson/Blackburn 373 – 375; van der Chijs Fr Pl I, tek 5

Gedetermineerd door A. Pol en rimidi

Tremissis: ca. 650 – 675

Gevonden door Jarne Lowie

jarne1 jarne1.1

Muntheer: Merovingische stam uit de omgeving Limoges, Haute-Vienne, Frankrijk?

Materiaal: Electrum, zeer laag goudgehalte

Diameter: 11 mm

Gewicht: 0,97 gr

Voorzijde: Borstbeeld met diadeem naar rechts. Tekst beginnend op 7 uur: ✠ LEMODECAS, D kan een V zijn A staat op zijn kop en S is spiegelverkeerd.

Keerzijde: Een ankerkruis geplaatst op een kleine aardbol, in de kwartieren een parel. Tekst beginnende op 6 uur: MODERATVS M, de naam van de monetarius.

Datum: z.j. ca. 650 – 675

Monetarius: Moderato

Slagplaats: Omgeving Limoges, verbastering van LEMOVECAS => LEMODECAS ?.

Opmerkingen A. Pol : De monetariusnaam Moderatus / Moderato komt voor in de muntplaatsen Breuilaufa en Blond die beide in de civitas Lemovicum liggen, wellicht samen met een ongeïdentificeerde plaats “Bolbeam”, en daarnaast alleen een enkele keer in de wijdere omgeving teweten één keer in Brioude + één keer in Tours en (misschien) één keer in Bourges + één keer in Bordeaux. Limoges zelf is daar dus niet bij, en gezien de (lichte) verbastering van de voorzijde is toeschrijving van dit muntje aan dat atelier misschien niet helemaal terecht.

Lit: niet gevonden

Gedetermineerd door rimidi

Tremissis: ca. 620 – 640

Gevonden door Sjoerd Hoogenkamp

Muntheer: Anoniem, Merovingers uit de streek van Lozère, Javols, Frankrijk.

Materiaal: goud

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,28 gr

Voorzijde: Buste met diadeem naar rechts, bovenaan het diadeem drie parels, evenals drie parels aan de knoop onderaan het diadeem.  De kraag van het kledingstuk heeft ook parels. Tekst linksom vanaf ca. 5 uur: GAVON 

Keerzijde: Tussen twee parels een kelk met twee handvatten getopt met een kruis. In de kwartieren alzo gevormd, drie parels in driehoek geplaatst (niet te zien) V – A – V. 

Datum: z.j. ca 620 – 640 n. Chr.

Slagplaats: Gavalorum, Javols

sjoerd

Lit: Belfort 645; Depeyrot Type 12-2D

Gedetermineerd door rimidi

Tremissis, oude naam triens: ca. 620 – 630

Gevonden door Jack Gielen

Muntheer: Merovingers uit de regio Maastricht

Materiaal: goud

Diameter: 13 mm

Gewicht: 1,3 gr

Voorzijde: In een cirkel een buste met geparelde diadeem naar links. Tekst beginnende op 7 uur onderbroken door het hoofd: TRIECT – O FIT; Gemaakt in Maastricht.

Keerzijde: In een cirkel en een parelcirkel een kort kruis, tussen twee parels, op een trede met eronder een (wereld)bol. Tekst beginnende op 7 uur: TNRASEMVNDVS M; Thrasemundus monetarius

Monetarius : Thrasemundus, hier vermoedelijk geschreven als TNRASEMVNDVS M(onetarius) ca 600 – ca 685.

Datum: z.j. ca. 620 – 630 ( periode volgens A. Pol )

Slagplaats: Triecto, Maastricht

Opmerking: Varianten bestaan.

jack-800

Lit: G Depeyrot tome II, p 24, type 21-1A; Prou 1177var; Belfort 4434var; Vanhoudt, RBN 1985, 84var. Voorbeeld is een variant.

Gedetermineerd door rimidi en Arent Pol

 

Tremissis, oude naam triens: ca. 620 – 640

Gevonden door William Posthouwer

Muntheer: Merovingers uit de regio Maine et Loire.

Materiaal: goud

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,2 gr

Voorzijde: Buste met diadeem naar links, met op de borst een kruisje(?). Tekst beginnende op 7 uur: ANDECAVIS

Keerzijde: Kort kruis met onderaan twee parels op een trede(?), bovenaan getopt door een anker, in de kwartieren telkens een parel. Tekst beginnende op 7 uur: SVͶͶE[GA MN ?] of SVͶͶE[GESIL?].

Monetarius: Sunnega?, ook werkzaam geweest in Le Puy, Haute-Loire of Sunnegesil?, ook werkzaam geweest in Maisey-le-Duc, Côte-d’Or.

Datum: 620 – 640

Slagplaats: Omgeving Angers

Lit: G Depeyrot tome III, p 11.

Gedetermineerd door rimidi

Opmerking van Arent Pol:

Deze tremissis (let op: dit is het enkelvoud, tremisses is meervoud) is geslagen in Andecavis, het huidige Angers onder verantwoordelijkheid van een monetarius die waarschijnlijk Sunnegisilus heette; de laatste letter in het door mij gereconstrueerde keerzijde-omschrift betreft (afgekorte) aanduiding van diens functie – het is niet zeker dat die letter M (die op zoveel andere tremisses voorkomt) ook hier aanwezig is, maar me dunkt dat er net plaats voor is. Gezien het goudgehalte van ca. 75% vermoed ik dat dit stuk geslagen is rond 625 (plus/min 10 jaar); dit behelst een grove schatting.

Deze monetarius is nog niet eerder gesignaleerd in Angers, dus dit is een eerste exemplaar van dit type en staat daarom ook niet beschreven in de oude standaardwerken van Prou (1892) en Belfort (1892-1895).

Dorestad: pseudo tremissis ( type Madelinus )

Gevonden door Mark Volleberg

Materiaal: goud

Diameter:

Gewicht:

Voorzijde: Hoofd naar rechts. Tekst: DORESTAT FIT

Keerzijde: ( christelijk ) kruis. Tekst: MADELINUS M ( Madelinus monetarius )

Madelinus was een Maastrichts muntmeester die later in Dorestad ging werken. Muntmeester Madelinus was oorspronkelijk werkzaam in Maastricht. In deze stad werden kort voor 600 reeds munten geslagen. In een schatvondst van Escharen (datering rond 600) bevinden zich al munten uit deze plaats. Ook de goudschat van Wieuwerd bevat munten uit Maastricht. De muntslag lijkt er rond het midden van de 7de eeuw op te houden, terwijl die in Dorestad juist rond 635-640 begint. Dat kan samenhangen met het toenemende belang van de Rijn als handelsroute. De Madelinus-munten van Dorestad behoren tot de meest voorkomende Merovingische munten. Ze zijn in de loop der tijd nagemaakt, vooral in het gebied dat beheerst werd door de Friezen. Daarbij nam het goudgehalte voortdurend af. Vanaf ca. 670 werden in de meeste muntplaatsen alleen nog maar zilveren munten geslagen. In navolging van de bekende Romeinse munt werden deze denarius genoemd.

Referentie

Gedetermineerd door Mark Volleberg en Eric Aerts

Tremissis: 6e eeuw

Gevonden door Mark Volleberg

Materiaal: goud 940 / 1000

Diameter: 13 mm

Gewicht: 1,238 gr

mark3-800

Stukje uit de mail van Arent van der Pol die onderzoek doet naar het verspreidingsgebied.

Hartelijk dank voor deze interessante melding! Dit is een tremissis van de Franken, naar alle waarschijnlijkheid geslagen in Bonn, in ieder geval net vóór 600. Op de voor- en keerzijde staan de in de 6e eeuw gebruikelijke kop (oorspronkelijk de byzantijnse keizer) en een aanziende gevleugelde figuur met lauwerkransje en kruisglobe (die wordt geïnterpreteerd als een Victoria, de van oorsprong romeinse overwinningsgodin). Ca 580-590 wordt in het Frankische muntwezen een hervorming doorgevoerd waarbij naast aanpassing van gewicht en gehalte ook de beeldenaars en omschriften veranderen: op de keerzijde verdwijnt de Victoria ten gunste van een kruis en verschijnen in plaats van de keizersnaam enzovoort de namen van muntplaats en monetarius. Jouw verse vondst behoort tot een overgangs-type, dat wil zeggen hier zijn de oude afbeeldingen gecombineerd met de nieuwe omschriften. Op de keerzijde staat BON COLVNIA CITIVA–S, de voorzijde kan (in omgekeerde richting) gelezen worden als DAOHO–MARI en dit is misschien een verbasterde weergave van RAVCHOMARE. Een monetarius van die naam (en uit ongeveer dezelfde tijd) is bekend uit Keulen, en het lijkt niet onmogelijk dat we hier van doen hebben met dezelfde persoon die in twee verschillende muntplaatsen heeft gewerkt (zie bijv. ook Madelinus die eerst in Maastricht en daarna in Dorestat aktief was).
Voor mijn alomvattende studie van de merovingische munten uit Benelux, Duitsland en Engeland heb ik in de afgelopen decennia veel vindplaatsen kunnen registreren. Dat is van belang om zicht te krijgen op het verspreidingsgebied, de streken waar een bepaald type circuleerde. Graag verneem ik daarom van jou ook nog waar je dit stuk hebt gevonden. Bovendien zou ik graag de gelegenheid krijgen het gehalte ervan te bepalen (dat gegeven is van groot belang voor een beter begrip van de chronologie van het type): kun je de munt een keer (aangetekend) opsturen, danwel er zelf mee langskomen in Leiden? Een andere mogelijkheid is een bekende en vertrouwde koerier zoeken om mee heen/terug te geven (ik heb daarvoor diverse contactpunten tot m’n beschikking, maar om gericht iemand te kunnen benaderen moet ik weten in welke buurt het muntje nu zit: laat me even je woonplaats weten svp).
Met beste groet,
Arent Pol