Sceatta,”Continentaal Runentype”: ca. 695 – 710

Gevonden door Tom Devos

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 1,1 gr

Voorzijde: Een gestileerd hoofd met diadeem en met piekenkroon naar rechts, links van het hoofd een platliggende “A”?. Deze sceatta is gemaakt naar een iets ouder Angelsaksisch voorbeeld en op het vasteland veelvuldig nagevolgd in het Friese en waarschijnlijk ook het Frankische gebied. Om deze redenen worden deze navolgingen het Continentaal Runen-type genoemd.

Keerzijde: Centraal een kruis met in elk kwartier een bolletje eromheen een verbasterd “runen”omschrift.

Datum: z.j. ca. 695-710

Slagplaats: Gebied tussen de grote rivieren. 

Lit: JNGMP 2003, W op den Velde & D M Metcalf & BMC series D type 2c Remmerden 712/713

Gedetermineerd door rimidi

Merovingische gesp: type enkelvoudige lus 600 – 650

Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: ca. 35 mm / 45 mm

Gewicht: ?

Type enkelvoudige lus waar de plaat integraal deel uitmaakt van de gesp met opengewerkte plaat met gezichtsvorm (mensenmasker) dateren uit 600-650 . Gespenplaten met menselijk maskermotief was misschien wel het meest voorkomende en wijdverspreid in de gebieden ten noorden van de Zwarte Zee.

Gedetermineerd door Jean Pierre Parent

Sceatta,”Continentaal Runentype”: ca. 695 – 710

Gevonden door Manja Manja

manja1.1 manja1

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,05 gr

Voorzijde: Een gestileerd hoofd met diadeem ( en met stralenkroon ?) naar rechts, links van het hoofd een platliggende “A”?. Deze sceatta is gemaakt naar een iets ouder Angelsaksisch voorbeeld en op het vasteland veelvuldig nagevolgd in het Friese en waarschijnlijk ook het Frankische gebied. Om deze redenen worden deze navolgingen het continentaal runen-type genoemd.

Keerzijde: Centraal een kruis met in elk kwartier een bolletje erom heen een verbasterd “runen”omschrift.

Datum: z.j. ca. 695-710

Slagplaats: Gebied tussen de grote rivieren.

manja-800

Lit: JNGMP 2003, W op den Velde & D M Metcalf & BMC series D type 2c/2f Domburg 474/475

Gedetermineerd door rimidi

Merovingische – Karolingische ( halve ) gelijkarmige fibula: 574 – 850

Gevonden door Mathieu Vens

mathieu v1.1 mathieu v1

Materiaal: brons

Afmetingen: 11 mm / 28 mm

Gewicht: 2,9 gr

Met langsgestelde naaldhouder 574 tot 850 n.Chr. Met dwarsgestelde naaldhouder 800 tot 1050 n.Chr.

fibula

Lit: Fibulae uit de Lage Landen; Visual catalogue of ancient brooches

Gedetermineerd door David Peeters

Sceatta, “Continentaal Runentype”: ca. 695 – 710

Gevonden door Mark Volleberg

mark v1.1 mark v1

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Een gestileerd hoofd met stralenkroon naar rechts en een “omschrift” van runen-tekens; voor het gezicht in (verbasterde) runen een naam TÆPA, ÆPA, APÆ of EPA. Deze sceatta is gemaakt naar een iets ouder Angelsaksisch voorbeeld en op het vasteland veelvuldig nagevolgd in het Friese en waarschijnlijk ook het Frankische gebied. Om deze redenen worden deze navolgingen het continentaal runen-type genoemd.

Keerzijde: Centraal een kruis met in elk kwartier een bolletje erom heen een verbasterd omschrift.

Datum: z.j. ca. 695-710

Slagplaats: Gebied tussen de grote rivieren.

mark v1.2

Lit: W op den Velde & D M Metcalf & BMC series D type 2c/1b; Spink 839var;

Gedetermineerd door Mark Volleberg en rimidi

Tremissis: ca. 630 – 675

Gevonden door Bart Verhelst

bart v1.1 bart v1

Muntheer: Onbekende Merovingische vorst

Materiaal: goud

Diameter: 14 mm

Gewicht: 1,27 gr

Voorzijde: In een parelcirkel een buste met diadeem naar rechts, onder de buste twee parels.  Tekst beginnend op ca. 7 uur: CHOT F(i)T, gemaakt te Hoei.

Keerzijde: In een parelcirkel een kruis op een trapeziumvormige voet met open basis en waarin een bol. Tekst beginnende op ca. 8 uur: BERTOAL.

Monetarius: Bertoaldus.

Datum: z.j. ca. 630 – 675

Slagplaats: Hoei. (CHOAE)

Opmerking: In januari 2016 een totaal van 26 variante exemplaren gekend (Arent Pol)

bart

Lit: variant van H Vanhoudt RBN 1982″ De merovingische munten in het penningkabinet…” nr 50var; Depeyrot Type 20-4Avar; Belfort 6131var

Gedetermineerd door rimidi