Merovingische denier met monogram A en S, niet toegewezen: ca. na 670-750

Gevonden door Luc Wijnants

william2.1 william2

Materiaal: zilver

Dameter: 10 mm – 12 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: In een parelkrans een A met ter weerszijden een groep van (vijf) parels en onderaan een ring omgeven door (elf) parels met nog twee extra parels aan de voet van elk been van de A. Tekst: anepigrafisch.

Keerzijde: In een parelkrans een spiegelverkeerde S met een parel in de krullen, links een T tussen twee parels (en links een platliggende H (of I ?) tussen twee parels)? Tekst: anepigrafisch.

Datum: z.j. ca na 670-750.

Slagplaats: Niet gekend, Poitiers – Tours?.

Opmerking: Vondsten onder meer in Kémexhe en Eisden (Tongeren), hier en daar kleine verschillen…

Referentie

Referentie

Referentie

Lit: Prou 2789; Belfort 5692; Depeyrot, p 171, 27; MEC  I, 624

Gedetermineerd door Marco Fasulo en rimidi

 

Sceatta,”Continentaal Runentype”: ca. 695 – 710

Gevonden door Tom Devos

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 1,1 gr

Voorzijde: Een gestileerd hoofd met diadeem en met piekenkroon naar rechts, links van het hoofd een platliggende “A”?. Deze sceatta is gemaakt naar een iets ouder Angelsaksisch voorbeeld en op het vasteland veelvuldig nagevolgd in het Friese en waarschijnlijk ook het Frankische gebied. Om deze redenen worden deze navolgingen het Continentaal Runen-type genoemd.

Keerzijde: Centraal een kruis met in elk kwartier een bolletje eromheen een verbasterd “runen”omschrift.

Datum: z.j. ca. 695-710

Slagplaats: Gebied tussen de grote rivieren. 

Lit: JNGMP 2003, W op den Velde & D M Metcalf & BMC series D type 2c Remmerden 712/713

Gedetermineerd door rimidi

Merovingische gesp: type enkelvoudige lus 600 – 650

Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: ca. 35 mm / 45 mm

Gewicht: ?

Type enkelvoudige lus waar de plaat integraal deel uitmaakt van de gesp met opengewerkte plaat met gezichtsvorm (mensenmasker) dateren uit 600-650 . Gespenplaten met menselijk maskermotief was misschien wel het meest voorkomende en wijdverspreid in de gebieden ten noorden van de Zwarte Zee.

Gedetermineerd door Jean Pierre Parent

Sceatta,”Continentaal Runentype”: ca. 695 – 710

Gevonden door Manja Manja

manja1.1 manja1

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,05 gr

Voorzijde: Een gestileerd hoofd met diadeem ( en met stralenkroon ?) naar rechts, links van het hoofd een platliggende “A”?. Deze sceatta is gemaakt naar een iets ouder Angelsaksisch voorbeeld en op het vasteland veelvuldig nagevolgd in het Friese en waarschijnlijk ook het Frankische gebied. Om deze redenen worden deze navolgingen het continentaal runen-type genoemd.

Keerzijde: Centraal een kruis met in elk kwartier een bolletje erom heen een verbasterd “runen”omschrift.

Datum: z.j. ca. 695-710

Slagplaats: Gebied tussen de grote rivieren.

manja-800

Lit: JNGMP 2003, W op den Velde & D M Metcalf & BMC series D type 2c/2f Domburg 474/475

Gedetermineerd door rimidi

Merovingische – Karolingische ( halve ) gelijkarmige fibula: 574 – 850

Gevonden door Mathieu Vens

mathieu v1.1 mathieu v1

Materiaal: brons

Afmetingen: 11 mm / 28 mm

Gewicht: 2,9 gr

Met langsgestelde naaldhouder 574 tot 850 n.Chr. Met dwarsgestelde naaldhouder 800 tot 1050 n.Chr.

fibula

Lit: Fibulae uit de Lage Landen; Visual catalogue of ancient brooches

Gedetermineerd door David Peeters