Gevonden door Caroline De Corte

Materiaal: brons, glaspasta niet meer aanwezig
Diameter: 50 mm
Gewicht: 17 gr
Gedetermineerd door René Hoenselaar
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Caroline De Corte

Materiaal: brons, glaspasta niet meer aanwezig
Diameter: 50 mm
Gewicht: 17 gr
Gedetermineerd door René Hoenselaar
Gevonden door Robin Lefèvre

Materiaal: brons
Diameter: 30 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: M ANTONINVS AVG TR P XXVI
Keerzijde: Roma zittend naar links, met Victory op de rechterhand en speer in de linkerhand, groot schild versierd met hoofd van Medusa of wolf en tweeling. Tekst: IMP VI COS III en in het veld S C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 1033; Cohen 281
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Marcus Aurelius, geboren te Rome op 26 april 121. Hij regeerde van 7 maart 161 tot 17 maart 180 over het Romeinse rijk. Niet te verwarren met Marcus Aurelius Mausaeus Carausius. Marcus Aurelius behoorde tot het geslacht der Antonini. Meteen na zijn aantreden stelde hij Lucius Verus (161-169) als medekeizer aan. Marcus Aurelius was de laatste van de “Vijf Goede Keizers”. Hij was een neef van Faustina I. Hadrianus was erg onder de indruk van de jongeman en zorgde ervoor dat hij geadopteerd werd door Antoninus Pius. Die arrangeerde een huwelijk tussen Marcus en zijn dochter Faustina II. Toen Pius stierf benoemde Marcus, Lucius Verus als mede-keizer. Marcus Aurelius was een filosofische keizer en probeerde zijn rijk te verlichten. Op zijn veldtochten schreef hij het beroemde werk ‘Meditaties’. Op 17 maart 180 stierf Marcus Aurelius, op 58-jarige leeftijd, uitgeput door jaren van oorlog, een natuurlijke dood. Hij brak met de traditie van de adoptiefkeizers sinds Nerva om een capabele adoptiefzoon als opvolger te benoemen. Zijn zoon Commodus volgde hem op. De klassieke geschiedschrijving, bijvoorbeeld Historia Augusta, moest niets van Commodus hebben. De benoeming van zijn eigen zoon tot zijn opvolger was in die optiek de grootste fout van de anders zo wijze Marcus Aurelius. Zo kwam een eind aan de gouden eeuw van het Imperium.
Gevonden door Tom Maertens

Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP T AEL CAES HADR ANTONINVS
Keerzijde: Schuddende handen met gevleugelde caduceus en twee korenaren Tekst: AVG PIVS P M TR P COS II PP
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 37a var (bust type); BMCRE IV 78 var
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Antoninus Pius, geboren in Lanuvium op 19 september 86 in het huidige Nîmes (Nemausus), is misschien wel de meest succesvolle keizer. Hij was Romeins keizer van 138 tot 161. In zijn 22 jaar lange regeerperiode kende het Romeinse Rijk vrede en voorspoed. Hij was barmhartig en progressief. Het gaf hem zelfs de naam Pius de Vrome. Hij werd op 51-jarige leeftijd geadopteerd door Hadrianus. Dat was in die tijd gebruikelijk als er geen goede alternatieven waren uit de eigen bloedlijn. Zelf adopteerde hij Marcus Aurelius, die bovendien met zijn dochter Faustina trouwde, en Lucius Verus. Antoninus stierf op 7 maart 161 te Lorium op 74-jarige leeftijd een natuurlijke dood.
Gevonden door Mike Creemers

Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts: Tekst: ANTONINVS AVG PIVS PP TR P XXIII
Keerzijde: Salus staande naar links, met de rechterhand een slang voedend die omhoog kronkelt vanuit een altaartje. In de linkerhand een scepter. Tekst: SALVTI AVG COS IIII
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 305; RSC 741; BMC 988
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Antoninus Pius, geboren in Lanuvium op 19 september 86 in het huidige Nîmes (Nemausus), is misschien wel de meest succesvolle keizer. Hij was Romeins keizer van 138 tot 161. In zijn 22 jaar lange regeerperiode kende het Romeinse Rijk vrede en voorspoed. Hij was barmhartig en progressief. Het gaf hem zelfs de naam Pius de Vrome. Hij werd op 51-jarige leeftijd geadopteerd door Hadrianus. Dat was in die tijd gebruikelijk als er geen goede alternatieven waren uit de eigen bloedlijn. Zelf adopteerde hij Marcus Aurelius, die bovendien met zijn dochter Faustina trouwde, en Lucius Verus. Antoninus stierf op 7 maart 161 te Lorium op 74-jarige leeftijd een natuurlijke dood.
Gevonden door Lawrence Balcaen

Materiaal: brons
Diameter: 28 mm
Gewicht: 13 gr
Voorzijde: Gelauwerde en geharnaste buste naar rechts. Tekst: L SEPT SEV PERT AVG IMP VIII
Keerzijde: Victory lopend naar links, in de rechterhand een krans en in de linkerhand een palmtak. Tekst: P M TR P IIII COS III en in het veld S-C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 725; Cohen 420; BMC 591
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.
Gevonden door David Vandenbussche

Materiaal: zilver
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2,3 gr
Voorzijde: Gelauwerde buste naar rechts. Tekst: SEVERVS AVG PART MAX
Keerzijde: Victory vliegend naar links met geopende lauwerkrans boven een schild. Tekst: P M TR P VIII COS II P P
Slagplaats: Rome
Lit: RIC IV 150; RSC 454; BMC 175
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.
Gevonden door Yuri Cain

Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: L SEPT SEV PERT AVG IMP VII
Keerzijde: Minerva staande naar rechts met speer en schild. Tekst: P M TR P III COS II P P
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 68; RSC 391
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.
Gevonden door Martijn Aarts

Materiaal: zilver
Diameter: 17 mm
Gewicht: 3,3 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts.Tekst: L AEL AVREL COMM AVG P FEL
Keerzijde: Commodus als Hercules staande naar links, rechtervoet op een boeg, knots in de linkerhand, handschuddend met godin Afrika ( Ifri ) die een olifantenhuid draagt, sistrum in de linkerhand, een leeuw aan haar voeten. Tekst: PROVIDENTIAE AVG
Slagplaats: Rome
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Commodus, geboren te Lanuvium op 31 augustus 161 was een Romeinse keizer die regeerde van 180 tot 192. Hij was de zoon van keizer Marcus Aurelius en wordt vaak beschouwd als een van de minder capabele en meer tirannieke keizers van Rome. Zijn regering werd gekenmerkt door corruptie, extravagantie, en een obsessie met gladiatorengevechten. Commodus stond erom bekend dat hij zelf deelnam aan deze gevechten, wat als zeer ongepast werd beschouwd voor een keizer. Zijn bewind leidde tot veel onrust en werd uiteindelijk beëindigd toen hij op 31 december 192 op 31-jarige leeftijd werd vermoord in Rome door een samenzwering van zijn naaste adviseurs, onder wie zijn favoriete concubine en zijn hoofd van de garde. Zijn dood markeerde het einde van de Nerva-Antonijnse dynastie.