Gevonden door Bram Cole

Materiaal: brons
Afmetingen: 25 mm / ?
Gewicht: ?
Gedetermineerd op facebook
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Philip Coens
Materiaal: brons
Diameter: 22,44 mm
Gewicht: 3,73 gr
Voorzijde: Hoofd met stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C CARAVSIVS PF AVG
Keerzijde: Providentia staande naar links met scepter en Hoorn des Overvloeds, globe aan de voet. Tekst: PROVID AVG in het veld S / C en in de afsnede C
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 345
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Marcus Aurelius Mausaeus Valerius Carausius was een militaire bevelhebber van het Romeinse Rijk in de 3e eeuw. Hij was een Menapiër uit Belgica die als usurper aan de macht kwam in 286. Hij riep zichzelf uit als keizer van Brittannië en Noord-Gallië. Hij bleef maar liefst 7 jaar aan de macht, voordat hij werd vermoord in 293 door Allectus, zijn minister van Financiën in.
Gevonden door Edd
Materiaal: zilver
Diameter: 19,47 mm
Gewicht: 1,9 gr
Voorzijde: Gedrapeerde buste naar rechts. Tekst: IVLIA MAMAEA AVG
Keerzijde: Juno staande naar links met patera in de rechterhand en scepter in de linkerhand. Een pauw aan de voeten. Tekst: IVNO CONSERVATRIX
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 343; RSC 35; BMC 43
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Julia Avita Mamaea or Julia Mamaea, geboren op 14 of 29 August rond 182. Ze was Romeins keizerin van 222 – 235. Zij was de moeder van Severus Alexander. In feite was zij degene die het keizerrijk bestuurde toen haar zoon aan de macht was. In 221, toen de jonge Elagabalus aan de macht was, stonden de zaken er slecht voor. Elagabalus was er openlijk op uit zijn neef Severus Alexander te vermoorden. In het begin van 222 zag zij kans om in een complot met haar moeder Julia Maesa Elagabalus en zijn moeder Julia Soaemias door de praetoriaanse garde te laten vermoorden. Op 13 maart 222, de dag dat haar zoon keizer van Rome werd, kreeg zij de titel Augusta, en zij zou gedurende de daarop volgende dertien jaar de machtigste persoon zijn in het keizerrijk. In 225 arrangeerde zij het huwelijk tussen haar zoon en Orbiana, die de titel Augusta erfde van Mamaea’s moeder Maesa die kort daarvoor was overleden. Binnen twee jaar ontbond zij dit huwelijk weer, niet alleen omdat haar invloed op haar zoon erdoor verminderd werd, maar vooral omdat Orbiana’s vader ervan werd verdacht tegen haar samen te zweren met de praetoriaanse garde. Orbiana leverde uiteraard haar titel weer in en werd verbannen naar Noord-Afrika en haar vader werd terechtgesteld. Mamaea was vanaf dat moment niet alleen de enige Augusta in het keizerrijk, maar eiste ook allerlei extra titels: Mater Augusti et castrorum et senatus et patriae (moeder des keizers en der legerkampen en van de senaat en des vaderlands) en uiteindelijk zelfs Mater universi generis humani (moeder van het gehele menselijke geslacht). De dominantie van een vrouw in combinatie met de zwakheid van de keizer werd vooral in militaire kringen niet gewaardeerd. Op de terugweg van een zwakke veldtocht tegen de Alemannen in het voorjaar van 235 kwamen soldaten in opstand en, terwijl Julia Mamaea haar 26-jarige zoon – die haar vervloekte voor alle ellende die hen overkwam – in haar armen klemde, werden zij beiden gedood op 21 of 22 maart.
Gevonden door Edd
Materiaal: zilver
Diameter: 18,68 mm
Gewicht: 2,8 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP ANTONINVS PIVS AVG
Keerzijde: Victory vliegend naar links, met beide handen een diadeem vasthoudend, klein schild aan beide zijden. Ster in het rechter veld. Tekst: VICTORIA AVG
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 161; RSC 300a; BMC 234
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Marcus Aurelius Antoninus (geboren al Sextus Varius Avitus Bassianus, ca. 204 ), algemeen bekend bij zijn bijnaam Elagabalus of Heliogabalus, was een Romeins keizer van 16 mei 218 – 13 maart 222. Door een intrige van zijn grootmoeder, Iulia Maesa, die hem voor een zoon van Caracalla uitgaf, werd Heliogabalus op 14-jarige leeftijd door de omgekochte legioenen als Marcus Aurelius Antoninus nog tijdens de regering van Macrinus tot Augustus uitgeroepen. Na diens nederlaag en dood (juni 218) gaf hij zich te Nicomedia met zijn moeder Iulia Soaemias aan godsdienstige uitspattingen over, die hij vanaf najaar 219 te Rome voortzette. Heliogabalus trachtte de Syrische zonnegod, voor wie hij prachtige tempels liet bouwen, tot universele rijksgod te maken. Niet alleen godsdienstig geperverteerd, miste hij bovendien alle eer- en verantwoordelijksheidgevoel. Staatszaken liet hij aan zijn moeder en grootmoeder over, die zitting namen in de senaat. Aan mensen van het laagste allooi werden belangrijke bestuursposten toevertrouwd. De reactie hierop kon niet uitblijven. Om de dynastie der Severi in stand te houden adopteerde de keizer op instigatie van Iulia Maesa zijn neef Alexander Bassianus, die medekeizer werd (221). Het leger koos de zijde van deze laatste. Heliogabalus en zijn moeder werden daarop vermoord, hun lijken in de Tiber geworpen ( 13 maart 222). Elagabalus werd 18 jaar.
Gevonden door Joram Thys
Materiaal: brons
Diameter: 27 mm
Gewicht: 12,80 gr
Voorzijde: Hoofd met stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C M CASS LAT POSTVMVS P F AVG.
Keerzijde: Gallei naar rechts of links met drie of vier roeiers, soms met stuurman. Tekst: LAETITIA AVG
Slagplaats: Trier
Lit: RIC 143, Cohen 179, Sear 11049
Gedetermineerd door Joram Thys en Andre van Erkom
Marcus Cassianius Latinius Postumus, kortweg Postumus, werd geboren tussen 215 en 225. Hij was een Romeins keizer van de zomer van 260 tot begin 269. Hij was heerser over het Gallische Keizerrijk in oppositie tegen de keizers Gallienus en Claudius Gothicus en dus een usurpator keizers. Postumus wordt door de meeste bronnen beschreven als een goede keizer. Hij wist met succesvolle veldtochten de Franken af te slaan en zo de westelijke provincies bij elkaar te houden. Er is niet veel bekend over het vroege leven van Postumus, maar men gelooft dat hij een Bataaf van eenvoudige komaf was, die door eigen bekwaamheid door de rangen van het leger opklom. Zijn geboorteplaats Deusone zou volgens sommigen het huidige Diessen, een dorp ten zuidoosten van het huidige Tilburg geweest kunnen zijn. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk aangezien in Diessen geen aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd zijn aangetroffen. Het lijkt wel zeker dat Postumus zich nauw verwant voelde met de god Hercules Deusoniensis. Tijdens zijn bijna tienjarige ambtsperiode droegen 26 verschillende muntslagen beeltenissen van deze god. Volgens sommige historici stond Deusoniensis voor het riviersysteem van de Dieze of nog breder dat van Dieze en Dommel, aangezien de Dieze nog tot in de Middeleeuwen als de hoofdstroom van dit riviersysteem werd gezien. Hij was na 254 onder andere actief in het bestrijden van binnengevallen Franken en Alemannen. Om oorlog te kunnen voeren in het Oosten had keizer Valerianus I in 254 behoefte aan goed getrainde legionnairs. Hij onttrok daarom verscheidene van de beste eenheden aan de verdediging van de Rijngrens, met grote gevolgen. De Franken en Alemannen vielen al spoedig aan en lijken enige tijd vrij spel te hebben gehad. De archeologie laat zien wat er in 256 gebeurde. Een groot aantal Romeinse forten aan de Neder-Rijn werden verwoest. Krefeld en Augusta Treverorum (Trier) werden geplunderd, allen Keulen bleef dankzij zijn dikke muren gespaard. Daarna wist keizer Gallienus, de zoon van Valerianus en van 253-260 medekeizer, de Franken weer uit Gallië te verdrijven. Hij heroverde Augusta Treverorum (Trier) en reorganiseerde de verdediging van Germania Superior en Gallia Belgica. Postumus speelde bij deze strijd zeer waarschijnlijk met name in Germania Inferior een belangrijke rol. Uiteindelijk werd Postumus door keizer Valerianus I in de positie van keizerlijk legaat van Germania Inferior benoemd. Postumus begon zijn vijfde consulaat op 1 januari 269, maar het leger in Germania Superior, dat niet gelukkig was met Postumus’ beslissing om geen mars op Rome te ondernemen ter ondersteuning van Aureolus, schaarde zich begin 269 achter een usurpator. De uitverkorene was Laelianus, een van de topmilitairen binnen het bewind en de gouverneur van de provincie Germania Superior. Laelianus werd in Mogontiacum (Mainz) tot keizer uitgeroepen door het lokale garnizoen en de nabij gelegen troepen (Legio XXII Primigenia). Hoewel Postumus in staat bleek om Mogontiacum snel in te nemen en Laelianus te doden, kon hij zijn eigen troepen niet in de hand houden. Omdat hij hen niet toestond om de stad Mogontiacum te plunderen, keerden zij zich tegen hem en doodden hem en zijn zoon Postumus Junior in Gallië.
Gevonden door Adriecindy vande Bos
Materiaal: brons
Diameter: 18 mm
Gewicht: ca. 1 gr
Voorzijde: Hoofd met stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP TETRICVS PF AVG
Keerzijde: Laetitia staande links met krans en anker. Tekst: LAETITIA AVG N
Slagplaats: Mainz of Trier
Lit: RIC 90
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Gaius Pius Esuvius Tetricus, bekend als Tetricus I, was een keizer over het Gallische keizerrijk, een opstandig deel van het Romeinse keizerrijk, van lente 271 tot de herfst van 274 en was (samen met zijn zoon Tetricus II) de laatste die regeerde over het separatistische Gallische keizerrijk. Tetricus was een senator die in een adellijke familie van Gallische afkomst werd geboren. Hij werd in 270 tot de bestuurlijke positie van praeses provinciae (provinciale gouverneur) van Gallia Aquitania benoemd. Een functie die hij op het tijdstip van de moord op Victorinus (begin 271) nog steeds bekleedde. Vanuit de hoofdstad Colonia Claudia Ara Agrippinensium slaagde Victorinus’ moeder, Victoria er in om de politieke situatie na de dood van haar zoon in haar greep te krijgen. Door haar invloed als moeder van de dode keizer (en een grote hoeveelheid geld) wist zij het Gallisch keizerlijke leger in het voorjaar van 271 ervan te overtuigen om de afwezige Tetricus tot keizer uit te roepen. Tetricus stemde in Burdigala in met de nominatie door het leger en nam het keizersschap van het Gallische keizerrijk op zich. Tetricus was 3 maal consul, voor het laatst vanaf 1 januari 274, toen samen met zijn zoon, die hij in 273 tot Caesar had benoemd. Tetricus en zijn zoon vierden hun gezamenlijke consulaat op 1 januari 274. Daarna marcheerden zij met het Gallische keizerlijke regel vanuit de hoofdstad Augusta Treverorum zuidwaarts om Aurelianus, die optrok naar Noord-Gallië te ontmoeten. De beslissende slag vond eind februari 274, in de buurt van Catalaunum plaats. Daar werd het Gallisch keizerlijke leger vernietigend verslagen, een gebeurtenis die werd herinnerd als de Catalaunische catastrofe. Zowel Tetricus I als zijn zoon gaven zich over aan keizer Aurelianus. Latere keizerlijke propaganda verklaarde dat Tetricus in ruil voor hun beider leven al eerder had afgesproken om zich aan Aurelianus over te geven, maar de prijs hiervoor was het verraad van zijn leger nog vóór de strijd had plaatsgevonde. Het Gallische leger zou de strijd zelfs na da kennisgeving van Tetricus’ verraad nog hebben voortgezet. Men zegt dat Tetricus in zijn brief aan Aurelianus Vergilius citeerde: “eripe me his, invicte, malis” (“red mij onverslagen uit deze problemen”). In 274 maakte keizer Aurelianus een einde aan het opstandige rijk: in de slag bij Catalaunum werd in de herfst van 274 het Gallisch keizerlijke leger verslagen. Tetricus en zijn zoon gaven zich over en het rijk hield op te bestaan. Beiden werden meegevoerd in Aurelianus’ triomftocht, maar werden gespaard en stierven pas veel later in relatieve rust. Tetricus werd later nog gouverneur van Lucania en stierf op hoge leeftijd; zijn zoon werd een gevierd senator.
Gevonden door Brynckminator Brynckminator
Materiaal: brons
Diameter: 18,5 mm
Gewicht: 1,95 gr
Voorzijde: Hoofd met stralenkroon naar rechts: Tekst: IMP C TETRICVS PF AVG
Keerzijde: Hilaritas staande naar links, in de rechterhand een palmtak en in de linkerhand een cornucopiae. Tekst: HILARITAS AVGG
Slagplaats: Keulen
Lit: RIC V-2, 79.
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Gaius Pius Esuvius Tetricus, bekend als Tetricus I, was een keizer over het Gallische keizerrijk, een opstandig deel van het Romeinse keizerrijk, van lente 271 tot de herfst van 274 en was (samen met zijn zoon Tetricus II) de laatste die regeerde over het separatistische Gallische keizerrijk. Tetricus was een senator die in een adellijke familie van Gallische afkomst werd geboren. Hij werd in 270 tot de bestuurlijke positie van praeses provinciae (provinciale gouverneur) van Gallia Aquitania benoemd. Een functie die hij op het tijdstip van de moord op Victorinus (begin 271) nog steeds bekleedde. Vanuit de hoofdstad Colonia Claudia Ara Agrippinensium slaagde Victorinus’ moeder, Victoria er in om de politieke situatie na de dood van haar zoon in haar greep te krijgen. Door haar invloed als moeder van de dode keizer (en een grote hoeveelheid geld) wist zij het Gallisch keizerlijke leger in het voorjaar van 271 ervan te overtuigen om de afwezige Tetricus tot keizer uit te roepen. Tetricus stemde in Burdigala in met de nominatie door het leger en nam het keizersschap van het Gallische keizerrijk op zich. Tetricus was 3 maal consul, voor het laatst vanaf 1 januari 274, toen samen met zijn zoon, die hij in 273 tot Caesar had benoemd. Tetricus en zijn zoon vierden hun gezamenlijke consulaat op 1 januari 274. Daarna marcheerden zij met het Gallische keizerlijke regel vanuit de hoofdstad Augusta Treverorum zuidwaarts om Aurelianus, die optrok naar Noord-Gallië te ontmoeten. De beslissende slag vond eind februari 274, in de buurt van Catalaunum plaats. Daar werd het Gallisch keizerlijke leger vernietigend verslagen, een gebeurtenis die werd herinnerd als de Catalaunische catastrofe. Zowel Tetricus I als zijn zoon gaven zich over aan keizer Aurelianus. Latere keizerlijke propaganda verklaarde dat Tetricus in ruil voor hun beider leven al eerder had afgesproken om zich aan Aurelianus over te geven, maar de prijs hiervoor was het verraad van zijn leger nog vóór de strijd had plaatsgevonde. Het Gallische leger zou de strijd zelfs na da kennisgeving van Tetricus’ verraad nog hebben voortgezet. Men zegt dat Tetricus in zijn brief aan Aurelianus Vergilius citeerde: “eripe me his, invicte, malis” (“red mij onverslagen uit deze problemen”). In 274 maakte keizer Aurelianus een einde aan het opstandige rijk: in de slag bij Catalaunum werd in de herfst van 274 het Gallisch keizerlijke leger verslagen. Tetricus en zijn zoon gaven zich over en het rijk hield op te bestaan. Beiden werden meegevoerd in Aurelianus’ triomftocht, maar werden gespaard en stierven pas veel later in relatieve rust. Tetricus werd later nog gouverneur van Lucania en stierf op hoge leeftijd; zijn zoon werd een gevierd senator.