Gevonden door Bart de Vries

Materiaal: brons
Afmetingen: ?
Gewicht:?
Bijbelse scheppingsverhaal
In het Bijbelse scheppingsverhaal schept God de wereld in zeven dagen en maakt hij op de zesde dag de eerste mens, Adam. Adam leeft in het paradijs, ofwel de Hof van Eden, en krijgt gezelschap van een vrouw Eva die uit één van zijn ribben geschapen wordt. Adam en Eva leven in vrede met de flora en fauna.
Maar op een dag spreekt de sluwste van alle dieren in de hof, de slang (de duivel), met Eva. Hij vraagt haar waarom zij van die ene boom in het midden van de tuin niet mogen eten. Eva legt uit dat ze alles mochten eten, maar dat ze zouden sterven als ze aan die ene boom zouden komen. De slang wist Eva toch te verleiden en zij deelt de vruchten van de boom met Adam. Dit is het moment waarop de zondeval plaatsvindt: de mens gaat zich schamen voor zijn naaktheid en ze kregen kennis van het goed en kwaad. Als straf stuurt God hen uit de Hof van Eden.
Het opengewerkte beslagstuk vertaald zich met aan de linker kant Adam met daar tussen de boom met het draken kopje wat de slang voorstelt, slang en draak is in de middeleeuwen evident.


Gedetermineerd door Woesel op BodemVondstenWereld