Gevonden door Paul Blomme
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 3,96 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin in drie regels de tekst HOL LAN DIA
Keerzijde: De Hollandse maagd zittende in een gesloten tuin. Zij wijst met haar rechterhand naar een zonnige hemel als teken van het vertrouwen op de Heer. Tekst: ·AVX · NOS · IN · NOM ·DOM · jaar · ( of variant ). Voluit: auxilium nostrum in nomine Domini, wat betekent: onze hulp is in de naam des Heeren.

Muntmeester: Jacob Janszn. de Jonge ( 1580 – 1607 )
Muntteken: ❀
Slagplaats: Dordrecht
Deze duiten zijn vermeld in de 5e muntbus van muntmeester Jacob Janszn. de Jonge die liep over de periode 1602-1607. Als opmerking staat vermeld dat er 84 stuks uit de snede kwamen (84 stuks uit een mark van 246,084 gram). Dit levert een gewicht op van 2,929 gram per stuk. Het wegen van een exemplaar met het jaar 1604 leverde mij het gewicht op van 2,9 gram. Als voor de volle 10.000 pond Hollands (10.000 gulden) aan duiten is geslagen dan is de oplage met het jaartal 1604 ongeveer 1.600.000 stuks geweest. Voor 1605 was de helft afgesproken dus was de oplage daarvan ongeveer 800.000 stuks. Aangezien deze munten geslagen zijn na de afspraken van 1603 maar nog voor het plakkaat van 1606 kan hieruit afgeleid worden dat de duiten in Holland pas na 1606 met het gewicht van 2,12 gram zijn geslagen. Deze duiten die na 1606 eigenlijk te zwaar waren zullen wel vrij snel uit de circulatie zijn verdwenen. Er komen er nu niet veel meer voor en zij zullen dan ook waarschijnlijk massaal omgesmolten zijn om te worden vermunt tot lichtere duiten.
Wettelijk voorschrift: instructie Staten van Holland en West-Friesland van 9 januari 1604. Op 23 januari 1604 werd muntmeester Jacob, Janszn. de Jonge de akte verleend om 10.000 pond (Hollands) ‘swarte of koopere Deuyten’ te munten. Dit moest gebeuren ‘op de oude Ysers daar te voorens gelijke Duyten op gemunt zyn geweest’. Hij moest ze alleen wel van een jaartal voorzien en wel 1604. Op 22 december 1604 werd in de Statenvergadering het verzoek van muntmeester de Jonge besproken en goedgekeurd om vanwege het weinige werk nog een partij duiten te mogen munten. De hoeveelheid mocht de helft zijn als die met het verzoek van 19 december 1603 was geordonneerd.
HOL.6
Gedetermineerd door Eric Aerts