Gevonden door Pascal Smeets
Materiaal: koper
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: In drie regels ✿ D ✿ GEL RIÆ met daaronder het jaartal • 1703 • Tekst voluit: ducatus Gelriæ wat betekent: hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN·DEO· ·SP· NOS· Voluit: in Deo spes nostra wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntmeesterteken: komt niet voor op deze duiten
Muntmeester: Lambert Ridder ( 1695 – 1714 )
Slagplaats: Harderwijk
Dit gewijzigde type is in de maanden voor het uitkomen van het plakkaat van de Staten van Gelderland van 4 mei 1703 aangemunt. In dit plakkaat werd gesteld dat alleen de nieuw vervaardigde duiten van Gelderland wettig betaalmiddel zouden zijn. Na het bekendmaken van deze maatregel zijn de nieuwe duiten in de circulatie gebracht. Een duit van dit type met het jaartal 1702 bestaat niet. De duiten met het jaar 1702 die worden aangeboden zijn allen van het oude type GEL.125. Of deze “oude” duiten van 1702 ook door de maatregel onwettig zijn geworden is onduidelijk. In de 2e muntbus van muntmeester Lambert Ridder over de periode 1699-1704 werden de duiten vermeld. Van 7 oktober 1702 tot 19 maart 1703 is er 35334 mark vermunt tot duiten. Het aantal stuks in de snede bedroeg 68 (68 stuks uit een mark van 246,084 gram), wat een gewicht opleverde van 3,618 gram per stuk. Nawegen van 2 exemplaren uit 1703 leverde 3,2 en 3,4 gram op. De totale oplage is omgerekend ca. 2.402.712 stuks waaronder ook het type GEL125 van 1702 is inbegrepen. In 1715 werd weer een plakkaat afgekondigd waarbij alle duiten werden verboden die gemaakt waren buiten de verenigde provincies. Ook werd de duit welke te Zeeland in 1714 werd aangemunt in dit plakkaat verboden.
Voorschrift: resolutie van 10 september 1702 van de Staten van Gelderland. Uit de snede 68 is ca. 3,618 gram per stuk.
GEL.140
Gedetermineerd door Eric Aerts