Gevonden door Daan Crals

Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2,14 gr
Voorzijde: In drie regels STAD UTRECHT 1749 met Romeinse I.
Keerzijde: Stadswapen van Utrecht met kroon, het wapen en de kroon worden vastgehouden door twee leeuwen. Onder het wapen loopt een dunne streep met daaronder een versiering met smalle (kleine) schelp. In het kwartier linksonder een grove arcering van verticale lijnen (6). Dit is om de kleur rood (keel) aan te geven in de heraldiek.

Muntmeester: Johan Ernst Novisadi ( 1738 – 1761 )
Muntmeesterteken: Er zijn op de koperen munten van de stad Utrecht geen muntmeestertekens gebruikt.
Slagplaats: Utrecht
Over de jaartal wijzigingen die in deze serie voorkomen is een aardig artikel verschenen in De Beeldenaar van de hand van de heer R. Kamsteeg. Er blijken veel meer jaartal wijzigingen voor te komen dan gedacht. Veel jaren uit de periode 1740-1750 bestaan hoogst waarschijnlijk alleen als jaartal wijziging uit 1739. In dat eerste jaar van aanmunting zijn blijkbaar zo veel stempels gemaakt dat deze nog tot 1756 naar nieuwe jaartallen zijn aangepast en gebruikt. Veel jaartallen uit de periode 1740-1750 zijn schaars tot zeldzaam omdat de oplagen klein waren. Voor de aanmunting van deze kleine oplagen zijn toen blijkbaar uitsluitend oude omgewerkte stempels van 1739 gebruikt. De stempels en de aanpassingen voor deze serie duiten zijn gemaakt door stempelsnijder Cornelis van Swinderen. Deze werd in 1757 opgevolgd door Johan Conrad Marmé die experimenteerde met kleine wijzigingen in het keerzijde stempel. Dit resulteerde in de tussen typen UTR.19, UTR.20 en UTR.21 voordat weer een langer lopende identieke serie werd opgestart van het type UTR.22. Recent is van dit type een loden exemplaar gevonden. Het betreft hier met hoge waarschijnlijkheid contemporain particulier maakwerk. Zie hier een afbeelding.
UTR.18
Gedetermineerd door Eric Aerts


