Gevonden door Jan Meynendonckx

Materiaal: koper
Diameter: 18 mm
Gewicht: 0,7 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst TRA IEC TVM in 3 regels en daaronder het jaartal 1625
Keerzijde: Het stadswapen van Utrecht rondom versiert met lelievormen. In het kwartier linksonder een vlamversiering (4).

Muntmeester: Floris van Dompselaer 1615 – 1628
Slagplaats: Utrecht
Wettelijk voorschrift: toestemming tot aanmunting werd verleend middels raadsbesluiten van de stad, bekend zijn besluiten van:
19 april 1619, uit een mark 128 stuks is ca. 1,92 gram per stuk.
7 maart 1625, uit een mark 140 stuks is ca.1,76 gram per stuk.
13 januari 1633, uit een mark 120 stuks is ca. 2,05 gram per stuk.
16 januari 1637, uit een mark 116 stuks is ca. 2,12 gram per stuk.
Exemplaren met een jaartal dat lijkt op 1617 zijn valse exemplaren. Recent zijn ook exemplaren opgedoken waar 1611 en 1616 op lijken te staan. De uitleg dat het jaar 1617 een slecht of verkeerd gesneden stempel van 1637 zou zijn kan volgens mij niet langer stand houden. Zij komen qua type wapenschild/versiering wel overeen met dit jaartal maar er zijn te veel verschillende stempels om dit aan een fout toe te schrijven. Het lijkt mij logischer dat het vervalsingen zijn die rond 1637 zijn gemaakt met een fictief jaartal.
Het cijfer vijf op de duiten met het jaartal 1625 lijkt op sommige exemplaren sterk op een zes zodat men deze duiten gemakkelijk als een exemplaar van 1626 kan lezen. In dat jaar zijn echter geen duiten geslagen. Een leuke afwijking is een exemplaar van 1637 met een vreemd gevormde 6 in het jaartal, zie hier een afbeelding. De uitvoering van de letters is echter dermate afwijkend dat ook dit exemplaar waarschijnlijk een contemporaine vervalsing is. Mede omdat er ook een exemplaar van 1617 bestaat met een dergelijke vreemde 6 en er meer valse exemplaren bestaan met het jaartal 1637. Een ander waarschijnlijk vals exemplaar is dit exemplaar van 1637. Wat opvalt is dat ook hier het wapen onderaan niet dicht is en uit loopt in een puntje maar dat de onderkant zich splitst in krullen. De tekstzijde is zeer rommelig van opzet en de bloemkrans is afwijkend.
Van dit type duit bestaan ook nog zeer veel verschillende nagemaakte exemplaren welke geslagen zijn te Reckheim. Deze zijn te herkennen aan hun slechte afwerking en hun afwijkende teksten. Ook staat dan op de keerzijde vaak een afwijkend wapen, soms van een heel andere provincie of stad. Zie voor deze duiten bij Reckheim. Een exemplaar dat bekend is met een jaartal dat lijkt op 1638 is waarschijnlijk ook vals of mogelijk een Reckheimse imitatie.
UTR.12
Gedetermineerd door Eric Aerts