Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: zilver 925 / 1000
Diameter: ?; uitgifte: 16 mm
Gewicht: ?; uitgifte: 1,9 gr
Voorzijde: Hoofd van koning William IV naar rechts. Tekst: GUILIELMUS III D:G BRITANNIAR:REX F:D:
Keerzijde: Zittende gehelmde Britannia naar rechts, in de linkerhand een drietand, de rechterhand rustend op een schild waarop de Union Flag staat. In de afsnede het jaartal 1836. Tekst: FOUR PENCE
Graveur: William Wyon
Slagplaats: Londen
Slagaantal: 4.253.000 ( inclusief variaties )
Willem IV van het Verenigd Koninkrijk
Gedetermineerd door Eric Aerts
Sinds de Restauratie van de Monarchie in 1660 was de productie van fourpence stukken of groats op zijn best onregelmatig. Tegen het einde van het bewind van Willem IV werden ze opnieuw in de algemene circulatie gebracht. Volgens sommige bronnen werden ze aanvankelijk geslagen voor gebruik in Brits Guyana, waar ze gelijk waren aan ¼ gulden, en volgens anderen kwam de groat in 1836 terug in de binnenlandse circulatie, maar in beide gevallen waren ze de enige zilveren munt met de afbeelding van Britannia op de keerzijde.
Volgens verschillende bronnen kreeg de fourpence of groat de bijnaam ‘Joey’ naar Joseph Hume, parlementslid voor Weymouth, Dorset, die met succes campagne voerde voor de herinvoering van de groat in 1836. Er wordt gezegd dat het gemiddelde taxitarief in Londen in die tijd vier pence was en als de passagier een sixpence aanbood, hielden de taxichauffeurs vaak de twopence als fooi over of gaven ze er 16 halve farthings voor terug.