Gevonden door Steven Beuckels

Muntheer: Continentale Merovingische volksstam uit de omgeving van het huidige België.
Materiaal: Zilver, (soms laagwaardig) tussen 44 en 85% maar ze bestaan ook in brons.
Diameter: 12 mm
Gewicht: 1,2 gr
Voorzijde: Een kruisje, facultatief met in elk kwartier een parel, binnen een hexagram (Davidsster) met in de buitenhoeken een parel of een ring. Tekst: Anepigrafisch
Keerzijde: Een kruisje centraal omgeven door een pseudolegende bestaande uit een klein kruisje en een aantal streepjes en parels soms afwisselend. Tekst: Anepigrafisch
Datum: z.j. ca. 720-755 misschien nog iets later
Slagplaats: In het gebied (van de Maasvallei?) van het huidige België met een makkelijke toegang tot de Noordzee.
Opmerking van de heren M Metcalf en W op den Velde: Chronologisch loopt de aanmunting van Merovingische deniers en sceattas parallel. Omstreeks 680 waren nog gouden munten in omloop, waarvan het goudgehalte geleidelijk daalde. Daarna kwamen de zilveren munten in gebruik. Het hexagram type, zoals deze vondst komt naar wij aannemen uit het grensgebied van de regio waar de Merovingische deniers de vondsten domineren, en de regio waar de sceattas overheersten. Wij denken dat beide muntsoorten, vanwege overeenkomstig gewicht en metaalgehalte, volledig inwisselbaar waren. Vermits er een hoger aantal munten van dit type gevonden zijn bij “sceatta-schatvondsten” t. o. v. “Merovingische denier-schatvondsten” stellen ze voor om dit type bij de sceatta’s in te delen. Varianten bestaan.


Lit: Prou BN 2876-2877; Belfort 5737-5747; MEC 1/636-637; Lafaurie Lyon 233-235; Prou Bais 244var; Vanhoudt atlas D 11 (Herstal of Clemont-Ferrand?); Depeyrot Croix – étoile, p. 167, nr 2; M Metcalf – W op den Velde, RBN 2014, p.3/p. 10
Gedetermineerd door rimidi