Vroeger sceatta van het Maastricht type, tegenwoordig het “interlace” type: ca. 720-765

Gevonden door Axel Vroling ( ID-217566 )

Muntheer: Anonieme muntslag

Materiaal: zilver ca 42% à 79%

Diameter: 11 mm

Gewicht: 0,92 gr

Voorzijde: Binnen een parelrand, een stilistisch hoofd naar links, er achter drie parels, ervoor een kruisje. Omschrift: Anepigrafisch

Keerzijde: Binnen een parelrand, rondom een middenparel een kruis opgebouwd uit vier verstrengelde bogen met een parel aan het begin en het einde, tussen de bogen telkens drie parels in driehoek geplaatst. Omschrift: Anepigrafisch

Datum: z.j. ca. 720-765

Slagplaats: Streek van de boven-Maasvallei.

Lit: Metcalf II 265-266; Wybrand Op den Velde & Michael Metcalf, RBN 2014, p 3-22

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta Series D, Type 2c, subtype 1a: ca. 690 – 710

Gevonden door ? ( ID-192305 )

Muntheer: Friese oorsprong.

Materiaal: zilver

Diameter: ? ca. 10,4 gr

Gewicht: ? ca. 1,20 gr

Voorzijde: Een gestileerde buste naar rechts met daarvoor runen tekens” ÆPA”. Tekst voor de buste: “FCF” verbastering van?.

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met parels op de uiteinden van de armen, in elk kwartier een parel met bovenaan een kruisje? en onderaan een ring, links en rechts W en V verbasterde letters.

Datum: z.j. ca. 690 – 710

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland, Westergo of imitatie onbekende muntplaats.

Lit ref: KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 170 e. v.;

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta: “Hexagram type”, oude benaming “type van Herstal”. Ook gekend onder de Merovingische muntslag als denier, of bronsmunt naargelang het materiaal, als type met “Davidsster” ca. 720-755, misschien nog iets later.  

Gevonden door Steven Beuckels

Muntheer: Continentale Merovingische volksstam uit de omgeving van het huidige België. 

Materiaal: Zilver, (soms laagwaardig) tussen 44 en 85% maar ze bestaan ook in brons. 

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,2 gr

Voorzijde: Een kruisje, facultatief met in elk kwartier een parel, binnen een hexagram (Davidsster) met in de buitenhoeken een parel of een ring. Tekst: Anepigrafisch  

Keerzijde: Een kruisje centraal omgeven door een pseudolegende bestaande uit een klein kruisje en een aantal streepjes en parels soms afwisselend. Tekst: Anepigrafisch 

Datum: z.j. ca. 720-755 misschien nog iets later  

Slagplaats: In het gebied (van de Maasvallei?) van het huidige België met een makkelijke toegang tot de Noordzee.  

Lit: Prou BN 2876-2877; Belfort 5737-5747; MEC 1/636-637; Lafaurie Lyon 233-235; Prou Bais 244var; Vanhoudt atlas D 11 (Herstal of Clemont-Ferrand?); Depeyrot Croix – étoile, p. 167, nr 2; M Metcalf – W op den Velde, RBN 2014, p.3/p. 10 

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta: Series D, Type 2c, subtype 3f ca. ± 700                                               

Gevonden door Kris Van Den Berge

Muntheer: Vermoedelijk Friese oorsprong. 

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 0,83 gr

Voorzijde: Een zeer gedegenereerde buste naar rechts(?), Kroon diadeem, neus, oor en kin, alles als afzonderlijke elementen. Vermoedelijk geen opschriften meer.

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel. Tekst rondom: Enkele verbasterde (runen of Latijnse?) letters. +(?), O, V, Λ, …

Datum: z.j. ca ± 700.

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland, Westergo of imitatie onbekende muntplaats.

Lit: KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 190, 839/845  

Gedetermineerd door rimidi                                                                                                           

Sceatta, stekelvarken/standaard type, ook porcupine – type genoemd, tweede fase: ca. 720 – 740

Gevonden door Martijn Aarts

Muntheer: Continentale oorsprong.

Materiaal: brons of koperlegering

Diameter: 11 mm

Gewicht: ca. 1 gr

Voorzijde: Gestileerd/gedegenereerd stekelvarken met hoofd. Tekst: Anepigrafisch.

Keerzijde: Gepareld vierkant/standaard waarin (pseudo) runen tekens “TT” rondom een “O”, aan de buitenzijde van het vierkant verschillende runen tekens.

Datum: z.j. ca. 720 – 740. Eigentijdse of zelfs moderne vervalsing vermits brons of koperlegering.

Slagplaats: Algemeen “het gebied van de grote rivieren”, delta Rijn-Maas.

Lit ref cfr: JKNGMP 2009/2010, Michael Metcalf & Wybrand Op den Velde, p. 454 Series E sub varieteit d 1529-1530

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta Series D type 2c: ca. 690 – 710

Gevonden door Gino Vermeulen

Muntheer: Continentale oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: ?; ca. 1,10 gr

Voorzijde: Gestileerde “runen” buste met kroon naar rechts. Tekst voor de buste: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen.

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel.
Tekst: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen of Latijnse letters : + V, O, Λ …. 

Datum: z.j. ca. 690 – 710

Muntplaats: Gebied van de Grote Rivieren / Friesland

Lit: BMC 86 Series D, type 2c; van der Chijs, deel 9, V.38/41; KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 176 3d 668-675

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta Series D type 2C: ca. 690 – 710

Gevonden door Smeets Nick

Muntheer: Continentale oorsprong.

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm – 11,7 mm

Gewicht: 1,12 gr

Voorzijde: Gestileerde “runen” buste naar rechts, onderaan de kin een ring.
Tekst voor de buste: FCF voor ae p a?, achter de buste een A

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel. Tekst: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen of Latijnse letters: + V, O, Λ ….

Datum: z.j. ca. 690 – 710

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland

Lit: BMC 86 Series D, type 2c; van der Chijs, deel 9, V.38/41; KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 176 2b 295-297 

Gedetermineerd door rimidi op DVVL en Wybrand op den Velde

Sceatta: Series D type 2c ca. 690 – 710

Gevonden door Martine Delplace

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 1,10 gr

Voorzijde: Een gestileerde buste naar rechts met daarvoor runen tekens. Tekst voor de buste: FCF verbastering? 

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met parels op de uiteinden van de armen, in elk kwartier een parel met bovenaan en onderaan een cirkelboog, links en rechts een V ertussen verbasterde letters.

Datum: z.j. ca. 690 – 710.

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland, Westergo of imitatie onbekende muntplaats.

Lit: KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 182 e. v.

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta: stekelvarken/standaard type, ook porcupine – type genoemd, eerste fase ca. 710 – 720

Gevonden door Tom Devos

Muntheer: Continentale oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 13 mm

Gewicht: 0,9 gr

Voorzijde: Gestileerd/gedegenereerd stekelvarken met hoofd. Tekst: Anepigrafisch.

Keerzijde: Gepareld vierkant/standaard waarin (pseudo) runen tekens “I I” rondom een “O” met centrale parel tussen vier parels , aan de buitenzijde van het vierkant verschillende runen tekens.

Datum: z.j. c.a 710 – 720

Slagplaats: Algemeen “het gebied van de grote rivieren”, delta Rijn-Maas.

Lit: JKNGMP 2009/2010, Michael Metcalf & Wybrand Op den Velde, p. 428 Series E sub varieteit G imitations 564/621

Gedetermineerd door rimidi

Tweede fase sceatta Series E, type4 var of BMC/Hill type 89 SEDE of “AESE/stekelvarken”: 715 – 730

Gevonden door Mike de Baere

Muntheer: “Anglo-Saxon” merovingers?

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 1,10 gr

Voorzijde: SEDE in kruisvorm geplaatst rond een centraal kruis met in de kwartieren een kruisje en een extra kruisje bij de “S”, dit alles  binnen een dubbele parelcirkel met erin een zigzaglijn in plaats van een pseudo-legende.

Keerzijde: Slang die een lus, met de klok mee, maakt rond een kruis met zijn bek open en bijt in een parel. Een lijn van parels volgt de lijn van het slangenlichaam van de kaak tot de staart met stralende lijnen die van elke parel naar de rand lopen. De parel in de bek van de slang zou de gastheer voorstellen.

Jaartal: z.j. ca. 715-730 n.Chr.

Slagplaats: Zuid- en Oost-Engeland ?

Lit: Abramson (2006-109) E 700; JKNGMP 2009, p. 223

Gedetermineerd door Peter D’Haese en rimidi