Gevonden door Brynckminator Brynckminator ( ID-196971 )



Materiaal: ijzer
Lengte: 140 mm
Gewicht: 36 gr
Gedetermineerd door Brynckminator Brynckminator
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Messen zijn één van de eerste gereedschappen van de mens. Ze werden gemaakt va, bot of steen, later van brons en hierop volgde het ijzeren mes. Tijdens de middeleeuwen droeg bijna iedereen een mes aan de gordel. Ze werden dan ook voor veel verschillende doeleinden gebruikt. Een paar voorbeelden zijn, behalve om te eten, als wapen of om leder te bewerken, te slachten, houtbewerken etc. Aan de middeleeuwse tafel was het mes samen met de lepel het belangrijkste bestek. Het werd gebruikt om het voedsel mee te snijden maar ook om iets op te pakken of prikken en naar de mond te brengen. Een middeleeuws mes bestond uit een smeedijzeren lemmet met een rug en een snijkant. Deze was voorzien van een angel die in het heft werd geplaatst. In de 11e tot en met de 13e eeuw zijn de angels kort gesmeed maar deze constructie was niet goed omdat een korte angel niet zoveel houvast had en snel afbrak. In de 14e eeuw ging men daarom over tot een lange angel. Tenslotte werd de staafangel vervangen door een plaatangel. Hier werd aan beide zijden het tweedelige mesheft vastgezet met klinknageltjes. Het mesheft was meestal vervaardigd uit hout of been. Aan het uiteinde van het heft zat vaak een mesheftbekroning in koperlegering of zilver, die meestal ook een versierde functie had. Een mesheftbekroning kwam veelal voor met een ingegraveerde versiering. Normaal gezien werd door de smid een merkteken of een smidsmerk met een stempel in het lemmet geslagen, die dan weer werd ingelegd met een koper- of tinlegering zodat het goed opviel. Bron: Gezocht en Gevonden, bodemvondsten uit Gent