Gevonden door Marco Sanders
Materiaal: koper
Diameter: 23 mm
Gewicht: 3 gr
Voorzijde: In drie regels * D * GEL RIÆ met daaronder het jaartal 1720 en het ( mmt ). Tekst voluit: ducatus Gelriæ wat betekent: hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN. DEO. .SP. NOS. Voluit: in Deo spes nostra wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntmeesterteken: kraanvogel
Muntmeester: Coenraad Hendrik Cramer ( 1714 – 1724 )
Slagplaats: Harderwijk
Volgens de ordonnantie mocht er tot een bedrag van 15000 gulden duiten geslagen worden. Hiervan mochten er 75 à 76 uit een mark komen en de muntplaatjes moesten worden gekocht bij Antony Gril te Amsterdam. De verlaging van de muntvoet van 68 stuks uit de snede naar 75 á 76 in de snede was overgenomen van Holland en West-Friesland. Daar was deze muntvoet sinds 30 maart 1716 van kracht geworden. Bij de grote Gelderse steden werd geïnformeerd voor welk bedrag zij aan duiten nodig dachten te hebben. De hoeveelheden bleken te zijn:
| Zutphen 1000 gulden. Nijmegen 500 gulden. Harderwijk 500 gulden. Arnhem 435 gulden. | Doesburg 300 gulden. Doetinchem 200 gulden. Lochem 100 gulden. Wageningen 100 gulden. |
Men gaf ook te kennen om voor het munten gebruik te willen maken van de schroefpers vanwege de netheid die met dit apparaat kon worden bereikt. De ordonnantie dateerde reeds van 18 december 1716 maar er werd pas in 1720 door muntmeester Coenraad Hendrik Cramer gehoor aan gegeven want van eerdere datum bestaan geen duiten. De waardijn vroeg aan het Hof en de Rekenkamer de stempels van de oude duiten terug, waarschijnlijk die van 1703, maar zij waren niet meer te vinden. Hierop mocht de muntmeester nieuwe laten maken. Toen de latere muntmeester Dr. Arnold Hendrik Feith (1724-1726) vertrok, zonder overigens iets te hebben gemunt, werden alle in het munthuis aanwezige stempels in bewaring gegeven bij waardijn Melchior Willem van Griethuizen. Hieronder bevonden zich 12 stempels voor duiten welke met hoge waarschijnlijk allen van het jaar 1720 zijn geweest. Als voor het volle bedrag van 15000 gulden aan duiten is geslagen dan is de oplage ca. 2.400.000 stuks.
Voorschrift: ordonnantie van het hof en de rekenkamer van Gelderland van 18 december 1716. Uit de snede 75 á 76 is ca. 3,238 gram per stuk.
GEL.141
Gedetermineerd door Marco Sanders