Gevonden door Marco Sanders
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 2,1 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst ZEE LAN DIA. in drie regels met daaronder het jaartal 1684
Keerzijde: De Hollandse maagd zittende in een tuin. Zij wijst met haar rechterhand naar de hemel als teken van vertrouwen op de heer. Het hek van de tuin is een wapenschildje van Zeeland. Tekst: LUCTOR ET. EMERGO (of variant), wat betekent: ik worstel en kom boven.
Muntmeester: Hendrik van Dusseldorp ( 1682 – 1705 )
Muntteken: ♜
Slagplaats: Middelburg
Wettelijk voorschrift: resoluties gecommitteerde raden van 24 oktober 1679, 29 januari 1681, 17 april 1683 en 2 november 1688.
Duiten met het jaartal 1689 worden nog wel eens aangezien voor het jaartal 1680. Dit eerste jaartal van de serie komt nooit voor en ik heb tot nu geen overtuigend exemplaar in handen gehad. Het jaartal is echter met een duidelijke foto afgebeeld in het handboek van het kopergeld van de heren Purmer en van der Wiel. Een passage in de notulen van de Staten van Zeeland kan verklaren waarom deze duit zo zeldzaam is. Op 23 augustus 1679 werd bepaald dat 40 soldaten onder leiding van twee sergeants naar Suriname gezonden moesten worden. Suriname was in die tijd in het bezit van de Staten van Zeeland en men had soldaten nodig om uitgebroken opstanden de kop in te drukken. Er werd ook bepaald dat voor 800 gulden aan duiten geslagen moest worden van dezelfde waarde en met het zelfde gewicht als de reguliere duiten. Deze duiten moesten worden verzonden naar Suriname voor gebruik aldaar en geen andere dan die in 1679 geslagen zouden worden. Uiteindelijk zijn de duiten pas in 1680 geslagen en is de gehele oplage naar Suriname verdwenen wat de zeldzaamheid kan verklaren.
De duiten van dit type komen wel voor als overslagen op andere koperen munten. Veelal op dubbele tournosen (double tournois) van Frankrijk. Bekend zijn o.a. meerdere exemplaren van 1684, zie hier een voorbeeld. Een duit van 1689 is bekend met de klop “adelaar” van Deventer
De klop is vermoedelijk in 1702 aangebracht tijdens de sanering van het kopergeld. Te Deventer bleven mogelijk alleen geklopte exemplaren (tijdelijk) geldig. Op 13 december kondigden de Staten van Holland en West-Friesland per plakkaat van 13 december 1701 een sanering aan van het kopergeld. De andere provincies namen direct actie en verboden alle duiten uit andere provincies en steden om niet overspoeld te raken met de uit Holland en West-Friesland geweerde duiten. Ook Zeeland nam maatregelen en publiceerde de bovenstaande waarschuwing. Alleen de Zeeuwse duiten werden nog gangbaar verklaard. Pas in 1714 werd ook een nieuw type geslagen te Zeeland (ZEE.11). Formeel moeten tot die tijd de oude typen ZEE.8 tot ZEE.11 dus nog gecirculeerd hebben ondanks dat de duiten van de andere provincies na 1702 van een betere kwaliteit waren.
ZEE.11
Gedetermineerd door Marco Sanders