Gevonden door Kevin Smolders
Materiaal: geplateerd
Diameter: 17 mm
Gewicht: 1,73 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP NERO CAESAR AVGVSTVS
Keerzijde: Salus zittend op een troon naar links, in de rechterhand een patera en de linkerelleboog rustend op de troon. Tekst in de afsnede: SALVS
Fourrée
Opmerking: Aangezien dit geen officiële munt is zal een exacte determinatie moeilijk zijn.
Lit: RIC 67; RSC 258
Gedetermineerd door Andre van Erkom en Balten De Temmerman
Nero, geboren in Antium op15 december 37 was de vijfde Romeinse keizer, van 13 oktober 54 tot 9 juni 68. Nero was de zoon van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Agrippina de jongere en via haar verwant aan Gaius Julius Caesar Octavianus (Augustus). Hij beriep zich erop een bet-achterkleinzoon van keizer Augustus te zijn. Zijn oorspronkelijke naam was Lucius Domitius Ahenobarbus. Bij zijn adoptie door keizer Claudius veranderde zijn naam in Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus. Toen hij keizer werd, werd zijn officiële naam Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus en vanaf 66 Imperator Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus. Het goede en milde beleid dat Nero gedurende de eerste vijf jaren mede onder invloed van zijn opvoeder Seneca en de praefectus praetorio Afranius Burrus in de trant van Augustus en met inachtneming van de rechten van de senaat voerde, deed reeds spreken van een gouden tijd. Met naar het schijnt oprechte overgave wijdde de keizer zich intussen aan de muziek, dicht-, schilder- en bouwkunst. Op aansporen van Otho trachtte Nero zich echter al spoedig aan de invloed van zijn heerszuchtige moeder te onttrekken. De mogelijke troonpredendent Britannicus werd in 55, Agrippina zelf in 59 omgebracht. De dood van Burrus (62), het ontslag van Seneca en de scheiding van Octavia bevrijdden hem van andere knellende banden. Otho’s vroegere vrouw Poppaea Sabina nam weldra als nieuwe echtgenote de plaats van zijn geliefde Acte in. Intussen echter wonnen Burrus’opvolgers Ofonius Tigellinus en Faenius Rufus aan invloed. Het optreden van Nero als wagenmenner en citerzanger, eerst in besloten kring, waar hij door vleiers als Apollo werd bejubeld, daarna in het openbaar in Napels en Rome, kwetste in hoge mate de gevoelens van de Romeinen. Zijn buitensporige gedrag en ijdelheid vergrootten zijn impopulariteit. Hebzuchtige en brutale helpers van lage afkomst omgaven de keizer, wiens kostbare oorlogen in Britannië (61) en Armenië tot geldontwaarding en plundering van de welgestelden leidden, waartoe de opnieuw van kracht verklaarde lex maiestatis de mogelijkheid schiep (62). De stichting van de Iuvenalia-spelen (59), gevolgd door de Neronia (61), en de stichting van een gymnasium in Rome konden de ernst van de situatie niet verhelen. De catastrofale brand van Rome (juli 64), die leidde tot de eerste systematische christenvervolging en gevolgd werd door een wederopbouw en de aanleg van de kolossale Domus Aurea, deed nog verder afbreuk aan de naam van de keizer: de volksmond wees zijn persoon zelfs aan als brandstichter. Ieder haatte of vreesde de achterdochtig geworden vorst. De hieruit voortvloeiende samenzwering om Nero te vermoorden en Caius Calpurnius Piso tot keizer tot keizer uit te roepen (65) werd echter verraden. Tot de velen die de dood in werden gedreven, behoorden Seneca, Lucanus, Petronius en Thrasea Paetus. In het jaar 66, waarin Nero na Poppaea’s dood Statilia Messalina huwde, de Armeense kroon te Rome aan Tiridates schonk en Vespasianus naar het opstandige Judaea werd gestuurd, besloot de keizer een reis naar Griekenland te maken. Zijn toernee daar leverde hem 1808 zegekransen, veel jubel en kunstwerken op. De provincie Achaea werd beloond met belastingvrijdom en volledige vrijheid. Ook werd begonnen met het graven van het kanaal van Corinthe. Veel kwaad bloed zette intussen de gedwongen zelfmoord van generaal Corbulo en een van de beide Scribonii, stadhouders in Germania. Het door hongersnood nog aangewakkerde verzet noopte Nero tot terugkeer naar Rome, waar in januari 68 aankwam. Toen waas het echter al te laat. In Gallia stond de gouverneur Caius Iulius Vindex op, in Spanje Galba en in Africa Clodius Macer. Toen de praetorianen zich daarop aan de zijde van Galba schaarden en de senaat Nero to staatsvijand verklaarde, vluchtte deze naar een villa buiten de stad. Toen men hem kwam arresteren dreef hij na lang aarzelen een dolk in zijn keel, onder het spreken van de woorden Qualis artifex pereo (Welk een kunstenaar sterft er met mij…). Waarschijnlijk was de steek niet dodelijk en heeft Epaphroditus, een vrijgelatene van Nero en een van de weinigen die hem tot het einde toe trouw waren gebleven, hem uiteindelijk de fatale steek toegediend. Hij liet het Rijk bankroet en in totale chaos achter. De senaat vervloekte zijn nagedachtenis met de damnatio memoriae.