Gedetermineerd door Adriaan Wagemakers en Eric Aerts
De Engelsen noemen het ook een ‘ nipple button ‘. ” Knoop met 6 ribben die samenkomen in een cirkel gevuld met een punt. Het oog is bladvormig en zonder steel “. De vroegste zijn van tin, vanaf ongeveer 1575. De 18e eeuwse van zilver hebben een of meer onluchtingsgaatjes. Een citaat van btns bij eenzelfde knoop op BvW: “Ik weet dat vanaf het midden van de 17e eeuw zilveren knopen op het Zuid-Hollandse platteland zeer in de mode kwamen. ( Men zegt dat Amsterdam ver voor liep op de rest ). Ik denk toch dat het model voor het metaal gaat. Dan zou deze knoop uit de vroege 17e eeuw zijn. Aan de eerste uitvoeringen werd meer aandacht besteed dan aan de massaproducten die later komen. Die dichtgezette ontluchtingsgaatjes zie ik als een tweede teken dat hij vroeg is”.
Gaatjes aan de achterzijde waren nodig voor ontluchting wanneer de twee helften aan elkaar werden gesoldeerd.
Voorzijde: Duidelijk 2 verweven harten. Vermoedelijk symboliserend de Heilige Harten van Jezus en Maria. Tekst: Priem
Keerzijde: Vertoont enkel het Heilig Hart van Maria. Tekst: 13 december 1896
Gedetermineerd door Grot Marmot en Maurice Fruytier
Is een kruisje dat je kreeg als je lid werd van he H. Congregatie van het H. Hart van Maria. Het wordt vaak verkeerdelijk een nonnekruisje genoemd, maar heeft niets met intrede van nonnetjes of kloosterzusters te maken. Werd dus meestal gegeven tussen de leeftijd van 10 tot 21 jaar. De datum is de dag van intrede als lid. Ook voor mannen had je de congregatie van het H Hart van jezus. Als je lid was moest je elke week ter communie en je gaf een klein stempelkaartje af dat tijdens de week terug thuis werd bezorgd door de wijkmeester. Was een soort controle om te zien of je wel voldeed aan de katholieke verplichtingen. Het kruisje is meestal zilver.
Muntheer: Arnold van Egmond, Hertog van Gelre, 1423-1472
Materiaal: goud
Diameter: 23,5 mm
Gewicht: ?; uitgifte: ca. 3,30 gr
Voorzijde: De hertog in toernooi-uitrusting, met geheven zwaard in rechterhand, gezeten op galopperend paard naar rechts. In de afsnede GEL tussen twee gekantelde kruisjes. Achterbenen paard, zwaard en hoofdtooi onderbreken het omschrift. Tekst in een dubbele parelcirkel: ARnOLD’ x DVX x GEL x IVL x Z x COmES x Z; Arnold hertog van Gelre en Gulik en graaf van Zutphen.
Keerzijde: Het verenigde Gulikse-Gelderse wapenschild rustend in het midden van een bloemkruis. Tekst in een dubbele parelcirkel: ✠ mOn’ x nOVA x AVREA x DVCIS x GELRE; Nieuwe gouden munt van het hertogdom Gelre.
Datum: z.j. 1423-1436 / na 1450.(afhankelijk van de bron)
Slagplaats: Arnhem / Nijmegen.(afhankelijk van de bron)
Opmerking: Het hertogdom Gelre was groter dan de huidige provincie Gelderland. De klimmende leeuw van Gullik staat rechts en heeft een enkele staart, de klimmende leeuw van Gelre heeft een dubbele staart. In principe zijn ze beiden links klimmend maar voor het visuele aspect heeft men deze van Gelre omgewend.
Muntheer: Lodewijk van Nevers, graaf van Vlaanderen, 1322-1346.
Materiaal: zilver 819 / 1000
Diameter: ?
Gewicht: ?; uitgifte: 2,13 gr
Voorzijde: Lang gevoet kruis dat het omschrift onderbreekt, in de kwartieren 1 en 4 een adelaar met gespreide vleugels kop naar links, in de kwartieren 2 en 3 een klimmend leeuwtje naar links. Tekst tussen parelcirkels: LVD]O / VIC : C / OME[S / FLAD’.
Keerzijde: Klimmende leeuw naar links in een dubbele zespas. Tekst tussen parelcirkels: ✠ MOnE[TA : ALOSTE]nSIS; Munt van Aalst.
Datum: z.j. ca. 1331-1332
Slagplaats: Aalst (Romeinse E en geen ringetjes in de O maar wel verdikt in het midden => Aalst, zie Martiny).
Denk dat dit deel uitmaakte van een groter geheel. De schelp onderaan doet aan een St – Jacobsschelp denken maar die kruisen hebben totaal een andere vorm. Vermoedelijk, aan de hand van de grootte, dat het ergens thuis aan de muur heeft gehangen ( crucifix op kruis bevestigd ? ). De versieringen op deze crucifix doe modern aan, dus ergens 20ste eeuw