Gevonden door Bart Bosmans ( ID-191066 )

Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst DVC GEL 1626, voluit: Ducatus Gelriæ, wat betekent: Hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Wapen van Gelderland welke wordt omgeven door een veelbogige versiering. Tekst: mt • IN • DEO • SPES • NOSTRA • (of variant), wat betekent: onze hoop in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntteken: Gelders kruis
Muntmeester: Johan Alewijn
Variant met klein wapenschild binnen veelbogige versiering.
De berekening van de slagaantallen is volgens de uiterste remedie (120 uit een mark). Het jaartal 1625 uit deze serie wordt afgebeeld door Verkade en wordt vermeld in de verzameling van het museum van oudheden te Nijmegen. Aan het bestaan van dit jaartal moet echter sterk worden getwijfeld. Hier is hoogst waarschijnlijk een zeer gesleten exemplaar verkeerd gelezen. De ordonnantie voor deze duiten is afgegeven in 1626 en ook worden zij pas in de muntbus vermeld vanaf 1626. Het jaartal 1625 heb ik daarom niet opgenomen. In een interessante reactie op mijn artikel over deze serie duiten in De Beeldenaar van maart/april 2009 weet Willem van den Nieuwenhof in dezelfde Beeldenaar op blz. 84/85 enkele aanvullingen te geven. Het jaartal 1628 bestaat met een 8 die lijkt op een letter S. Mogelijk heeft Verkade dit cijfer geïnterpreteerd als een 5 en daarom dit jaartal opgenomen. Tevens weet van den Nieuwenhof een nieuwe tekstvariant te melden waarbij de tekst niet begint met een (Gelders) kruis maar slechts met een wat grotere punt. Verder merkt hij op dat er duiten bestaan waar men in het stempel een punt heeft geslagen over het laatste cijfer in het jaartal. De duit 163· die hier op de site afgebeeld staat schrijft hij ook aan een dergelijke actie toe en meent onder de punt het cijfer 5 te zien, ik zie dit echter niet bij dit exemplaar.
In juni 1640 kreeg men te Harderwijk het verzoek om 30 à 40 duiten beschikbaar te stellen voor onderzoek vanwege mogelijke knoeierijen met duiten door muntmeester Johan Weijntges. Uit zijn 1e muntbus opening bleken zijn duiten al “enigszins schraal” te zijn. Er zijn volgens de muntbus nooit duiten geslagen in 1640 maar is dit jaartal wel opgenomen in sommige catalogi. Hoogst waarschijnlijk werden in dit verzoek de duiten van 1635 en 1636 bedoeld. Waarschijnlijk net als bij de bezemstuivers kwamen de klachten nogal laat. Duiten van 1640 ben ik nimmer tegen gekomen en ook de bekende musea met grote verzamelingen bezitten hiervan geen exemplaar. Het jaartal 1640 heb ik op die grond laten vervallen. Welke duiten met het jaartal 1635 door Alewijn en welke door Weijntges zijn geslagen is niet te achterhalen. De duiten van 1635 heb ik daarom allen bij muntmeester Alewijn ingedeeld. Het jaartal 1635 bestaat met een kleine 5 in het jaartal en met een normale 5 in het jaartal. Mogelijk kan de grote of kleine 5 in het jaartal een teken van onderscheiding zijn tussen de twee muntmeesters in dat jaar. Ook valt op dat de tekst op de wapenzijde van het mij bekende exemplaar met een normale 5 in het jaar begint met een open rondje. In de juni-lijst 1999 van munthandel Henzen staat onder nummer 989 een duit 1628 vermeld. Volgens de beschrijving had dit exemplaar alle letters S in spiegelbeeld. Helaas kan dit nog niet bevestigd worden en de volledige tekstvariant (nog) niet worden beschreven. De afwijkende tekst CONCORDIA RES PAR CRES GEL op exemplaren van 1633 wordt wel in verband gebracht met de herovering van Roermond (zie bij PW 1008). Aangezien Roermond in 1632 werd heroverd en er ook een exemplaar van 1636 met deze tekst blijkt te bestaan komt deze aanname op losse schroeven te staan. Het jaartal 1631 werd reeds genoemd door Purmer en van der Wiel. Van dit jaar was ik nooit overtuigende exemplaren tegen gekomen. Er bestaan wel aardig wat duiten waarop het lijkt of het hier een exemplaar van 1631 betreft maar deze hebben allen een vreemd laatste cijfer in het jaartal welke meer op een mislukte 4 lijkt dan een echt cijfer 1, zie hier een voorbeeld. Uit een oude verzameling is nu toch een overtuigend exemplaar te voorschijn gekomen en kan het jaar 1631 definitief worden opgenomen. Ook bleek Teylers museum te Haarlem een exemplaar in de collectie te hebben. Een interessante variant is een duit uit deze serie met een ontbrekend laatste cijfer in het jaartal. De munt heeft alleen de cijfers 163 met een punt daar achter.
Voorschrift: ordonnantie van de Staten van Gelderland van 1626. Uit de snede zoals “op den voet van Hollant en West Frieslant” 116 stuks is ca. 2,12 gram per stuk. Remedie van 4 stuks in het mark. De sleischat was in zijn geheel voor de muntmeester.
Referentie
GEL.82
Gedetermineerd door Eric Aerts