Gevonden door Ralph Delil ( ID-192076 )


Materiaal: goud
Diameter: 15,1 mm
Gewicht: 1,52 gr
Voorzijde: Gelauwerde en gedrapeerde buste met kuras naar rechts. Tekst: CONSTANTINVS AVG
Keerzijde: Constantijn I, als Prins der Jeugd, staande naar voor in militair tenue, hoofd naar rechts, met een speer in zijn rechterhand en een wereldbol in zijn linkerhand. Tekst: PRNCIPII VV ENTVTIS en in de afsnede POST
Slagplaats: Ostia
Uiterst zeldzame vondst, dit zou de tweede munt (of geen munt ?) zijn die bekend is !! Binnen- en buitenlandse experts verklaarden vrijwel onmiddellijk dat beide munten waarschijnlijk met dezelfde stempel zijn geslagen. Determinatie kan nog aangepast worden !
De precieze naam van het munttype ? is niet bekend, maar het is op basis van de massa een 1½ scripulum, wat overeenkomt met een waarde van 3/8 solidus (gouden munt) of 9 siliqua (zilveren munt). In de numismatiek wordt dit munttype daarom doorgaans aangeduid met 1½ scripulum of ‘nine siliquae’. De scripulum was 1/288 van een Romeins pond (gewichtsmaat) en omdat er 24 zilveren siliquae in een gouden solidus gaan, wordt de munt dus ook een 9 siliquae genoemd (3/8 x 24 = 9).
Wat betreft het doel van deze muntuitgifte en het gaatje: het kan erop wijzen dat de munt niet bestemd was voor het normale transactieverkeer, maar vanwege z’n hoge zeldzaamheid en onhandige massa – beschouwd als een ceremoniële uitgifte, bijvoorbeeld ter gelegenheid van een festiviteit, inwijding van een tempel, jubileum of een militaire overwinning. In geval van dit laatste kan het ook gaan om een zogeheten ‘donativum’, een soort bonusuitreiking aan de hoogste rangen van het leger. Ook deze munt zou dus perfect in die traditie passen. Veel van dit soort munten zullen na uitreiking op den duur zijn omgesmolten, wat de zeldzaamheid verklaart.
Gedetermineerd door Anton Cruysheer, ….
Flavius Valerius Constantinus of Constantijn I, Constantijn de Grote werd geboren op 27 februari 272 ? te Naissus in Moesia. Hij was Romeins keizer van 25 juli 306 tot 22 mei 337. Op 19 september 324 werd hij alleenheerser, na Licinius verslagen te hebben in diverse veldslagen. In 307 werd hij Augustus. Hij was de eerste keizer die zich tot het christendom bekeerde. Dat deed hij na de slag bij de Milvische brug waarin Maxentius werd verslagen. Hij liet in de slag het christenteken (labarum) op de schilden van zijn manschappen schilderen en droeg daarna de overwinning op aan de christelijke god. In de lente van 337 werd Constantijn te Nicomedia door een ernstige ziekte getroffen, waaraan hij op 22 mei bezweek, na tevoren door Eusebius, de Bisschop van Nicomedia, te zijn gedoopt. Zijn lichaam werd naar Constantinopel overgebracht en in de kerk van de ‘heilige apostelen’ bijgezet. Constantijn werd 65 jaar.





