Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Categorie: Antwerpen
De Brabantse munt te Antwerpen
De munt te Antwerpen (in het Frans Anvers) was één van de belangrijkste muntplaatsen in de toenmalige zuidelijke Nederlanden. De eerste muntslag is reeds begonnen in de Merovingische tijd (ca. 7e eeuw). In de middeleeuwen zijn er aanzienlijke hoeveelheden munten geslagen door de diverse elkaar opvolgende Brabantse hertogen. Halverwege de 15e eeuw kwam de Antwerpse bloei op zijn hoogtepunt toen Brabant de plaats innam van Vlaanderen als centrum van de economie en handel. Dit kwam doordat de stad Brugge (in Vlaanderen) steeds moeilijker bereikbaar werd voor de scheepvaart door het dichtslibben van het Zwin. Tevens ging de lakenindustrie in Vlaanderen achteruit omdat de Engelsen zelf laken gingen vervaardigen en dit vooral naar Brabant exporteerden.
Toen de opstand tegen Philips II in de noordelijke Nederlanden begon brak er voor Antwerpen ook een andere tijd aan. De Spaanse troepen die in de Nederlanden gelegerd waren sloegen steeds vaker aan het muiten en plunderen omdat hun soldij vaak maanden niet betaald werd. De stad Antwerpen werd zelf ook slachtoffer van zo’n plundering door Spaanse troepen. Zelfs voor de koningsgetrouwe zuidelijke gewesten was nu de maat vol en verbonden zij zich in 1576 middels de pacificatie van Gent met de noordelijke Nederlanden om de Spaanse troepen het land uit te werken. Vanaf die tijd was Antwerpen voor de opstandige gewesten een belangrijk bolwerk tegen de Spanjaarden. In 1585 werd Antwerpen echter na felle strijd veroverd door de Spaanse legeraanvoerder Parma. Dit betekende voor Antwerpen het einde van haar economische bloei. Honderden mensen trokken weg uit Antwerpen naar het noorden en de Schelde werd door het leger van Oranje afgesloten zodat geen schip Antwerpen meer kon bereiken. De muntslag te Antwerpen bleef echter tot in de 18e eeuw nog zeer omvangrijk. De munt werd in 1758 gesloten toen door centralisering van de muntslag werd besloten om alleen nog in Brussel munten te slaan voor de zuidelijke Nederlanden.
Muntteken
Het muntteken van de Antwerpse munt is de afbeelding van een handje, dit handje is afkomstig uit het wapen van de stad Antwerpen. In 1474 werd dit teken ingevoerd als muntmeesterteken maar bleef in gebruik als muntteken.
De afbeelding van het handje komt niet alleen op munten voor. Ook muntgewichten en bakjes van pijlgewichten dragen dit herkenningsteken van Antwerpen.
Voorzijde: Borstbeeld van Philips II zonder kroon, naar links of rechts. Tekst: PHS. D:G. HISP. Z. REX. DVX. BRA (of variant). Voluit: Philipus Dei gratia Hispaniarum z rex dux Brabant wat betekent: Philips Gods gratie koning van Spanje en hertog van Brabant.
Keerzijde: Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië. Om het wapen heen hangt de keten van de orde van het gulden vlies. Tekst: PACE. ET. IVSTITIA. (of variant), dit betekent: vrede en gerechtigheid.
1 = Wapen van Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk). 2 = Wapen van nieuw Bourgondië (blauw bezaaid met gouden lelies). 3 = Wapen van oud Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw, rood omzoomd). 4 = Wapen van Brabant (in zwart een gouden leeuw, rood getongd). 5 = Wapen van Vlaanderen (in goud een zwarte leeuw, rood getongd).
Datum: z.j.
Muntteken:
Muntmeester: Gertrude Sangers 1579 – 1581
Slagplaats: Antwerpen
Deze Statenoorden werden geslagen met een gewicht van ca. 7,24 gram (34 uit een mark).
Muntheer: Karel V, landsheer van de Bourgondische erflanden, 1506-1555
Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: 2,1 gr; uitgifte: 2,10 gr
Voorzijde: Gekroonde buste van Karel V naar rechts. Tekst: CA•D•G•V•IMP•HISP•REX•1549
Keerzijde: Klimmende leeuw naar links binnen eenkabelband tussen gladde cirkels rondom.
Datum: 1549
Muntteken:
Muntmeester: Pieter van den Walle ( 1548 -1552 )
Slagplaats: Antwerpen
Op de koperen korten van Karel V staat een klauwende leeuw naar links (1) afgebeeld. Het uitgebreide wapenschild van Karel V komt niet voor op het koperen kleingeld.
De koperen korte was bij ordonnantie van 7 april 1543 ingevoerd. De exemplaren met het muntteken ster, lelie en Gelders kruisje zijn geslagen te Maastricht, Vlaanderen en Nijmegen. Op de Antwerpse exemplaren staat het muntteken handje. Het herkennen van het juiste munthuis kan problemen geven bij gesleten exemplaren. Van deze muntjes gingen er 128 in een mark werks wat een gewicht van 1,92 gram moest opleveren.
Muntheer: Philips II, landsheer van de Spaanse Nederlanden, 1555-1598
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 1,5 gr; uitgifte: 1,91 gr
Voorzijde: Gekroonde buste van Philips II naar rechts. Tekst: PHS D G HISP REX D BR
Keerzijde: Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië. Tekst: DOMINVS MIHI AVDIVTOR
1 = Wapen van Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk). 2 = Wapen van nieuw Bourgondië (blauw bezaaid met gouden lelies). 3 = Wapen van oud Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw, rood omzoomd). 4 = Wapen van Brabant (in zwart een gouden leeuw, rood getongd). 5 = Wapen van Vlaanderen (in goud een zwarte leeuw, rood getongd).
Datum: z.j. ca. 1569-1578
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Voorbeeld voor Maastricht
De korte was een munt die een waarde had van 2 mijten. De mijt bestond er in twee soorten, de Vlaamse mijt van 1/48 stuiver en de Brabantse mijt van 1/72 stuiver. De eerste korten zijn geslagen in de 14e eeuw van biljoen (legering van zilver met veel koper). Net als Karel V heeft ook Philips II ze aangemunt van zuiver koper met een gewicht van 1,92 gram wat later bij de Statenkorten is verlaagd naar 1,2 gram.
Muntheer: Albrecht & Isabella, aartshertogen 1598-1621
Materiaal: koper
Diameter: 24 mm
Gewicht: 2,5 gr; uitgifte: 3,82 gr
Voorzijde: Gekroond wapenschild van de aartshertogen, ter weerzijden het jaartal I6 – I0. Tekst: ALBERTVS ET ELISABET DEI GRATIA; Albrecht en Isabella, bij Gods gratie
1 = Hongarije (3 dwarsbalken). 2 = Bohemen (Leeuw). 3 = Kastilië (in rood een gouden kasteel, blauw gesloten en verlicht). 4 = León (in zilver een goud gekroonde rode leeuw). 5 = Sicilië (schuingevierendeeld van Aragon en Hohenstaufen, in zilver een zwarte adelaar). 6 = Portugal (5 blauwe schildjes in een rand van 7 gouden kasteeltjes). 7 = Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk). 8 = Oud Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw en rood omzoomd). 9 = Nieuw Bourgondië (blauw bezaaid met gouden lelies, een schildzoom geblokt van rood en zilver). 10 = Brabant (in zwart een gouden leeuw, rood getongd). 11 = Vlaanderen (in goud een zwarte leeuw, rood getongd). 12 = Tirol (in zilver een rode adelaar).
Keerzijde: Gekroond vuurijzer omringd door die wapenschildjes, Oostenrijk, Bourgondië en Brabant. Tekst: ARCHIDVCES AVST DVCES BVRG ET B; aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Bourgondië en Brabant.
Wapens van Oostenrijk, Bourgondië en Brabant
Datum: 1610
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: Periode 7 september 1607 tot 4 september 1609 ca. 1.695.684 stuks. Periode 4 september 1609 tot 4 maart 1611 ca. 5.917.592 stuks.
Geslagen volgens de nieuwe muntvoet die sinds 1606 gold. Voorschrift 64 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 3,84 gram per stuk.
Muntheer: Philips IV landsheer van de Spaanse Nederlanden.
Materiaal: koper
Diameter: 26 mm
Gewicht: 2,3 gr; uitgifte: 3,82 gr
Voorzijde: In een kruisvorm geplaatst het gekroonde wapenschildje van Oostenrijk, met links dat van Bourgondië, rechts dat van Brabant en onderaan dat van de stad Breda. Tekst: PHIL.IIII.D.G.HISP.ET.INDIAR.REX.; Philippus IV dei gratia Hispaniarum et Indiarum rex; Philips IV bij Gods gratie koning van Spanje en de Indiën.
Wapens van Bourgondië, Oostenrijk, Brabant en Breda
Keerzijde: Gekroond koninklijk wapenschild van Philips IV met meerdere kwartieren. Tekst: .ARCHID.AVS.DVX.BVRG.BRAB.Zc; Archidux Austria dux Burgundie, Brabantie etc; Aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië en Brabant enz.
1 = Castilië (Kasteel). 2 = Leon (Leeuw met gouden kroon). 3 = Aragon (4 rode palen). 4 = Sicilië (Bestaat uit de 4 rode palen van Aragon en de adelaar van Hohenstaufen). 5 = Portugal (5 blauwe schildjes in een rand van 7 gouden kasteeltjes). 6 = Oostenrijk (Zilveren faas). 7 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud). 8 = Valois (3 Lelies). 9 = Brabant (Gouden leeuw). 10 = Vlaanderen (Zwarte leeuw). 11 = Tirol (Rode adelaar).
Muntmeester: Jan Emonts ( 1624 – 1627 )
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: Periode 17 december 1625 tot 31 maart 1627 ca. 240.000 stuks.
In 1625 verzocht de stad Breda aan de aartshertogen om vanwege het gebrek aan kleingeld een munthuis te mogen openen. In plaats daarvan beval aartshertogin Elisabeth haar muntmeester om voor 2000 ecu’s aan duiten en oorden te slaan speciaal voor circulatie in Breda en omgeving. Het koper zou door de stad zelf betaald worden. Op 18 juli 1625 ontving muntmeester Emonts instructie om voor 6000 gulden kopergeld te munten (7500 mark koper), de helft duiten en de andere helft oorden en legde op 11 augustus 1625 de eed af in handen van de generaalmeesters. Toen hij op 14 februari 1626 de stad aanschreef met de details over de aanmunting en verzoek tot betaling was de stad hierdoor overvallen en was niet van plan iets te betalen of iets aan te nemen. De oorden en duiten zijn toch geslagen maar hoe de betaling en verzending zijn verlopen is mij niet bekend geworden. Wat bijzonder is op deze oorden is dat hierop mede het wapenschildje van Breda is afgebeeld. Ook de duiten van 1626 waren bestemd voor Breda maar deze vertonen geen afwijkingen ten opzichte van de andere Brabantse (Antwerpse) duiten.
Voorschrift 64 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 3,84 gram per stuk. De remedie was twee stuks per mark.
Voorzijde: Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts. Tekst: CA. D.G.V. IMP. HISP. REX. 1551 . Voluit: Carolus V Dei gratia imperi Hispaniarum rex, wat betekent: Keizer Karel V, bij Gods gratie koning van Spanje.
Keerzijde: Klauwende leeuw naar links binnen een cirkelvormige versiering.
Muntmeester: Pieter van den Walle ( 1548 -1552 )
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Op de koperen korten van Karel V staat een klauwende leeuw naar links (1) afgebeeld. Het uitgebreide wapenschild van Karel V komt niet voor op het koperen kleingeld.
De koperen korte was bij ordonnantie van 7 april 1543 ingevoerd. De exemplaren met het muntteken ster, lelie en Gelders kruisje zijn geslagen te Maastricht, Vlaanderen en Nijmegen. Op de Antwerpse exemplaren staat het muntteken handje. Het herkennen van het juiste munthuis kan problemen geven bij gesleten exemplaren. Van deze muntjes gingen er 128 in een mark werks wat een gewicht van 1,92 gram moest opleveren.
Voorzijde: Gekroond vuurijzer omgeven door 3 wapenschildjes. Links Oostenrijk, rechts Bourgondië en onder Brabant. Tekst: CAROL. II. D.G. HISP. ET. INDIARUM. REX. (of variant). Voluit: Carolus II Dei gratia Hispaniarum et Indiarum rex, wat betekent: Karel II, bij Gods gratie koning van Spanje en de Indiën (de tekst gaat op de keerzijde verder).
Wapens van Oostenrijk, Bourgondië en Brabant
Keerzijde: Gekroond Spaans wapenschild (2), aan weerszijden v/d kroon het jaartal 16 / 91. Tekst: ARCH. AVS. DVX. BVRG. BRAB (of variant). Voluit: Archidux Austria dux Burgundie et Brabant, wat betekent: aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië en Brabant.
1 = Castilië (Kasteel). 2 = Leon (Leeuw met gouden kroon). 3 = Aragon (4 rode palen). 4 = Sicilië (Bestaat uit de 4 rode palen van Aragon en de adelaar van Hohenstaufen). 5 = Portugal (5 blauwe schildjes in een rand van 7 gouden kasteeltjes). 6 = Oostenrijk (Zilveren faas). 7 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud). 8 = Valois (3 Lelies). 9 = Brabant (Gouden leeuw). 10 = Vlaanderen (Zwarte leeuw). 11 = Tirol (Rode adelaar).
Muntmeester: Pieter van Vreeckem 1691 – 1696
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: Periode 10 januari 1692 tot 25 april 1696 ca. 6.167.296 stuks.
Voorschrift 64 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 3,84 gram per stuk.
Muntheer: Philips II, landvoogd van de Spaanse Nederlanden, 1555-1598
Materiaal; koper
Diameter: 20 mm; uitgifte: 22 mm
Gewicht: ?; uitgifte: 2,72 gr
Voorzijde: Gekroond vuurijzer met vonken waaraan het juweel van het Gulden Vlies hangt gelegen op een takkenkruis met aan weerszijden het gesplitste jaartal 15-97. Tekst: PHS.D:G.HISP.Z.REX.DVX.BRA.
Keerzijde: Gekroond eenvoudig wapenschild van Philips II. Tekst: DOMINVS.MIHI.AVDVTOR.
1 = Wapen van Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk). 2 = Wapen van nieuw Bourgondië (blauw bezaaid met gouden lelies). 3 = Wapen van oud Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw, rood omzoomd). 4 = Wapen van Brabant (in zwart een gouden leeuw, rood getongd). 5 = Wapen van Vlaanderen (in goud een zwarte leeuw, rood getongd).
Datum: 1597
Muntmeester: Jan Vets 1594 – 1598
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Deze “Bourgondische” duiten werden net als de duiten met borstbeeld geslagen met een gewicht van 2,72 gram (90 uit een mark).
Voorzijde: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren. Tekst: ALBERTVS. ET. ELISABET. D:G. (of variant). Voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia wat betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (de tekst gaat op de keerzijde verder).
1 = Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk).
2 = Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw, rood omzoomd).
3 = Wapen van Brabant (in zwart een gouden leeuw, rood getongd).
Keerzijde: Schuin geplaatst stokkenkruis welke door een vuurijzer is heen gestoken. Aan het vuurijzer hangt de keten van de orde van het gulden vlies. Tekst: ARCHID. AVST. DVC. BVRG. ET. B (of variant). Voluit: Archiduces Austria duces Burgundie et Brabant wat betekent: aartshertogen van Oostenrijk en hertogen van Bourgondië en Brabant.
Muntmeester: Dominique Wouters ( 1607 – 1619 )
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: – Periode 7 september 1607 tot 4 september 1609 ca. 1.394.790 stuks. – Periode 1 april 1615 tot 11 april 1616 ca. 3.777.776 stuks. – Periode 11 april 1616 tot 31 maart 1617 ca. 252.864 stuks.
Geslagen volgens de nieuwe muntvoet die sinds 1606 gold. Voorschrift 128 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 1,92 gram per stuk.
Voorzijde: Schuin geplaatst stokkenkruis welke door een gekroond vuurijzer is heen gestoken. Aan het vuurijzer hangt de keten van de orde van het gulden vlies. Tekst: PHIL. IIII. D.G. HISP. ET. INDIAR. REX. (of variant). Voluit: Philippus IIII Dei gratia Hispaniarum et Indiarum rex, en betekent: Philips IIII, bij Gods gratie koning van Spanje en de Indiën (de tekst gaat op de keerzijde verder).
Keerzijde: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren. Tekst: ARCHID.AVS.BVRG.BRAD.Zc ( of variant ). Voluit: archidux Austria Burgundie Brabant zc: aartshertog van Oostenrijk-Bourgondië en Brabant.
1 = Oostenrijk (in rood een zilveren dwarsbalk). 2 = Oud Bourgondië (geschuinbalkt van goud en blauw en rood omzoomd). 3 = Wapen van Brabant (In zwart een gouden leeuw, rood getongd).
Muntmeester: Caspar Antheunis ( 1642 – 1657 )
Muntteken:
Slagplaats: Antwerpen
Geslagen aantallen: – Periode 17 december 1625 tot 31 maart 1627 ca. 480.000 stuks. – Periode 16 juli 1650 tot 19 mei 1651 ca. 64.992 stuks. – Periode 27 november 1653 tot 6 oktober 1654 ca. 33.728 stuks. – Periode 8 maart 1656 tot 30 november 1656 ca. 59.576 stuks.
Het jaartal 1626 is eigenlijk geslagen om te circuleren in de stad en omgeving van Breda.
Voorschrift 128 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 1,92 gram per stuk. De remedie was vier stuks per mark.