Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Categorie: Zegelloodje
Zegelloodjes werden gebruikt om zakken, balen, kisten, vaten, deuren en transportmiddelen af te sluiten. Een draad of koord werd door het voorwerp en vervolgens door de openingen in het lood geleid. Daarna werd het lood met een zegeltang dichtgeknepen en tegelijk van een stempelafdruk voorzien.
Een onbeschadigd zegel bewees dat de verpakking of afsluiting na de controle niet meer was geopend. De afdruk kon de fabrikant, handelaar, vervoerder, controlerende instantie of plaats van herkomst vermelden. Sommige loodjes gaven daarnaast de kwaliteit, inhoud, partij of datum aan.
Vanaf de negentiende eeuw werden zegelloodjes op grote schaal gebruikt door fabrieken, maalderijen, spoorwegmaatschappijen, rederijen en handelsfirma’s. Ze verzegelden onder meer graan, meel, hop, meststoffen en andere handelswaren. Door het internationale goederenverkeer worden exemplaren uit heel Europa in de Lage Landen teruggevonden.
Voorzijde: Centraal S.S ( Staatsspoorwegen ). Tekst: ✿ MAATSCH. TOT EXPL. VAN STAATSSP
Keerzijde: Centraal ROODESCHOOL. Tekst: ✿ MAATSCH. TOT EXPL. VAN STAATSSP
Station Roodeschool: Dit was het meest noordelijk gelegen station van Nederland en tevens voor reizigerstreinen het eindpunt van de op 16 augustus 1893 geopende spoorlijn Groningen-Hoofdstation – Sauwerd – Roodeschool. Deze werd vanaf Sauwerd aangelegd door de Groninger Locaalspoorweg-Maatschappij en geëxploiteerd door de Staatspoorwegen, die de exploitatie op 1 januari 1938 overdroegen aan de Nederlandse Spoorwegen.
Voorzijde: Binnen een gladde cirkel het gekroonde wapenschild van Aalst
Keerzijde: Centraal binnen een parelcirkel in drie regels de tekst HOUBLON / D’ALOST / 1917. Tekst binnen een gladde cirkel en een parelcirkel: BELGIQUE FLANDRE ORIENTAL
In 1855 startte Edouard Remy zijn carrière in de Antwerpse graanhandel, begin 1855 kocht hij samen met zijn broer Félix de Molens van Wygmael. In dit bedrijf, dat zich gedeeltelijk op het grondgebied van Wijgmaal en van Wilsele bevond, baatten ze een maalderij, olieslagerij en rijstpellerij uit onder de firmanaam Remy Gebroeders. Na de dood van Félix werd het in 1857 omgevormd tot de vennootschap Edouard Remy et Compagnie. Het beginkapitaal van 1.250.000 frank werd grotendeels door de familie samengebracht. Rond 1900 breidde het bedrijf uit en kwam er een vestiging aan het kanaal Leuven-Dijle, deze locatie is nog steeds de hoofdzetel. Nadat in 1987 de silo werd beschermd als monument, werden in 2005 eveneens stijfselfabriek en de overslagtoren beschermd als monument.In 1855 startte Edouard Remy zijn carrière in de Antwerpse graanhandel, begin 1855 kocht hij samen met zijn broer Félix de Molens van Wygmael. In dit bedrijf, dat zich gedeeltelijk op het grondgebied van Wijgmaal en van Wilsele bevond, baatten ze een maalderij, olieslagerij en rijstpellerij uit onder de firmanaam Remy Gebroeders. Na de dood van Félix werd het in 1857 omgevormd tot de vennootschap Edouard Remy et Compagnie. Het beginkapitaal van 1.250.000 frank werd grotendeels door de familie samengebracht. Rond 1900 breidde het bedrijf uit en kwam er een vestiging aan het kanaal Leuven-Dijle, deze locatie is nog steeds de hoofdzetel. Nadat in 1987 de silo werd beschermd als monument, werden in 2005 eveneens stijfselfabriek en de overslagtoren beschermd als monument.
De Remytoren langs het kanaal Leuven-Dijle
De vermelding CV op een meelloodje van de Fabrieken Remy zou kunnen verwijzen naar het feit dat de vennootschap die op 6 juni 1857 in Antwerpen door Eduoard Remy werd opgericht een ‘commanditaire vennootschap’ was. Zij droeg de naam ‘Commanditaire Vennootschap Edouard Remy & Cie’. Dit zou dus kunnen verklaren: op de voorzijde ER en op de keerzijde CV. Misschien is het wat opvallend dat die vennootschap werd opgericht in Antwerpen. Maar ER was in Antwerpen reeds actief als graanhandelaar. Voorheen, in 1855 had hij samen met zijn broer Félix de ‘Molens van Wijgmaal’ overgekocht van de Banque Foncière. Deze financiële instelling kocht voordien die molens van de Dominique Mosselman een rentenier uit Herent.
In 1855 hadden Félix en Eduoard Remy die molens dus gekocht onder de bedrijfsnaam ‘Remy Gebroeders’ Op internet worden heel wat loodjes beschreven van deze fabriek. Daarin wordt een stelling aangehouden waarbij de CV verwijst naar een coöperatieve vennootschap. (zie: meellood Eduoard Remy- CV). Echter CV verwijst eerder naar de commanditaire vennootschap, de vennootschap die Edouard Remy oprichtte na het overlijden van zijn broer Félix (1856). Zie ook: boek ‘Van Wicmale tot Wijgmaal’ – 2002 – pagina 200.
Keerzijde: 00 was de middelste kwaliteit ( 0 was goed en 000 was de beste kwaliteit )
In 1855 startte Edouard Remy zijn carrière in de Antwerpse graanhandel, begin 1855 kocht hij samen met zijn broer Félix de Molens van Wygmael. In dit bedrijf, dat zich gedeeltelijk op het grondgebied van Wijgmaal en van Wilsele bevond, baatten ze een maalderij, olieslagerij en rijstpellerij uit onder de firmanaam Remy Gebroeders. Na de dood van Félix werd het in 1857 omgevormd tot de vennootschap Edouard Remy et Compagnie. Het beginkapitaal van 1.250.000 frank werd grotendeels door de familie samengebracht. Rond 1900 breidde het bedrijf uit en kwam er een vestiging aan het kanaal Leuven-Dijle, deze locatie is nog steeds de hoofdzetel. Nadat in 1987 de silo werd beschermd als monument, werden in 2005 eveneens stijfselfabriek en de overslagtoren beschermd als monument.
De Oost – Indische Compagnie – specifiek Frans bedrijf voor de Oost – Indische handel – is een commercieel bedrijf in 1664 opgericht door Colbert. Dit loodje is gedateerd tussen 1749 en 1769. De goederen waren ofwel doek, koffie, Chinese thee… Tekst: FLOREBO QUO FERAR. Florebo quocumque ferar is een zin in het Latijn , dat kan worden vertaald in het Frans met “I fleurirai waar ik ook kan worden gedragen” of zelfs “Ik fleurirai waar ik mogen worden aangeplant.”