Batenburg: duit z.j. ca. 1618 – 1624

Gevonden door Filip Behiels

Materiaal: koper

Diameter: 20,2 mm

Gewicht: 1,60 gr

Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst in vijf regels: o o / BAT / ENBVR / GVM / o o

Keerzijde: Gekroond wapen met een klauwende leeuw naar links, het wapen wordt omgeven door een gedeeltelijke tulpkrans.

Afbeeldingsresultaat voor wapen van gronsveld 17e eeuw

Het wapen dat op de koperen duiten staat is dat van Bronckhorst. Dit is een klauwende leeuw in zilver op een rood veld en een gouden kroontje op zijn kop ( waarschijnlijk afgeleid van het Gelderse wapen ).

Muntmeester: Laurens Rasière ( 1618 – 1622 ) en/of Balthasar Wijntgens ( 1622 – ? )

Muntmeesterteken: Een sterretje komt soms op deze duiten voor.

Slagplaats: Batenburg

Referentie

Lit: V.35.5 – PW 1301

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

 

 

 

 

Brandenburg: Denier ca. 1315 – 1318

Gevonden door Klaas Martens

Muntheer: Waldemar van Brandenburg, markgraaf van Brandenburg, 1308-1319.

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm – 14 mm

Gewicht: 0,6 gr

Voorzijde: Gevleugelde markgraaf frontaal staande. Tekst: Anepigrafisch.

Keerzijde: In een driepas met uitstaande hoekpunten drie lindebladeren met elkaar verbonden, aan de binnenhoeken drieblaadjes. Tekst: Anepigrafisch.

Datum: z.j. ca. 1315-1318 (volgens Dannenberg)

Slagplaats: Brandenburg

Waldemar van Brandenburg

Referentie

Lit: Bahrfeldt 557; Dannenberg 167

Gedetermineerd door rimidi

Stootplaat ( pareerstang ) van een dolk: periode ?

Gevonden door Tom Devos

Materiaal: koperlegering

Afmetingen: 50 mm / 70 mm

Gewicht: 32,1 gr

De pareerstang ( stootplaat ) is de metalen stang die de kling van het zwaard of de dolk kruist, en de grens vormt tussen kling en gevest. Het voornaamste doel van de pareerstang is het beschermen van de zwaardhand tegen andere zwaarden, maar bijvoorbeeld ook tegen een klap met een schild. De pareerstang bestaat in verschillende vormen; recht of gebogen (altijd naar de kling), plat, vierkant of rond, breed uitlopend of versmallend, etc.. De meeste van die vormen waren in gebruik in de dertiende eeuw. Wat eigenlijk niet voorkwam in de dertiende eeuw waren pareerstangen met een punt langs de kling aan het cusson (deel van de pareerstang waar de kling doorheen gaat), of ingewikkelde pareerstangen, bijvoorbeeld pareerstangen gebogen in een S-vorm. Ook vingerringen zijn een modernere uitvinding, en die kwamen in de dertiende eeuw niet voor.

Referentie

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Brynckminator Brynckminator

 

Fragment kaarsensnuiter: 17e eeuw

Gevonden door Tom Devos

Materiaal: brons

Afmetingen: 30 mm / 40 mm

Gewicht: 26,5 gr

In de Middeleeuwen waren kaarsen in het donker de voornaamste lichtbron en er waren er veel nodig om een grote kamer te verlichten. Tegen 1450 waren er snuiters uitgevonden om ze allemaal uit te krijgen. Er waren twee soorten. De ene bestond uit een kleine bronzen kegel aan een staaf om bij kaarsen te kunnen die hoog waren geplaatst. De andere leek op een schaar. Terwijl de kaars werd gedoofd, werd de lont geknipt. Eeuwen later kwamen er lonten die vanzelf korter werden. Dezen worden tot op heden nog gebruikt.

kaarsensnuiter

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Arjan Wagemakers