Gevonden door K de Baere
Materiaal: koper
Diameter: 22 mm
Gewicht: 2,56 gr
Voorzijde: In vijf regels: ✶ D ✶ / GEL / RI.AE / 1783 / mt. Voluit: ducatus Gelriae, en betekent: hertogdom Gelderland.
Keerzijde: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO. EST. SPES. NOSTRA wat betekend: onze hoop is in de Heer.

Wapen van Gelderland
Muntmeesterteken: korenaar
Muntmeester: Marten Hendrik Lohse 1782 – 1806. Geen vermelding van duiten in zijn muntbussen.
Slagplaats: Harderwijk
Bij duiten van dit type staat er een punt tussen RI en AE van GELRIAE, dit is mogelijk een centreerpunt voor de stempelsnijder. Tevens wordt GELRIAE niet meer met de A en de E aan elkaar vast geschreven als Æ. W.I. de Voogt vermeldt dat de duiten van 1783 op rekening van de muntmeester zijn geslagen tot een bedrag van 6000 gulden. Als er in 1783 voor 6000 gulden aan duiten is geslagen dan zijn er ca. 960.000 stuks van. Er komen loden plakken voor met incuse afbeeldingen van duiten op voor- en keerzijde. Om deze plakken te maken heeft men 2 duiten gebruikt en een flinke klap met een hamer gegeven waardoor de afbeelding van de duiten in spiegelbeeld in het lood is komen te staan. De reden voor deze maaksels is onduidelijk. Mogelijk zijn het speelschijfjes of gaat het soms om gewichten. Klik HIER voor een voorbeeld waarbij 1 zijde is gemaakt met een Gelderse duit van 1784. Het jaartal 1788 uit deze serie en het jaartal 1788 van het volgende type komen voor met een stempelsnijder fout bij de letter D in het woord INDEO. Er staat een deel van een letter voor waardoor het lijkt of er INIDEO staat. Zie HIER voor de afbeeldingen. Een exemplaar uit 1784 is bekend met de onbekende klop D K, zie HIER de afbeelding. Recent is een exemplaar van 1786 bekend geworden die over een liard van Luik is geslagen uit mogelijk 1746, zie HIER een afbeelding. Op de details is nog het onderste hoorntje te zien uit het onderste wapenschild. De Gelderse munt heeft als grondstof dus liards van Luik gebruikt en kunnen er met goed bestuderen van het muntplaatje meer exemplaren gevonden worden.
Voorschrift: als Gelderland zich heeft gehouden aan de resolutie Staten-Generaal van 13 november 1769 dan moeten er 75 á 76 stuks uit een mark zijn gekomen (ca. 3,24 gram per stuk).
GEL.132
Gedetermineerd door Eric Aerts