Gevonden door William Posthouwer
Materiaal: brons
Diameter: 16 mm – 17 mm
Gewicht: 1,4 gr
Voorzijde: Gelauwerde en gekroonde buste naar links die Victory op globe en een kaart vasthoudt. Tekst: CONSTANTINUS IVN NOB C
Keerzijde: Globe op een altaar met in drie regels de letters VO-TIS-XX, hierboven drie sterren. Tekst: BEATA TRAN QVILLITAS, hieronder • PTR •
Slagplaats: Trier
Opmerking: Vermoedelijke determinatie !!
Lit: RIC 414 variant
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Flavius Claudius Constantinus, bekend als Constantijn II, geboren te Arles in februari 316 was een Romeins keizer van 9 september 337 tot april 340. Constantijn was de oudste zoon van Constantijn de Grote en diens vrouw Fausta. Reeds op 1 maart 317 werd Flavius Claudius Constantinus, samen met Crispus en Licinius jr. tot Caesar verheven. Hij ontving een voortreffelijke opvoeding, en werd al vanaf jonge leeftijd meegenomen op veldtochten. Na Crispus’ dood in 326 nam Constantijn II waarschijnlijk diens plaats in Gallië in. Zijn veldheren versloegen de Alamannen; sedert 331 komt de eretitel Alamannicus bij zijn naam voor. Het jaar daarop versloeg hij op verzoek van de Sarmaten de Goten. De Sarmaten zelf, tegen wie hij daarna moest optreden, ondergingen hetzelfde lot; niet minder dan 300.000 van hen vestigden zich als coloni op Romeins gebied. Constantijn II resideerde veelal in Trier, waar hij in contact kwam met de verbannen bisschop Athanasius. Op 9 september 337, toen de moeilijkheden na de dood van Constantijn de Grote uit de weg waren geruimd, nam hij samen met zijn broers de titel Augustus aan. In 338 kwam te Viminacium een verdeling van het rijk tot stand, waarbij Constantijn II Britannië, de beide Galliën en Spanje behield, die hem reeds door zijn vader in 335 waren toegewezen. Spoedig raakte Constantijn II echter in conflict met Constans I, die hij trachtte te bevoogden; ook maakte hij aanspraak op diens diocesen Afrika en Italië. In 340 drong hij onverwacht Italië binnen, maar werd bij Aquileia in een treffen met de voorhoede van Constans, die zelf nog in Naissus was, verslagen; hij kwam op de vlucht om in een rivier in april 340 op 24-jarige leeftijd.






