Gekroonde en aanziende Karel de Grote, gezeten op een troon. In de linkerhand een scepter, in de rechterhand een rijksappel. Op zijn schoot, een zwaard.
Voorzijde: Buste naar rechts. Tekst: •PH(L)S•D:G•HISP•Z•REX•COMES•FLAN•15 ( mt) 71•
Keerzijde: Gekroond Oostenrijks – Spaanse – Bourgondisch wapenschild gelegen op een stokkenkruis tussen twee vuurijzers met vonken, eronder hangt het juweel van de Keten van het Gulden Vlies. Tekst: •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•
Muntheer: Philips IV als heer van Doornik, 1621-1665.
Materiaal: zilver 582 / 1000
Diameter: 30 mm
Gewicht: 4,75 gr; uitgifte: 5,26 gr
Voorzijde:Klimmende leeuw naar links met de linker poot een Oostenrijks-Bourgondischwapenschild houdend en met de rechter een geheven zwaard dat het omschrift onderbreekt en er het begin van aangeeft. Tekst: PHIL .IIII .D .G .HISP .ET .INDIAR .REX .♜; Philips IV met Gods gratie koning van Spanje en Indië(Latijns Amerika).
Keerzijde: Het gekroonde wapenschild van de koning gelegen op een stokkenkruis, ter weerszijden het gesplitste jaartal 16 / 52. Tekst onderbroken door stokkenkruis: . ARC / HID . AVST / . DVX . / . BVR . D . TO / R. Zc ., Aartshertog van Oostenrijk hertog van Bourgondië, Brabant enzovoorts.
Voorzijde: Klimmende leeuw naar links, in de linkerpoot een wapenschild van Bouillon houdend en met de rechterpoot een geheven zwaard dat het omschrift onderbreekt en er het begin van aangeeft. Tekst: MAXIM:HENRI:D:G – •ARCHIE•COL(rozet)
Keerzijde: Het wapen van Beieren gedekt door de geestelijke bisschopskroon, geplaatst op een schuin stokkenkruis dat het omschrift onderbreekt, gesplitst door het schild, I6 – 57 Tekst: •EPS – ET•PRI-NC –•LEO. – [E]T.S.B.V• –DVX
Waarom niet Keltisch? De Kelten (en dan spreek ik over de cultuur voordat die zwaar beïnvloed werd door het zuiden (Rome/Romanisering proces) gebruikten helemaal niet zo vaak bronzen of andersoortige metalen om te offeren. Het gebeurde wel, maar niet en masse zoals met deze wieltjes. Want dat is het: een massaproduct voor de individuele offering. De gewoonte was in groep processies te houden, feestmalen te nuttigen en te offeren, waarbij dan meestal een varken of zoiets dergelijks collectief werd geofferd. Die dieren werden dan ook collectief opgegeten op zo’n offerplaats (getuige het vele aardewerk die op zulke plaatsen gevonden worden)
Waarom niet Romeins? Vrij eenvoudig: het is een “in de provincie” vervaardigd product dat opzich niet per se een oorsprong kent in Rome. Een voorbeeld van wat dan wel een Romeins product is, is bv een mooie sestertius. Ofzo.
Waarom Gallo Romeins? Dit is dus een “provinciaal” (Gallisch: dus Gallo) gegoten product dat gegoten is ten tijde dat het befaamde Romanisering proces al in volle gang was. Vandaar de gecombineerde Gallo Romeins.
Het Romanisering proces is ook niet iets dat een vaste datum heeft, kijk je naar bv. Marseille dan weten we dat dit al in de 3e eeuw voor Christus gaande was. Hier in het noorden sijpelde dat wat later door. Opzich is dat ook geen bijzonder fenomeen, kijk je bv. naar de steentijden dan zie je eenzelfde soort voorsprong in het zuiden plaatsvinden.
Delestree schreef eens in een vergelijkbare studie dat het fabriceren van massa votieve objecten waarschijnlijk eind 1ste eeuw voor Christus echt op gang was gekomen.
Het vasthouden aan inheemse gebruiken was overigens ook geen bijzonder fenomeen. Men nam die zuiderse gebruiken graag over maar ondertussen bleven wel nog heel wat oude gebruiken overeind. Naarmate de tijd verstrijkt zie je dat natuurlijk wel afnemen.
Kortom: dit is een typisch massaal vervaardigd object voor individueel gebruik, wat voornamelijk in de Gallo Romeinse periode de norm werd. Plus het gebruikte materiaal versterkt dit.
Ik begrijp de gedachte aan Keltisch, maar dit is net zo Keltisch als onze avavcia’s. Wie dat begrijpt weet wat ik bedoel.
Een referentie dat ik eens zelf voorzien heb, vertaald uit een publicatie over Villeneuve Saint Germain (oppidum opgravingen)