Voorzijde: Praetoriaanse galei door roeiers aangedreven. Tekst: ANT AVG III VIR R P C
Keerzijde: Legioensadelaar tussen 2 standaards of Signum legionum ( veldteken van een legioen, hieraan kon men de verdienste van het legioen zien ). Tekst: niet meer te lezen.
De munten werden voor de slag bij Actium in 32 v.Chr geslagen, waarschijnlijk in zijn winterhoofdkwartier in Patrae ( Griekenland ), om zijn vloot en legioenen te betalen. Deze munten hebben een lager zilvergehalte, door toevoeging van koper, fourré munten ( koperen kern) komen ook veel voor. Veel van deze munten zijn lang in omloop geweest, waardoor er veel versleten exemplaren gevonden zijn. Ook staan er vaak merktekens van bankiers op. De afkorting ANT AVG betekent Antionus Augurus en hiermee identificeerde hij zich met Caesar die ook Augur ( toekomstvoorpeller, een priesterfunctie ) was. III VIR R P C op de munten betekent Triumvir rei publicae constituendae, een van de drie mannen die de Republiek herstelden. Naast Marcus waren dat Lepidus en Octavianus ( Augustus ). In 169 na Christus werd de versie van het zesde legioen herslagen als eerbetoon aan de 200ste-viering van de slag bij Actium.
Een staand en aanziende Sint-Servatius van Maastricht, gekleed in bisschoppelijk gewaad en mijter. Twee beentjes te zien in de kazuifel. In de linkerhand een kromstaf, in de rechterhand zijn attribuut “Sleutel”. Keerzijde toont een raster motief, drie draag,- of opnaaioogjes afgebroken.