Crotal bell: 16e eeuw – 17e eeuw

Gevonden door Kevin Van den Berk ( ID-217083 )

Materiaal: koperlegering 

Diameter: ca. 35 mm

Gewicht: 36,5 gr

Postmiddeleeuwse crotal bells kunnen eenvoudig of versierd zijn, en decoratie kan zowel op de bovenste als de onderste helft zijn aangebracht, of alleen op de onderste helft. Wanneer beide helften versierd zijn, kunnen de ontwerpen vergelijkbaar of verschillend zijn.

Bellen die op deze manier zijn gemaakt, zijn gemakkelijk te herkennen aan de twee ‘klankgaten’ in de bovenste helft van het lichaam. Deze zijn in feite primair bedoeld om de positionering van de kern te vergemakkelijken, in plaats van voor de overdracht van het geluid.

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Zeeland: duit 1767

Gevonden door Kevin Van den Berk ( ID-216985 )

Materiaal: koper

Diameter: ca. 22 mm

Gewicht: 2,7 gr

Voorzijde: Een weelderige rococo stijl versiering met daarin in drie regels ✶♜✶ ZELAN DIA met 1 E en het jaartal.

Keerzijde: Een gekroond ovaalvormig wapenschild met leeuw in de golven. Het wapenschild is versierd in de zogenaamde rococo stijl. Tekst: LUCTOR ET EMERGO (of variant), wat betekent: ik worstel en kom boven. Het begin van de tekst begint bij dit type aan de linkeronderzijde van het wapenschild.

Wapen van Zeeland

Muntmeester: Martinus Holtzhey (zoon) 1764 – 1788

Muntteken: ♜

Slagplaats: Middelburg

Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend.

In 1765 werd gezocht naar een nieuw type duit. Uiteindelijk resulteerde dat in dit type. Er bestaat echter een proef uit 1765 met een afwijkend wapen welke in het bezit is van het Amsterdams Museum, zie HIER.

De vorm van de versiering onder aan het wapenschild kan mede behulpzaam zijn bij het determineren van een jaartal overslag. De duiten met het jaartal 1785 hebben b.v. een versiering van het type I onder het wapenschild. De duiten met de stempel verandering 1786/85 hebben ook dit type versiering. De “gewone” duiten van 1786 hebben echter een versiering van het type III onder het wapenschild. Dit hulpmiddel moet wel met enige voorzichtigheid gehanteerd worden omdat sommige jaartallen met alle drie de versieringstypen voorkomen. Zo komen de duiten van 1784 voor met alle drie de versieringstypes. Bij munthandel G. Henzen kwam in de augustuslijst 1999 onder nummer 1205 de overslag 1787 over 1783 voor. Omdat mogelijk verwarring kan bestaan met de overslag 1787 over 1786 (vermeld door Purmer en van der Wiel) heb ik deze overslag nog niet opgenomen.

De Staten van Holland en West-Friesland herhaalden in een plakkaat van 24 mei 1769 nog eens dat alleen de duiten geslagen te Holland en West-Friesland gangbaar waren. De Staten-Generaal namen de inhoud van dit plakkaat grotendeels over op 24 augustus 1769. Zij stelden in dit plakkaat dat binnen de grenzen van de Republiek alleen kopergeld mocht circuleren dat daar ook geslagen was. Zeeland volgde door in hun plakkaat te stellen dat binnen hun grenzen alleen de Zeeuwse duiten geldig waren. Mogelijk vanwege dit over en weer elkaars duiten verbieden is er op 13 november 1769 een resolutie verschenen van de Staten-Generaal. Hier in werd alle provincies bevolen voortaan duiten te slaan op de voet van Holland. Deze resolutie heb ik (nog) nergens terug kunnen vinden. Hij wordt ook niet vermeld bij van Gelder. Er wordt naar gerefereerd in een plakkaat van Holland en West-Friesland waar in de duiten van andere provincies werden toegelaten mits geslagen na 1769. Deze resolutie kan de plotselinge veranderingen in de diverse provincies voor wat betreft de aanmunting van duiten verklaren.

Referentie

ZEE.17

Gedetermineerd door Eric Aerts