Riembeslag ( torenbeslag ): 14e eeuw – 15e eeuw

Gevonden door Martijn Aarts ( ID-200566 )

Materiaal: brons

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

De Wacht aan de Middel: Het Verhaal van het Torenbeslag. In de 14e en 15e eeuw was een riem veel meer dan een praktisch hulpmiddel om kleding op de plek te houden; het was een visueel visitekaartje. Wie door de smalle straten van een middeleeuwse stad liep, kon aan de gordel van een voorbijganger direct zien met wie hij te maken had.

Een kasteel in het klein. Dit kleine bronzen beslagstuk, gegoten in de vorm van een kantelenwand met torens, is daar een perfect voorbeeld van. Hoewel het slechts enkele centimeters groot is, draagt het de volledige zwaarte van de middeleeuwse symboliek met zich mee. De toren was het ultieme teken van macht en onverzettelijkheid. Door dit specifieke motief in grote getale op een ‘pronkgordel’ aan te brengen, hulde de drager zich letterlijk in een symbolische vestingmuur.

Symboliek van brons. Terwijl de allerrijksten kozen voor goud of zilver, bood dit bronzen beslag de opkomende burgerij en de lagere adel de kans om hun status te tonen. Het brons glom destijds als goud aan de heup, waar de ’torens’ waakten over de kostbaarheden die aan de riem hingen: – De beurs met zuurverdiende munten. – Het eetmes, onmisbaar voor elke maaltijd. – De sleutels van de kist waarin de meest persoonlijke bezittingen lagen.

De drager als vesting. Het dragen van dit ’torenbeslag’ was een statement van waakzaamheid. Net zoals de echte torens de stad beschermden tegen vijanden, bood de versierde gordel de drager een gevoel van spirituele en sociale bescherming. Het vormde de grens tussen de persoon en de buitenwereld.

Vandaag de dag herinnert dit geoxideerde stukje brons ons aan een tijd waarin elk detail aan de kleding een verhaal vertelde. Het is een klein, maar krachtig overblijfsel van een wereld waarin architectuur, status en bijgeloof samenkwamen aan een simpele leren riem.

Lit: Der Gürtel Function und symbolic eines kleidingstucks in antike und mittelalter; Honderden … Middeleeuwse mode in metaal ‘ sierbeslag op riemen en tassen uit de Nederlanden 1300 – 1600

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Arnhem: Sint Jans goudgulden, Goudgulden, Arnoldusgulden, Arnhemse gulden, Arendsgulden ca. 1425-1440*

Gevonden door Axel Vroling ( ID-200097 )

Muntheer: Arnold van Egmont, hertog van Gelderland, 1423-1465 en 1471-1473

Materiaal: goud, oorspronkelijk .771 dalende naar ca. .500

Diameter: 24 mm

Gewicht: 3,23 gr; uitgifte: ca. 3,376 gr 

Voorzijde: Staande Sint Johannes de Doper met nimbus en mantelpak van voren, met kruisstaf in de linkerhand , het omschrift boven- en onderaan onderbrekend. Tussen de voeten een kruisje. Omschrift eindigend met een leeuwtje als muntteken. Tekst: · /✠ / S · IOhANnЄS / + / BABTISTA leeuwtje ·; Sint Johannes de Doper.

Keerzijde: Binnen een dubbele vierpas, met drieblaadjes in de buitenhoeken, een kruis gevormd door vijf wapenschilden. Bovenaan dat van Arnhem, in het middenlinks Gelre, Gelre/Gulik centraal en rechts Zutphen, onderaan niet geweten, vermoedelijk een fantasiewapenschild dat moet doorgaan als dat van de Rijnpalts zoals op de Rijnse guldens. Tekst: ✠ DVX · ARNOLD’· GЄL· Z · IVL· Z · COMIS· Z ·; Hertog Arnold van Gelre en Gulik (Jülich) en graaf van Zutphen.

Datum: z.j. ca. 1425-1440*

Slagplaats: Arnhem

Arnold van Egmond

Lit: Delmonte 604; van der Chijs 10.3; Friedberg 56

Gedetermineerd door Jelle Venema en rimidi