Gevonden door Ronald Visser
Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: 1 gr
Voorzijde: Een tulpenkrans met daarin de tekst WEST FRISIAE in twee regels met daaronder het jaartal 1663.
Keerzijde: Gekroond wapenschild met het wapen van West-Friesland ( twee boven elkaar geplaatste gaande leeuwen ). De leeuwen hebben hun kop ‘en face’ gericht, dat is tot de kijker gericht. Tekst: DEVS. FORTI. ET. SP. NOS (of variant). Voluit: Deus fortitudo et spes nostra, wat betekent: God is onze hoop en kracht.

Wapen West Friesland
Muntmeester: Gerrit van Romondt 1652 – 1680
Muntmeesterteken: Rozet/bloem ❀
Slagplaats: Hoorn
Wettelijk voorschrift: resolutie Gedeputeerden van de drie Westfriese steden van 20 maart 1658. Uit een mark werks 120 stuks is ca. 2,05 gram per stuk. Remedie 4 stuks per mark.
Het jaartal 1660 is bekend met een klop van de stad Meurs (Duitsland). Afgebeeld in muntkoerier 1993 nr.11 blz.35 (exemplaar VCCI 43). Van het jaartal 1663 bestaan er exemplaren die wat kleiner zijn dan normaal. Of het hier een halve duit betreft zoals in veel literatuur wordt verondersteld is hoogst onwaarschijnlijk. Uit eigen waarneming hebben de duiten van 1663 een diameter tussen de 18 en 21 mm. Het gewicht van deze duiten ligt tussen de 1,5 en 1,8 gram. Het is waarschijnlijker om aan te nemen dat er muntplaatjes aangepast zijn aan een wat kleiner uitgevallen stempel van 1663. De muntplaatjes zijn kleiner uitgevallen maar wegen even zwaar als alle andere duiten. Later heeft men deze klein uitgevallen duiten ge‹nterpreteerd als halve duit. De duit 1664 zou in het bezit zijn van Teylers museum te Haarlem maar na een inzage in de collectie blijkt dit een verkeerd gelezen exemplaar van 1604 te zijn met slijtage bij het cijfer 0. Dit jaartal is dan ook komen te vervallen. In veilingcatalogus 12 van Karel de Geus werd onder nummer 89 een duit 1669 aangeboden. Dit is met grote zekerheid een duit 1660 met een stempelbreuk. De breuk laat het jaartal voorkomen als 1669. Een deel van de breuk zet zich voort in de tulpkrans. Duiten van dit type met de tekst WEST FALIAE zijn geslagen te Reckheim.
Een aantekening in het resolutieboek van de gedeputeerden van Hoorn de dato 1 juli 1661 vermeldt dat er sinds 1658 ca. 20.026 mark aan duiten is geslagen. Vanwege de slapte in het muntbedrijf werd er op 7 april 1663 toestemming gegeven om voor 10.000 mark duiten te mogen slaan. De bekende oplage cijfers van de duiten worden dan uitgaande van de volledige remedie als volgt:
1658-1659-1660 20.026 mark – is ca. 2.483.224 stuks (inclusief type met de drie wapentjes).
1663-1664 10.000 mark – is ca. 1.240.000 stuks.
In eerdere plakkaten van de Staten van Holland en West-Friesland werden vreemde en vervalste duiten steeds verboden verklaard. Op 20 september 1679 verscheen echter een plakkaat waarin diverse munten, waartegen eerst steeds fel geageerd was, nu toegelaten werden tegen gereduceerde koersen. Opvallend is dat in dit plakkaat nu de koperen duiten van het bisdom Luik, Reckheim, Roermond alsmede die van andere plaatsen buiten de Nederlandse provincies getolereerd werden als een halve duit. Het optreden tegen vreemde en vervalste duiten zal een onmogelijke opgave zijn geweest. Sinds 1627 waren te Holland geen duiten meer geslagen. Alleen West-Friesland sloeg in de jaren 1658-1663 duiten welke aantallen lang niet genoeg zullen zijn geweest om een groot gebied als Holland en West-Friesland samen te kunnen bevoorraden. Pas vanaf 1701 zouden Holland en West-Friesland opnieuw gaan beginnen om de duiten circulatie te saneren.
WES.58
Gedetermineerd door Eric Aerts