Gevonden door Peter Peeters
Materiaal: koper
Diameter: 19 mm
Gewicht: 1,3 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst .P .DG. DV. GEL RIÆ (of variant) in vier regels ( de P staat helemaal boven in de tulpkrans ). Onder in de tulpkrans is het wapen van Roermond geplaatst. De afgekorte tekst is voluit: Philippus Dei gratia dux Gelriæ, wat betekent: Philips (IV) bij Gods gratie hertog van Gelderland.

Wapen van Roermond
Keerzijde: Een gedeeltelijke tulpkrans om een gekroond Gelders wapen met de leeuwen van Gulik en Berg, aan weerszijden van het wapen een punt.

Wapen van Gelderland
Muntmeester: ?
Slagplaats: Roermond
Opmerking: Met 3 punten links, en 3 punten rechts van het wapen.
Voorschrift: op 4 november 1638 wordt er voor het eerst melding gemaakt van toestemming om zilver en kopergeld te gaan slaan. Op 4 november 1639 wordt er toestemming gegeven om als proef 25 Vlaamse ponden te vermunten tot liards (oorden) en duiten. Liards zijn echter niet bekend, wel dit type duit.
Deze duit doet nogal “Staats” aan, de tekst op de voorzijde en het wapen op de keerzijde vertonen veel overeenkomsten met de Staatse types. De P in de tekst verwijst echter naar Philips IV welke zich hier hertog van Gelderland noemt. Normaal hadden de duiten van de Spaanse koningen veelal een gekroond wapen welke in meerdere kwartieren was verdeeld. Uit een rekening welke door 3 commissarissen v/d munt werd aangeboden aan de magistraat blijkt dat er van 3 november 1649 tot 11 september 1653 ca. 1470½ pond Vlaams tot duiten is verwerkt. Of het hier om dit type handelt of het volgende (ROE.5) is niet duidelijk. Uit andere rekeningen blijkt dat er ook in 1654 en 1661 duiten zijn geslagen.
ROE.4
Gedetermineerd door Eric Aerts