Gevonden door Mark Volleberg
Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Hoofd met stralenkroon naar rechts. Tekst: IMP C POSTVMVS
Keerzijde: Felicitas staande naar links met in de rechterhand een lange caduceus en in de rechter hand een Hoorn des Overvloeds. Tekst: FELICITAS AVG
Slagplaats: Lyon
Lit: RIC 58, RSC 39, Sear 10936
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Marcus Cassianius Latinius Postumus, kortweg Postumus, werd geboren tussen 215 en 225. Hij was een Romeins keizer van de zomer van 260 tot begin 269. Hij was heerser over het Gallische Keizerrijk in oppositie tegen de keizers Gallienus en Claudius Gothicus en dus een usurpator keizers. Postumus wordt door de meeste bronnen beschreven als een goede keizer. Hij wist met succesvolle veldtochten de Franken af te slaan en zo de westelijke provincies bij elkaar te houden. Er is niet veel bekend over het vroege leven van Postumus, maar men gelooft dat hij een Bataaf van eenvoudige komaf was, die door eigen bekwaamheid door de rangen van het leger opklom. Zijn geboorteplaats Deusone zou volgens sommigen het huidige Diessen, een dorp ten zuidoosten van het huidige Tilburg geweest kunnen zijn. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk aangezien in Diessen geen aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd zijn aangetroffen. Het lijkt wel zeker dat Postumus zich nauw verwant voelde met de god Hercules Deusoniensis. Tijdens zijn bijna tienjarige ambtsperiode droegen 26 verschillende muntslagen beeltenissen van deze god. Volgens sommige historici stond Deusoniensis voor het riviersysteem van de Dieze of nog breder dat van Dieze en Dommel, aangezien de Dieze nog tot in de Middeleeuwen als de hoofdstroom van dit riviersysteem werd gezien. Hij was na 254 onder andere actief in het bestrijden van binnengevallen Franken en Alemannen. Om oorlog te kunnen voeren in het Oosten had keizer Valerianus I in 254 behoefte aan goed getrainde legionnairs. Hij onttrok daarom verscheidene van de beste eenheden aan de verdediging van de Rijngrens, met grote gevolgen. De Franken en Alemannen vielen al spoedig aan en lijken enige tijd vrij spel te hebben gehad. De archeologie laat zien wat er in 256 gebeurde. Een groot aantal Romeinse forten aan de Neder-Rijn werden verwoest. Krefeld en Augusta Treverorum (Trier) werden geplunderd, allen Keulen bleef dankzij zijn dikke muren gespaard. Daarna wist keizer Gallienus, de zoon van Valerianus en van 253-260 medekeizer, de Franken weer uit Gallië te verdrijven. Hij heroverde Augusta Treverorum (Trier) en reorganiseerde de verdediging van Germania Superior en Gallia Belgica. Postumus speelde bij deze strijd zeer waarschijnlijk met name in Germania Inferior een belangrijke rol. Uiteindelijk werd Postumus door keizer Valerianus I in de positie van keizerlijk legaat van Germania Inferior benoemd. Postumus begon zijn vijfde consulaat op 1 januari 269, maar het leger in Germania Superior, dat niet gelukkig was met Postumus’ beslissing om geen mars op Rome te ondernemen ter ondersteuning van Aureolus, schaarde zich begin 269 achter een usurpator. De uitverkorene was Laelianus, een van de topmilitairen binnen het bewind en de gouverneur van de provincie Germania Superior. Laelianus werd in Mogontiacum (Mainz) tot keizer uitgeroepen door het lokale garnizoen en de nabij gelegen troepen (Legio XXII Primigenia). Hoewel Postumus in staat bleek om Mogontiacum snel in te nemen en Laelianus te doden, kon hij zijn eigen troepen niet in de hand houden. Omdat hij hen niet toestond om de stad Mogontiacum te plunderen, keerden zij zich tegen hem en doodden hem en zijn zoon Postumus Junior in Gallië.
