Gevonden door Marco Evers

Materiaal: koper
Diameter: 25 mm
Gewicht: ?
Voorzijde: Friese edelman (naar Saksisch voorbeeld) naar rechts met zwaard over de schouder. Links van het borstbeeld staat de letter F en rechts de letter O. Deze afkorting wordt uitgelegd als Frisia Ordines (Friese staat) maar ook als Friese oord. Tekst:
. NISI. DOMINVS. NOBISCVM. (of variant). Wat betekent: tenzij de Heer met ons is.
Keerzijde: Fries wapenschild met een open kroon en een ronde onderzijde. De bovenzijde van het wapen heeft links en rechts een uitstulping of juist niet. Onder en naast het wapen zitten brilvormige krulversieringen waarvan de rondingen voorzien zijn van uitsteeksels. In het wapen twee gaande leeuwen boven elkaar die recht voor zich uit kijken. Tekst: .MO. NOVA. ARG. ORDIN. FR. (of variant). Voluit: moneta nova argentum ordinum Frisiae, wat betekent: nieuwe zilveren munt van de staat Friesland.

Wapen van Friesland
Datum: z.j. ca. 1657 – 1663
Muntmeester: Coenraad Raerd en Daniel Valckenier ( 1652 – 1657 en 1659 – 1688 )
Muntteken: 
Slagplaats: Leeuwarden
Deze oorden zijn mogelijk de laatste Friese oorden geweest. De versiering rond het wapen is van een andere vorm, een meer ronde, brilvormige krulversiering versierd met puntige uitsteeksels. Soms lijken de versieringen een mengeling van de oude krulversieringen met de nieuwe brilvormige krulversiering zoals op DIT exemplaar. Sommige van deze oorden zijn van een erg slechte uitvoering met grote en kleine letters. Over het woord oord zoals dit nog te Friesland werd gebruikt is DIT een aardig stukje.
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend. Het schijnt dat de Friese oorden van het gewicht zijn dat ook in Zeeland werd gehanteerd voor de oorden. Uit een mark kwamen dan ca. 58 stuks wat een gewicht oplevert van 4,24 gram per stuk. In de praktijk viel dit gewicht vrijwel altijd lager uit.
FRI.7A
Gedetermineerd door Marco Evers