Gevonden door Paul Blomme


Materiaal: brons
Afmetingen: 23 mm / 28 mm
Gewicht: 22,9 gr
Op naam van Gillis de They ( laatste letter helaas nie leesbaar )
Gedetermineerd door Krijs Didden
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Het gebruik van zegelstempels
Een schriftelijke afspraak authentificeren deed men door een zegelstempel of zegelmatrijs in was te drukken en de zegelafdruk aan het document te hangen. Een zegelstempel was daarom één van de meest waardevolle bezittingen van een persoon en ging normaal gezien een leven lang mee. Om misbruik en vervalsingen te voorkomen werd na het overlijden van de eigenaar de zegelmatrijs meestal
in stukken gekapt en weggegooid (zie foto rechts). Hoorde een zegelmatrijs bij een functie, dan werd deze gebruikt zolang de uitvoerder in functie was. Instellingen of organisaties zoals schepenbanken, universiteiten, ambachten etc. bezaten ook een zegelmatrijs. Vaak gingen deze langer mee (soms enkele honderden jaren lang) tot ze moesten vervangen worden, bijvoorbeeld na verlies of slijtage. Zegelmatrijzen worden meestal gelinkt aan de toplaag van de middeleeuwse samenleving, zoals koningen, adel en (hogere) geestelijkheid. Niets is minder waar: vanaf de opkomst van de steden konden kooplui en ambachtslieden die het zich konden veroorloven zich ook een zegelmatrijs aanschaffen. Er was trouwens ook voor hen steeds meer nood aan een manier om een schriftelijke overeenkomst bewijskrachtig te maken. Wat deze voorwerpjes zo interessant maken ams bodemvondst, is dat vaak de eigenaar kan worden getraceerd. Soms lukt het zelfs om een zegel terug te vinden die met die ene stempel is gemaakt. Zo wordt op die manier geschiedenis heel tastbaar.
De identificatie van de zegelaar
Het herkennen van de zegelaar gebeurde aan de hand van het omschrift en de afbeelding in het veld. Het omschrift begon meestal met S (igillum=zegel) en vervolgde dan met de naam en familienaam (of patroniem). Iedere sociale groep had een eigen manier om zichzelf in het veld van het zegel symbolisch voor te stellen. Adel en patriciërs (zeer voorname, niet-adellijke personen of -later regenten) toonden een familiewapen. Ridders hadden doorgaans een ridderzegel, waarop ze te paard met hun wapenschild werden afebeeld. Bisschoppen beeldden zichzelf meestal uit met een (liturgisch) voorwerp in de linkerhand, terwijl ze met de rechterhand een zegenend gebaar maakten. Sommige burgers kozen soms voor een sprekend wapen, waarbij de familienaam werd uitgebeeld (bijv. een vos voor ‘De Vos’ of waar de afbeelding verwees naar het beroep (bijv. een schaar voor ‘Sceppere’). Vanaf het einde van de middeleeuwen kwamen handelaarsmerken op waarmee kooplui hun overeenkomsten en vaak ook hun koopwaar ‘waarmerkten’.
In de Nederlanden en Vlaanderen vindt men vooral matrijzen met een spitsovaal en rond stempelvlak. De eerste werden vooral door geestelijken en vrouwen gebruikt, de ronde door andere groepen.
Bron: Gezocht & Gevonden, bodemvondsten uit Gent
Gevonden door Peter Peeters


Materiaal: koperlegering
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
IHS met kruis op en eronder drie nagels. Het is het logo van de jezuïeten (Sociëteit van Jezus) opgericht in 1543 door o.a. Ignatius van Loyola. Opgeheven in 1773 en herstelt in 1814. Denk dat je deze stempel vanaf 1814 mag dateren.
Stempel voor documenten. Het bovenste deel (het puntig deel,) zat in een houten houder of knobbel om de zegelstempel te kunnen vasthouden.
Gedetermineerd door Grot Marmot