Karolingische gelijkarmige fibula: 700 – 900

Gevonden door Bart Verhelst

Materiaal: brons met resten van verguldsel en blauwe glasparels

Afmetingen: 15 mm / 35 mm

Gewicht: 5,88 gr

Groep VIII b

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Vroeg Karolingische rechthoekige fibula of schrijnfibula: 700 – 775

Gevonden door Bart Verhelst

Materiaal: brons

Afmetingen: 11 mm / 25 mm

Gewicht: 3,98 gr

Referentie

Gedetermineerd door Wessel Spoelder

Sceatta Series D type 2c: ca. 690 – 710

Gevonden door Gino Vermeulen

Muntheer: Continentale oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: ?; ca. 1,10 gr

Voorzijde: Gestileerde “runen” buste met kroon naar rechts. Tekst voor de buste: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen.

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel.
Tekst: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen of Latijnse letters : + V, O, Λ …. 

Datum: z.j. ca. 690 – 710

Muntplaats: Gebied van de Grote Rivieren / Friesland

Lit: BMC 86 Series D, type 2c; van der Chijs, deel 9, V.38/41; KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 176 3d 668-675

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta Series D type 2C: ca. 690 – 710

Gevonden door Smeets Nick

Muntheer: Continentale oorsprong.

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm – 11,7 mm

Gewicht: 1,12 gr

Voorzijde: Gestileerde “runen” buste naar rechts, onderaan de kin een ring.
Tekst voor de buste: FCF voor ae p a?, achter de buste een A

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met in elk kwartier een parel. Tekst: Een aantal niet bepaalde gedegenereerde runen of Latijnse letters: + V, O, Λ ….

Datum: z.j. ca. 690 – 710

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland

Lit: BMC 86 Series D, type 2c; van der Chijs, deel 9, V.38/41; KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 176 2b 295-297 

Gedetermineerd door rimidi op DVVL en Wybrand op den Velde

Merovingische denier met monogram A en S, niet toegewezen: ca. na 670 – 750

Gevonden door Kristof Krikke

Muntheer: Anoniem

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 1,09 gr

Voorzijde: In een parelkrans een A met ter weerszijden een groep van (vijf) parels en onderaan een ring omgeven door (elf) parels met nog twee extra parels aan de voet van elk been van de A. Tekst: anepigrafisch.

Keerzijde: In een parelkrans een spiegelverkeerde S met een parel in de krullen, links een T tussen twee parels en rechts een platliggende H (of I ?) tussen twee parels. Tekst: anepigrafisch.

Datum: z.j. ca. na 670-750.

Slagplaats: Niet gekend, Poitiers – Tours?

Depeyrot

Referentie

Referentie

Lit: Prou 2789; Belfort 5692; Depeyrot, p 171, 27; MEC  I, 624

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta: Series D type 2c ca. 690 – 710

Gevonden door Martine Delplace

Muntheer: Friese oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 1,10 gr

Voorzijde: Een gestileerde buste naar rechts met daarvoor runen tekens. Tekst voor de buste: FCF verbastering? 

Keerzijde: Een kort simpel kruisje met parels op de uiteinden van de armen, in elk kwartier een parel met bovenaan en onderaan een cirkelboog, links en rechts een V ertussen verbasterde letters.

Datum: z.j. ca. 690 – 710.

Slagplaats: Gebied van de Grote Rivieren/ Friesland, Westergo of imitatie onbekende muntplaats.

Lit: KNG JMPK 2003,W Op den Velde & D M Metcalf, p 182 e. v.

Gedetermineerd door rimidi

Sceatta: stekelvarken/standaard type, ook porcupine – type genoemd, eerste fase ca. 710 – 720

Gevonden door Tom Devos

Muntheer: Continentale oorsprong

Materiaal: zilver

Diameter: 13 mm

Gewicht: 0,9 gr

Voorzijde: Gestileerd/gedegenereerd stekelvarken met hoofd. Tekst: Anepigrafisch.

Keerzijde: Gepareld vierkant/standaard waarin (pseudo) runen tekens “I I” rondom een “O” met centrale parel tussen vier parels , aan de buitenzijde van het vierkant verschillende runen tekens.

Datum: z.j. c.a 710 – 720

Slagplaats: Algemeen “het gebied van de grote rivieren”, delta Rijn-Maas.

Lit: JKNGMP 2009/2010, Michael Metcalf & Wybrand Op den Velde, p. 428 Series E sub varieteit G imitations 564/621

Gedetermineerd door rimidi

Merovingische denier ?: ca. eerste helft 8ste eeuw

Gevonden door Mike de Baere

Muntheer: Niet gekende Merovingische stam.

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 0,95 gr

Voorzijde: Binnen een gladde cirkel een gaande vogel naar rechts, erboven een kruisje. Teks: Onleesbare Runnen tekens ?

Keerzijde: Een Latijns kruisje met erboven een boog. Tekst: Onleesbare Runnen tekens ?

Datum: z.j. ca. eerste helft 8ste eeuw

Slagplaats: Niet gekend

Lit, referentie: geen

Gedetermineerd door Wybrand Op Den Velde en rimidi

Karolingische kruisfibula: 775 – 925

Gevonden door Brynckminator Brynckminator

Materiaal: brons

Afmetingen: 32 mm / 32 mm

Gewicht: 6,8 gr

Lit: Fibulae uit de Lage Landen 

Gedetermineerd door Brynckminator Brynckminator

Tweede fase sceatta Series E, type4 var of BMC/Hill type 89 SEDE of “AESE/stekelvarken”: 715 – 730

Gevonden door Mike de Baere

Muntheer: “Anglo-Saxon” merovingers?

Materiaal: zilver

Diameter: 10 mm

Gewicht: 1,10 gr

Voorzijde: SEDE in kruisvorm geplaatst rond een centraal kruis met in de kwartieren een kruisje en een extra kruisje bij de “S”, dit alles  binnen een dubbele parelcirkel met erin een zigzaglijn in plaats van een pseudo-legende.

Keerzijde: Slang die een lus, met de klok mee, maakt rond een kruis met zijn bek open en bijt in een parel. Een lijn van parels volgt de lijn van het slangenlichaam van de kaak tot de staart met stralende lijnen die van elke parel naar de rand lopen. De parel in de bek van de slang zou de gastheer voorstellen.

Jaartal: z.j. ca. 715-730 n.Chr.

Slagplaats: Zuid- en Oost-Engeland ?

Lit: Abramson (2006-109) E 700; JKNGMP 2009, p. 223

Gedetermineerd door Peter D’Haese en rimidi