Gevonden door Mark Volleberg
Materiaal: koper
Diameter: 20 mm
Gewicht: 1,69 gr
Voorzijde: Een tulpkrans met daarin de tekst FRI SIA in twee regels, daaronder het jaartal.
Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen heeft geen versieringen meer, is aan de onderzijde ronder en heeft aan de bovenzijde twee instulpingen

Wapen van Friesland
Muntmeester: Jurriaen (ook Gregorius genaamd) van Vierssen 1616 – 1643
Muntmeesterteken: 
Slagplaats: Leeuwarden
Recent is een duit aangemeld waarop het jaartal 1622 zichtbaar lijkt, mogelijk is hier 1629 bedoeld, mede omdat de duit voorzien is van het nieuwe type wapenschild. Zie HIER een afbeelding. Het zilveren exemplaar met het jaartal 1626 lijkt een proeve van bekwaamheid van de stempelsnijder. De tekening is nogal afwijkend en waarschijnlijk is dit stempel verder nooit meer gebruikt. Het valse exemplaar met het jaartal 1633 is bekend geworden door een publicatie in De Beeldenaar16. Het jaartal 1643 zou aanwezig zijn in het Amsterdams Historisch Museum (collectie Lopez Suasso). Het jaartal is echter niet goed leesbaar waardoor het hoogst onzeker is of dit wel een exemplaar van 1643 is. De jaartalwijziging 1658/48 is bekend geworden via melding bij het geldmuseum. Aangezien nu echter een zeer duidelijke 1658/47 gemeld is (zie afbeelding) denk ik dat het geen 1658/48 is geweest maar een 1658/47. Bij munthandel G. Henzen werd in de novemberlijst 2000 onder nummer 1682 een overslag 1653/44 aangeboden. Omdat hier mogelijk verwarring kan bestaan met de overslag 1653/48 is deze (nog) niet opgenomen. De jaren 40 uit deze serie hebben vaak zeer slecht leesbare jaartallen. Aan sommige jaartallen uit deze serie moet dan ook getwijfeld worden of zij wel bestaan. Veel duiten uit de jaren 40 lijken ook een overslag over een ouder jaartal. Ik heb hier een 1646 over 1644 opgenomen omdat deze mij wel duidelijk lijkt. Mogelijk bestaat ook de jaartalwijzing 1647/46 maar deze is nog zeer onzeker.
Een bijzonder jaartalwijziging is de 1663 over 1663. Hier heeft de stempelsnijder de 3 in het jaartal per ongeluk op zijn kop in het stempel geslagen. Dit is nog te zien aan de hoek linksonder van de zogenaamde “8”. Vervolgens heeft hij de fout gecorrigeerd door de 3 er correct op te zetten. Het lijkt nu echter net of er een cijfer 8 staat.
De normale tulpkrans op de exemplaren uit de periode 1626-1629 is die met boven, onder, rechts en links een rozet. Van 1626 bestaan exemplaren met links en rechts twee bollen (vruchten) in de tulpkrans. Deze variant is zeldzamer, zie HIER een afbeelding.
Van de Friese duiten zijn talrijke Reckheimse imitaties bekend, zie bij Reckheim voor een (volledige) opsomming. Van de duiten uit de periode 1626-1629 bestaan overslagen op Duitse koperen muntjes. Bekend zijn o.a. overslagen op 3 pfennig munten van hertog Hans Albrecht van Mecklenburg-Güstrow (1610-1628). Gedurende de 30-jarige oorlog liep de inflatie in Duitsland hoog op (zgn. Kipper und Wipper zeit). Er werd ook veel kopergeld geslagen dat in Duitsland echter niet populair was en men trachtte dit zo snel mogelijk weer in te trekken. Mogelijk zijn grote partijen van dit ingetrokken kopergeld verkocht naar munthuizen in het oosten van Nederland. In Nederland werden koperen duiten en oorden juist wel veel gebruikt. Onder andere het Friese munthuis heeft de Duitse muntjes gebruikt als grondstof voor de Friese duiten.
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend. Van 10 november 1627 tot 27 november 1629 was de aanmaak van duiten en oorden verboden. In 1648 werd weer een verbod op de aanmunting van kopergeld afgekondigd en moest de muntmeester zijn stempels inleveren. Op 18 november 1653 werd weer machtiging gegeven om duiten te slaan.
FRI.10
Gedetermineerd door Mark Volleberg