Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: koper
Diameter: 25,13 mm
Gewicht: 4,1 gr
Voorzijde: Friese edelman (naar Saksisch voorbeeld) naar rechts met zwaard over de schouder. Links van het borstbeeld staat de letter F en rechts de letter O. Deze afkorting wordt uitgelegd als Frisia Ordines (Friese staat) maar ook als Friese oord. Tekst: NISI. DOMINVS. NOBISCVM (of variant) wat betekent: tenzij de Heer met ons is.
Keerzijde: Versierd wapenschild met een open kroon en een onderzijde die in een puntje uitloopt. De bovenzijde van het wapen heeft links en rechts een uitstulping. In het wapen twee gaande leeuwen boven elkaar die recht voor zich uit kijken. Tekst: MO. NOVA. ARG. ORDIN. FRI (of variant). Voluit: moneta nova argentum ordinum Frisiae, wat betekent: nieuwe zilveren munt van de staat Friesland.

Wapen van Friesland
Muntteken: 
Muntmeester: Jurrien van Vierssen ( 1616 – 1643 )
Slagplaats: Leeuwarden
De oorden zonder jaartal van dit type stammen mogelijk uit de periode 1626-1629. In deze periode zijn ook duiten geslagen totdat hier in 1629 weer een eind aan kwam.
Het wapen op deze typen heeft een open kroon, gepunte onderzijde en uitstulpingen aan de bovenzijde (gelijk aan type FRI.5). De tekst vanaf dit type heeft reeds de vreemde toevoeging ARG. van argentum (zilver) in de tekst, slechts zelden zijn zij zonder deze toevoeging. Het zou mogelijk een vergissing vanwege de grote gelijkenis met het stempel van de zilveren 7 stuiverstukken kunnen zijn geweest maar men is hier op het volgende type consequent mee doorgegaan. Dit zou wel in de hand kunnen werken dat iemand de letters F en O op de voorzijde weg zou kunnen halen, de munt te verzilveren en hem dan als een 7 stuiverstuk uit te geven. Daadwerkelijk voorbeelden hiervan zijn mij echter niet bekend. Op sommige krulversieringen zijn puntige uitsteeksels te zien, deze zijn ook terug te vinden op de oorden van het type FRI.7A. Over het woord oord zoals dit nog te Friesland werd gebruikt is DIT een aardig stukje.
Wettelijk voorschrift: (mij) niet bekend. Het schijnt dat de Friese oorden van het gewicht zijn dat ook in Zeeland werd gehanteerd voor de oorden. Uit een mark kwamen dan ca. 58 stuks wat een gewicht oplevert van 4,24 gram per stuk. In de praktijk viel dit gewicht vrijwel altijd lager uit.
FRI.6: oord
Gedetermineerd door Mark Boeckhout