De leurderspenning of badge werd gedragen door leurders en marktkramers. Straathandelaars werden door de overheid verplicht deze op hun borst te spelden ter controle. Voor hen was het zo ook een bewijs dat ze de toelating hadden om te leuren.
Muntheer: Albrecht Achilles markgraaf en keurvorst van Brandenburg-Franken, 1464 – 1486.
Materiaal: goud
Diameter: 23 mm
Gewicht: 3,28 gr, uitgifte ca. 3,4 gr
Voorzijde: Johannes de Doper met stralenkrans en lam in linker hand, tussen zijn voeten een hondenkop (Duitse Brak) naar rechts, het muntteken van Schwabach, voeten en hoofd van Johannes onderbreken het omschrift. Tekst: ALBT’: mARCh – BRAnD’ : ELTO’; Albertus marchio Brandenburgensis elector.
Keerzijde: Een gekanteld gebloemd kort kruis met in de kwartieren wapenschildjes, links dat van het graafschap Hohenzollern (gevierendeeld), boven dat van Brandenburg (Adelaar), onderaan dat van het burggraafschap Neurenberg (Leeuw in geblokt kader) en rechts dat van Pommeren (Griffioen) en op het hart een vijfde, het keurvorstschildje van Brandenburg, met scepter. Tekst: ✠ mOnETA : nOVA : AVR’: SWOBACh’; Moneta nova aurea Swobacensis.