Gevonden door Martijn Aarts
Materiaal: lood / tin ?
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Heilige Hubertus met hert voor hem.

Keerzijde: S. HUBERT PRIEZ POUR NOUS
Gedetermineerd door Grot Marmot
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detecting Flanders -Détection de métaux en Flandres
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Martijn Aarts
Materiaal: lood / tin ?
Afmetingen: ?
Gewicht: ?
Voorzijde: Heilige Hubertus met hert voor hem.

Keerzijde: S. HUBERT PRIEZ POUR NOUS
Gedetermineerd door Grot Marmot
Gevonden door Mark Boeckhout
Materiaal: koper
Diameter: 26,15 mm
Gewicht: 3,5 gr
Voorzijde: Gekroond vuurijzer omgeven door 3 wapenschildjes. Links Oostenrijk, rechts Bourgondië en onder Brabant. Tekst: ·PHIL·IIII·D·G·HISP·ET· INDIAR·REX· (of variant). Dit is voluit: Philippus IIII Dei gratia Hispaniarum et Indiarum rex, en betekent: Philips IIII, bij Gods gratie koning van Spanje en de Indiën (de tekst gaat op de keerzijde verder).

Wapens van Oostenrijk, Bourgondië en Brabant
Keerzijde: Gekroonde wapenschild met meerdere kwartieren tussen het gesplitst jaartal 16 / 53. Tekst: ARCHID·AVS·DVX·BVRG·TOR·Zc· (of variant). Dit is voluit: archidux Austria dux Burgundie Dominus Tornesis, en betekent: aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië en heer van Doornik.

1 = Castilië (Kasteel).
2 = Leon (Leeuw met gouden kroon).
3 = Aragon (4 rode palen).
4 = Sicilië (Bestaat uit de 4 rode palen van Aragon en de adelaar van Hohenstaufen).
5 = Portugal (5 blauwe schildjes in een rand van 7 gouden kasteeltjes).
6 = Oostenrijk (Zilveren faas).
7 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud).
8 = Valois (3 Lelies).
9 = Brabant (Gouden leeuw).
10 = Vlaanderen (Zwarte leeuw).
11 = Tirol (Rode adelaar).
Muntmeester: Antoine de la Derièrre 1643 – 1666
Muntteken: ♜
Slagplaats: Doornik
Geslagen aantallen:
Periode 7 september 1637 tot 23 april 1643 ca. 307.608 stuks (samen met het borstbeeld type).
Periode 23 april 1643 tot 29 augustus 1645 ca. 1.133.568 stuks.
Periode 13 augustus 1645 tot 4 februari 1647 ca. 360.944 stuks.
Periode 5 februari 1647 tot 7 juli 1650 ca. 350.980 stuks.
Periode 2 juli 1650 tot ca. 26 augustus 1652 ca. 66.752 stuks.
Periode 27 augustus 1652 tot 23 mei 1654 ca. 93.200 stuks.
Periode 24 mei 1654 tot 21 augustus 1655 ca. 352.104 stuks.
Periode 10 september 1655 tot 12 juli 1657 ca.510.592 stuks.
Periode 26 juli 1657 tot 11 oktober 1658 ca. 509.688 stuks.
Periode 24 oktober 1658 tot 5 september 1663 ca. 272.352 stuks.
Voorschrift 64 stuks uit een mark, dit geeft een gewicht van ca. 3,84 gram per stuk.
DOO.12
Gedetermineerd door Mark Boeckhout
Gevonden door Edd
Materiaal: lood
Diameter: 4,3 mm
Dikte: 0,93 mm
Gewicht: 6,8 gr
Voorzijde: Gelegen op een glad veld, spaak/ster motief met vijf spaken.
Keerzijde: Gelegen op een veld, spaak/ster motief met vijf spaken.
Aanmaakplaats: z.pl. onbekend
Datering: z.j. ca. 18e eeuw.
Juiste functie/datering/plaats voor deze speelpenning is onbekend.
Gedetermineerd door Paul Callewaert
Gevonden door Rasim Nuhic
Materiaal munt: goud 900 / 1000
Diameter munt ( uitgifte ): 22,5 mm
Gewicht munt ( uitgifte ): 6,72 gr
Voorzijde: Buste van Wilhelmina in hermelijnen mantel naar rechts. Tekst: KONINGIN WILHELMINA · GOD ZIJ MET ONS
Keerzijde: Nederlands wapenschild tussen de waardeaanduiding 10 G. Onder het wapen staat het jaartal 1917. Links van het jaartal staat het muntmeesterteken, rechts het muntteken. Tekst: KONINGRIJK DER NEDERLANDEN
Ontwerper: Johannes Cornelus Wienecke
Muntmeesterteken: zeepard ( C. Hoitsema 1903 – 1933 )
Muntteken: Mercuriusstaf
Slagplaats: Utrecht
Slagaantal: 4.000.000
Gedetermineerd door Eric Aerts
Gevonden door Edd
Materiaal: biljoen
Diameter: 20,46 mm
Gewicht: 3,6 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP MAXIMINVS P AVG
Keerzijde: Genius staande naar links, turret op het hoofd, in de rechterhand een patera en in de linkerhand een cornucopiae. Tekst: GENIO-POP ROM, in het veld rechts een ster en in de afsnede het muntteken PLN
Slagplaats: Londen
Lit: RIC VI London 211
Gedetermineerd door Edd
Gaius Valerius Galerius Maximinus, bekend als Maximinus II Daia, geboren op 20 november 270 als Daia in Dacia. Hij was een Romeins keizer van 310 tot juli 313. Hij kwam uit een boerenfamilie, net als zijn goede vriend, krijgsmakker, oom en latere keizer Galerius. Hij was voorbestemd net als zijn vader een schaapherder te worden. Hij diende zoals gezegd in het leger, in diverse functies, en had een vrouw en dochter, van wie de namen niet bekend zijn, en een zoon, Maximus. Op 1 mei 305 benoemde Galerius, zelf net opvolger van Diocletianus, hem als Caesar. Zijn persoonlijk te besturen gebied besloeg het Midden-Oosten en het zuidelijk deel van Klein-Azië. In 306 stierf Galerius’ medekeizer Constantius I Chlorus, en moest hij toestaan dat diens zoon Constantijn de Grote Caesar werd. De nieuwe keizer van het Westen werd Severus II. In Rome verklaarde Maxentius zich echter al tot keizer, en in een poging dit te verhinderen stierf Severus. Bij een bijeenkomst in Carnuntum in 308 werd besloten dat Licinius Severus’ opvolger werd, en dat Constantijn ook keizer werd. Daia zou ook graag keizer worden, maar is waarschijnlijk nooit officieel benoemd. Wel gebruikte hij tijdens zijn veldtochten tegen Perzië in 310 de titel van de keizer (Augustus). Niettemin bleef hij trouw aan Galerius. Daia had sinds de conferentie in 308 een grote hekel gekregen aan Licinius. Na de dood van Galerius in 311 escaleerde de situatie. Ze verdeelden Galerius’ deel van het rijk, met als grens de Bosporus. Het kwam nog niet tot een burgeroorlog. Daia sloot wel een verbond met de usurpator Maxentius, die nog in Rome zat. In 312, toen Constantijn Maxentius aanviel, zat Daia in een veldtocht in Syria. Toen hij hoorde van een verbond van Licinius en Constantijn keerde hij terug naar Bythinia, boos om de dood van Maxentius. In april 313 stak hij de Bosporus over en veroverde Byzantium na een beleg van 11 dagen. Op 30 april kwam het tot een gevecht met een klein leger van Licinius (Slag bij Adrianopel). Daia’s troepen waren verzwakt en vluchtten. Maximinus Daia vluchtte verkleed als slaaf, maar werd later in het jaar gedood en begraven bij Tarsus. Licinius nam zijn gebieden over.