Gevonden door Philippe Legrand
Materiaal: brons met glaspasta
Diameter: 29,5 mm
Gewicht: 13,65 gr
©Metaaldetectie Vlaanderen vzw – Metal Detection Flanders – Détection de métaux Flandre
Database van Metaaldetectie Vlaanderen vzw. Elk stukje metaal heeft een verhaal.
Gevonden door Paul Blomme
Materiaal: brons
Afmetingen: 29 mm / 40 mm
Gewicht: 14,08 gr
Gedetermineerd door Paul Blomme
Gevonden door Jeremy Schellings


Materiaal: koperlegering
Hoogte: 25,5 mm
Stempelvlak: 16,5 mm / 17,5 mm
Gewicht: 12,1 gr
D juist in spiegel, de derde letter zijn er twee: “s” is half bovenop de “T” geklopt. Heb een sterk vermoeden dus dat deze stempel nooit is gebruikt ( omwille van de fabricagefouten ). Mogelijk voor een bakker ( krakeling )?
Gedetermineerd door Kris Didden
Gevonden door Marco Fasulo
Vermoedelijke muntheer: Godfried III van Leuven, landgraaf van Brabant, 1143 – 1190
Materiaal: zilver
Diameter: 14 mm – 16 mm
Gewicht: 0,73 gr
Voorzijde: Gebouw met toren met centrale poortopening, geflankeerd door twee smallere torens die getopt zijn met een bol. Tekst: ✠ IE+M[…]I, volgens J Elsen.
Keerzijde: Een kort gevorkt kruis met uitgeschulpte armen, in de kwartieren telkens een ringetje. Tekst: ✠ M ✠M ✠ M ✠ M.
Datum: z.j. ca. 1145 – 1164
Slagplaats: Onbekende Brabantse muntplaats.

Lit: Ghyssens essai de classement chronologique, p 5, tek 1; De Mey Brab 13; Vanhoudt atlas, F 198/F200; De Witte, Brab 12/14
Gedetermineerd door rimidi
Gevonden door Mark Volleberg
Vermoedelijke muntheer: Boudewijn II van Holland, bisschop van Utrecht, 1178 – 1196.
Materiaal: zilver
Diameter: 11 mm
Gewicht: 0,3 gr
Voorzijde: In een dubbele parelcirkel het borstbeeld van de bisschop, met een muts met bollen (of met krullend haar?), naar rechts in bisschoppelijk gewaad (met 2 mantelspelden?), voor zijn gelaat een twijg of boompje met bloemen/vruchten, minder waarschijnlijk een palmtak. Tekst: Anepigrafisch.
Keerzijde: In een dubbele parelcirkel een gepareld kruis waarvan de armen eindigen op een gepunte ring, in de kwartieren telkens een achtstralige ster. Tekst: Anepigrafisch.
Datum: z.j. ca. 1178 – 1196
Slagplaats: Utrecht
Opmerking A. Cruysheer: Het lijkt erop dat dit soort halve penningen zonder omschrift vaker voorkwam, maar ze worden zelden gevonden. Interessant is dat de broer van bisschop Boudewijn, Floris III van Holland was, die eveneens munten sloeg zonder omschrift. De sterren op de keerzijde komen ook voor op een halve penning van waarschijnlijk Dirk VI van Holland (de vader van Boudewijn en Floris), maar de uiteinden van het kruis is hier wel anders, vandaar dat ik denk aan laatste kwart 12de eeuw en dan lijkt Boudewijn de enige kandidaat. De massa (0,3 gram) is wel typisch Utrechts/Hollands en niet Vlaams of Duits.
Lit. ref.: Uniek (?) exemplaar, (nog) niet beschreven? Varianten van dit type munt zijn bekend uit o.a. de schatvondst Arnhem 1950. Met dank aan Bouke-Jan van der Veen en Anton Cruysheer. Te lezen: A Cruysheer, De Beeldenaar, 2016-2, p 71-72; A Cruysheer, De Beeldenaar, 2014-6, p 255-256; A Cruysheer, De Beeldenaar, 2013-6, p 264-266.
Gedetermineerd door rimdi
Gevonden door Frank Barbaix
Materiaal: zilver
Diameter: 20 mm
Gewicht: 3 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: IMP CAESAR VESPASIANVS AVG
Keerzijde: Ceres zittend naar links, met in de rechterhand korenaren en in de linkerhand een fakkel. Tekst: TR POT X COS VIIII
Slagplaats: Rome
Lit: RIC 1062 ( RIC { 1962 } 113 ); RSC 550; BMC 244
Gedetermineerd door Andre van Erkom
Titus Flavius Vespasianus, bekend als Vespasianus werd geboren in Falacrinae, een dorpje ten noordoosten van Rome op 17 november 9 als zoon van Titus Flavius Sabinus (vader) en Vespasia Polla (moeder). Hij Romeins keizer van 1 juli 69 tot 23 juni 79. In het jaar 69 na Christus kwam er een ommekeer in het Romeinse Rijk. Na de dood van Nero, de laatste keizer van het Juliaans-Claudiaanse huis, streden in het vierkeizerjaar een aantal pretendenten om de troon. Vespasianus wist deze burgeroorlogen in zijn voordeel te beslissen en werd de eerste Romeinse keizer uit de Flavische dynastie. Als keizer droeg hij de naam Imperator Caesar Vespasianus Augustus. Tijdens zijn tienjarige heerschappij slaagde hij erin om het Rijk zowel politiek als financieel te stabiliseren. Hij stelde zijn heerschappij in de lijn van de Juliaans-Claudiaanse traditie. Hierbij knoopte hij met name aan bij Augustus en probeerde hij zo veel mogelijk afstand van Nero te nemen. Voor de pax Augusta kwam een pax Flavia in de plaats. Zijn fiscale beleid drong de tijdens het bewind van Nero opgebouwde staatsschuld sterk terug en stelde hem in staat een actief bouwprogramma uit te voeren; De budgettaire situatie verbeterde voornamelijk door invoering van nieuwe belastingen, herinvoering van eerder afgeschafte belastingen en belastingverhogingen. Vespasianus bevorderde kunst en literatuur en maakte zich sterk voor de integratie van de belangrijke Italiaanse families in de Senaat. Door zijn militaire ervaring en connecties, bekwame propaganda en grotendeels uitstekende relatie met de Senaat, was hij een populaire en succesvolle keizer. Toen Vespasianus aantrad, werd Rome op vele plekken ontsierd door brandschade en vervallen gebouwen. Hij gaf daarom toestemming aan wie dat maar wilde braakliggend terrein in bezit te nemen om er zelf iets te bouwen. Hij zorgde ervoor dat het Capitool herbouwd werd, waarbij hij zelf symbolisch de eerste stukken puin wegdroeg. Verder liet hij een tempel voor de vrede en een tempel voor de vergoddelijkte Claudius bouwen. Door alle willekeur van Caligula en Nero was het aanzien van de keizer niet geweldig. Om zijn positie onder het volk te versterken begon Vespasianus met de bouw van het Colosseum: een enorme schouwburg die vijfenzeventigduizend toeschouwers kon herbergen (50.000 zitplaatsen en 25.000 staanplaatsen). Aan de bouw hiervan zou verder gewerkt worden onder het bewind van Titus en Domitianus zou het Colosseum afmaken. De ruïnes ervan zijn nog steeds een trekpleister voor toeristen. Vespasianus was zich bewust van zijn nederige afkomst en gedroeg zich als keizer zo veel mogelijk als een gewoon burger. Ook had hij respect voor het volk. Zo trok hij, in tegenstelling tot zijn voorgangers, zelf zijn kleren aan, en werden mensen die zijn stamboom probeerden terug te voeren tot de stichters van Reate, door hem in hun gezicht uitgelachen. Vespasianus gedroeg zich lankmoedig tegenover anderen en nam geen wraak op personen die hem voor zijn keizerschap onheus bejegend hadden. Veel dingen deed hij met een grapje af. Zo had Mestrius Florus, een oud-consul, Vespasianus erop gewezen dat hij “plaustra” en niet ”plostra” moest zeggen. De volgende dag sprak Vespasianus hem aan met “Flaure” in plaats van zijn naam (bij aanspreking in de vocatief) Flore (‘Flaure’ verwijst wellicht naar Grieks φλαῦρος, dat zoiets als ‘sjofel’ betekent). Dat Vespasianus humor bezat bleek zelfs bij zijn overlijden. Naar verluidt zouden zijn laatste woorden zijn: “Ik geloof dat ik nu een god ga worden.” Ook tijdens de begrafenis werden er nog grappen gemaakt over de legendarische zuinigheid van Vespasianus. Het was gebruikelijk dat tijdens een begrafenis een acteur de overledene imiteerde. De acteur die een masker van Vespasianus droeg, vroeg hoeveel de begrafenis kostte. Toen er gezegd werd dat dit tien miljoen sestertiën was, riep de acteur dat ze hem honderdduizend sestertiën moesten geven, en zijn lijk maar in de Tiber moesten gooien. Vespasianus stierf op 23 juni 79 op 69-jarige leeftijd.
Gevonden door Dutch roman digger

Materiaal: zilver
Diameter: ?
Gewicht: 1,7 gr
Voorzijde: Gelauwerd hoofd naar rechts. Tekst: SEVERVS PIVS AVG
Keerzijde: Liberalitas staande naar links met muntenteller en hoorn des overvloeds: Tekst: LIBERALITAS AVG VI
Lit: RIC 278a; RSC 298; BMC 349
Gedetermineerd door Balten De Temmerman
Lucius Septimius Severus, geboren op 11 april 145 in Leptis Magna uit een riddergeslacht. Hij was keizer van Rome van 9 april 193 tot 4 februari 211. Zijn studies in de Griekse en Latijnse literatuur zette hij in Rome en Athene voort. Intussen klom hij onder Marcus Aurelius, die hem in de senaat benoemde, snel op. Na zijn praetuur (178) ging hij als legioenscommandant naar Syrië, waar hij te Emesa relaties aanknoopte met de priesters van Baal. In 185 huwde hij de syrische Iulia Domna. Van 186 tot 189 vertoefde hij in Gallia Lugdunensis, in 189-190 op Sicilië, om na zijn consulaat (190) als stadhouder naar Pannonia Superior te gaan. Daar werd hij op 13 april 193 te Carnuntum tot keizer uitgeroepen. Te Rome, waar hij na de strubbelingen die volgden op Commodus’ dood, door de senaat erkend werd en op 9 juni aankwam, hervormde hij de praetoriaanse garde, die de spoedig vermoorde Didius Iulianus tot keizer had uitgeroepen; voortaan zou de garde voor alle oudgediende legioensoldaten open staan. De senaat trachtte hij te winnen door de belofte geen senator te zullen terechtstellen, het volk door de toekenning van een gratificatie. Zijn voorganger Pertinax werd onder de divi opgenomen, zijn gevaarlijke mededinger Decimus Clodius Albinus neutraliseerde hij voorlopig door hem tot Caesar te benoemen en het consulaat voor 194 met hem te delen. Septimius Severus kon nu afrekenen met de in het Oosten tot keizer uitgeroepen Pescennius Niger, die hij na overwinningen bij Parinthus en Cyzicus, die leidden tot de val van Buzantium, en na een zege bij Nicaea de genadeslag toebracht bij Issus (194). De bij Antiochië achterhaalde Niger werd onthoofd, strafexpedities tegen de door deze ingestelde vazalstaten besloten de onderneming, die de keizer de titels Adiabenicus, Arabicus en Parthicus verschafte. De provincie Syria werd in twee delen, Coele en Phoenice, verdeeld, tegen de christenen werden maatregelen getroffen. Alvorens naar het Westen terug te keren, waar Clodius Albinus in een verraderlijke briefwisseling met de senaat stond, verhief Septimius Severus zijn zoon Caracalla tot Caesar, adopteerde zichzelf in de familie van de Antonini en diviniseerde alsnog Commodus. Te Rome liet hij Albinus tot staatsvijand uitroepen, waarna hij naar Gallië trok en hem bij Lyon versloeg (197). Op de aanhangers van Niger en Albinus werd bloedig wraak genomen. Te Rome nam de keizer maatregelen tegen de senaat, die met Albinus gesympathiseerd had. Gedekt in de rug kon hij nu uitrukken tegen de Parthen, die Nisibis hadden aangevallen. Na de val van Ctesiphon (198) verhief hij Caracalla tot Augustus en diens broer Geta tot Caesar. Het jaar daarop kon hij Mesopotamia als provincie herinlijven. Tot 202 vertoefden de vorsten in het Oosten, in welk jaar Septimius Severus en Caracalla in Antiochië gezamenlijk het consulaat aanvaardden, om vervolgens naar Rome terug te keren. Hier verbleef Septimius Severus het grootste deel van de volgende zes jaar. In 208 begaf de keizer zich met zijn familie naar Britannia. In de strijd tegen de Caledoniërs vielen de Romeinen Schotland binnen, waar zij echter zulke zware verliezen leden dat zij in 210 een tijdelijke vrede sloten en zich terugtrokken achter de wal van Hadrianus, die hersteld werd. Geestelijk en lichamelijk gebroken, vooral ook door Caracalla’s gedrag, stierf Septimius Seveus het jaar daarop te Eburacum (York) op 4 februari 211, waar Iulia Domna en de tot Augustus verheven Geta waren achtergebleven.